7 Bijbelse vragen aan Anaïs Van Ertvelde: ‘Ik zou graag iets ontvankelijker in het leven staan’
Je kan haar kennen als columnist in Psychologie Magazine, als historica, als dochter van Annick Segal, alias Rosa Verbeeck in Thuis. Of van haar boek Handicap, een bevrijding (De Bezige Bij, 2024), waarmee Van Ertvelde duidelijk een gevoelige snaar raakte. ‘Ik wilde een boek schrijven dat zowel voor mensen mét als zonder handicap interessant was’, klinkt het.
Mensen met een beperking bekijken de samenleving vaak noodgedwongen vanaf de zijlijn. Daarom kunnen net zij scherp zien dat het systeem waarin we allemaal meedraaien tot we niet meer kunnen, zijn ‘beperkingen’ heeft. En dromen van een samenleving waarin iedereen meer tot zijn recht kan komen, welke onze beperkingen ook zijn. Het boek werd bekroond met de J. Greshoff-prijs.
Wat is je naam? (Lucas 8,30)
Anaïs Van Ertvelde • Ik ben vernoemd naar Anaïs Nin (1903-1977), de Frans-Amerikaanse schrijfster die beroemd werd door haar erotische dagboeken. Mijn tweede naam is Egon, naar de Oostenrijkse schilder Egon Schiele. Mijn ouders, twee theatermensen, gaven me met die naamkeuze een artistieke voorbestemdheid mee, zo lijkt het wel. Mijn broer kreeg overigens exact dezelfde namen, maar dan in omgekeerde volgorde.
In hun stoutste dromen kijkt mijn familie voor onze achternaam naar een roemrijke Gentenaar: Jacob Van Artevelde. Er is een poging ondernomen voor een stamboom, maar die reikt niet ver genoeg. Nu, zijn rebelse genen zitten er alleszins nog in!
Waarom twijfel je? (Matteüs 14,31)
Onlangs stond ik met mama aan het graf van oma. Vlak ernaast merkten we dat van een kind van twee weken op. We waren erg aangedaan. Wat is daar de zin van? Op zo’n moment kan een diepe twijfel me overvallen.
Nochtans voel ik me doorgaans goed verbonden met het grotere geheel. Ik heb een tijdje in een Begijnhof gewoond, zowel in Utrecht als in Gent, en woon nu in een voormalige kloostertuin! Mijn vrienden noemen we daarom wel eens ‘het begijntje’. Ik ervaar de spirituele dimensie van het menselijke bestaan vooral in de natuur. Daarin kan ik mij ‘gronden’.
Ooit bezocht ik een moskee in Caïro. Ik voelde me wat onwennig. Toen stak een vrouw me een ketting met groene kralen toe. Daar heb ik een tijdje mee gemediteerd. Toen ik buiten kwam, stonden de tranen me in de ogen. Je zorgen kunnen leggen bij iets groters, het had me diep geraakt.
Toen ik uit de moskee in Caïro buiten kwam met die groene kralenketting, stonden de tranen me in de ogen. Je zorgen kunnen leggen bij iets groters, het had me diep geraakt.
Waar is je geloof? (Lucas 8,25)
Die vraag zou ik ook kunnen lezen als: hoe houd ik hoop? Hoewel ik een introvert artistiek type ben en me het meest op mijn gemak voel alleen in een bos, zou ik stiekem iemand willen zijn die met een grote groep vrienden samenwoont. Lief en leed delen, is een manier om sterker te staan in een wereld die uiteen lijkt te vallen. Ligt het aan mijn handicap dat ik me toch altijd een buitenstaander voel en me voortdurend afvraag hoe ik me tot de ander verhoud?
Lees ook
Als historica van sociale bewegingen weet ik maar al te goed dat daar de grootste politieke macht ligt waar mensen zich verenigen. Aan de maatschappelijke en collectieve strijd, over religieuze en andere verschillen heen, hebben we onze sociale welvaartstaat te danken. We beseffen dat veel te weinig. Het verenigingsleven is super belangrijk.
Hoe kan ik gered worden? (Handelingen 16,30)
Mijn vriend staat met enorm veel vertrouwen in het leven. Nochtans heeft hij het ook niet gemakkelijk. Hij is filmmaker, een harde wereld, zeker als je alles vanuit een rolstoel moet doen. Als hij de trein neemt en de assistentie laat het afweten, moet hij een beroep doen op andere passagiers om op of uit te stappen. Dan klautert hij uit de rolstoel en de wagon af, terwijl bereidwillige handen zijn rolstoel van de trappen tillen. Wist je dat de VN België al in 1981 heeft opgedragen om de treinen rolstoelvriendelijker te maken? Ik bewonder zijn talent voor vertrouwen. Is dat vanuit de ervaring dat er uiteindelijk wel altijd iemand te vinden is die wil helpen? Het zit zeker ook in zijn karakter.
Zelf ben ik een piekeraar. Alles wat ik meemaak, gaat in een rugzakje dat ik soms jarenlang meesleep om dan weer uit te pakken. Ik analyseer situaties en gevoelens en bedenk hoe alles afloopt in het slechtste geval. Mijn vrienden noemen me wel eens Kassandra, de Griekse profetes die nooit geloofd werd. Het is een poging om de duisternis een stapje voor te zijn, denk ik. Ik voel me pas echt gepakt als er iets ergs gebeurt dat ik niet voorzien had. Ik probeer van mijn vriend te leren dat gevoelens ook gewoon gevoeld mogen worden, zonder ze te analyseren.
Alles wat ik meemaak, gaat in een rugzakje dat ik soms jarenlang meesleep om dan weer uit te pakken.
Wat wil je dat Ik voor je doe? (Matteüs 20,32)
Als ik iets voor mezelf moest vragen? Mijn broer, die pycholoog is, zou zeggen: ‘Neem de mens zijn zorgen af en hij is geen mens meer.’ Alles wat ik hiervoor heb gezegd, maakt mij tot wie ik ben. Mocht iemand met een toverstokje al mijn zorgen wegnemen, dan zou ik zoiets hebben van ‘hela, wacht, ik was daar nog mee bezig’. Mijn therapeut lacht daar ook wel eens mee: ‘Aan de meeste mensen moet ik uitleggen dat ik hun problemen niet in hun plaats kan oplossen, maar aan jou moet ik zeggen dat je niet alles zelf moet proberen te doen.’
Misschien zou ik dan vragen om een groter vermogen om te ontvangen, om iets ontvankelijker in het leven te staan. Niet dat ik niet dankbaar in het leven sta. We zagen net een eekhoorntje in de tuin, zalig! Maar ik voel me vaak ongemakkelijk als ik iets krijg, misschien omdat ik absoluut het etiket van zorgontvanger wil vermijden.
Weet je wat dat is: zorgangst? Mensen met een handicap worden veel te snel weggezet als zorgvragers. Er gaapt een onnodige kloof tussen mensen met een beperking en mensen die er zogezegd geen hebben. Dus durf je niet om hulp te vragen of die aan te nemen, terwijl iedereen een zorgnetwerk om zich heen (nodig) heeft. Niemand bestaat op zijn eentje. En mensen met een zichtbare of onzichtbare beperking hebben evengoed veel te geven.
Weet je wat dat is: zorgangst? Mensen met een handicap worden veel te snel weggezet als zorgvragers. Dus durven ze niet om hulp te vragen, uit schrik voor het etiket.
Waarover maak je soms ruzie? (Marcus 9,33)
Gisteren heb ik op het internet een kettinkje besteld met een twistappel. Een symbooltje om me comfortabeler te voelen bij onenigheid. Ik durf wel staan voor mijn overtuigingen en er desnoods ruzie voor maken – op mijn zevende heb ik mijn ouders verteld dat ik vegetariër wilde zijn – maar schrik er vaak voor terug om de lieve vrede aan te tasten door bij mijn geliefden mijn eigen verlangens of noden op tafel te leggen. Dat voelt heel kwetsbaar. Gaat de ander me wel willen begrijpen? Mij nog tof vinden? Ik moet daaraan werken, want het gaat ook om het ernstig nemen van je eigen behoeften en het durven bij de ander leggen.
Waarom huil je? (Johannes 20,15)
Om de situatie in de wereld en meer bepaald in Gaza, die diep schrijnend is. Ik huil over wat we dagelijks te zien krijgen op het nieuws en waar ik me zo machteloos bij voel. Maar ik huil ook over de grote kloof tussen de bevolking en haar leiders. Altijd spelen er wel belangen mee, waardoor politici immobiel worden en niet in staat om het juiste te doen.







