Overslaan en naar de inhoud gaan
Home
  • Abonneer nu
  • Zoeken
  • Help
  • Digitale krant
  • Inloggen
Menu
Sluiten

Hulp nodig? Bel de klantendienst op het nummer
03 210 08 30 (ma-vr: 9-12u, 13-16u) of mail ons

  • Inloggen
  • Digitale krant
  • Verhuis melden
  • Krant niet ontvangen
  • Help
  • Contact
  • Zoeken
  • Ontdek Otheo
  • Otheo voor Kerk en Leven abonnees
  • Wegwijsinfo Kerk in Vlaanderen
  • Vacatures
  • Abonneer nu
  • Bestel proefpakket
  • Ontvang nieuwsbrief
Nieuwsoverzicht
Columns
Paus Leo XIV
Kerk in Vlaanderen
Otheo Radio
Otheo Magazine
previous
next

Bijbel van A tot Z ~ Haten

In ‘Bijbel van A tot Z’ verklaren we woorden uit de Bijbel. Vandaag: haten. De Bijbel maakt dit ongemakkelijke gevoel bespreekbaar.

Lieve Wouters

Bijbel van A tot Z: haten. De Bijbel maakt dit ongemakkelijke gevoel bespreekbaar.
Bijbel van A tot Z: haten. De Bijbel maakt dit ongemakkelijke gevoel bespreekbaar. © Tynke Van Schaik

Als christenen van deze tijd nemen we het woord ‘haten’ niet graag in de mond. Het klinkt hard en dat is het ook. Haatgevoelens zullen we proberen weg te duwen of te ontkennen. We mogen toch niet haten?!

Niets is verborgen

In de Bijbel komt het woord haten regelmatig voor. De Bijbelse mens staat veel dichter bij de uitersten van zijn gevoelswereld: hij kent momenten van grote vreugde en uitzinnig geluk, maar heeft ook weet van wat er leeft in de diepere regionen van zichzelf. Alle ervaringen mogen in de Bijbel aan bod komen: het geluk en het verdriet, de lofzang en de klaagzang, het goed gevoel en de depressie, de liefde voor de naaste en de ontembare naijver. We hoeven voor God niet verborgen te houden wat er leeft in ons hart. 

In Psalm 139 is dat inzicht een thema geworden: God kent ons beter dan dat wij onszelf kennen. Hij kent ons hart, niets is voor hem verborgen, want wij zijn door hem geschapen: Met al mijn wegen bent u vertrouwd! (139, 3) Die werkelijkheid wordt doorgetrokken tot in de onbewuste lagen van ons zijn:

U was het die mijn nieren vormde,
die mij weefde in de buik van mijn moeder.
Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,
wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt.
Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel. 
(verzen 13-14)

Er is hier sprake van een wel heel intieme relatie tussen Schepper en schepsel! De grondtoon is er dan ook een van vertrouwen: ik mag geheel en al op God vertrouwen, Hij draagt mijn bestaan, wat er ook gebeurt. Omdat hij zeker is dat God hem draagt, durft de psalmist naar zichzelf kijken en naar de donkere kanten van zijn bestaan.

Er zijn mensen die van God niet willen weten, die ‘God noch gebod’ kennen en uit zijn op bloedvergieten (vers 19). De psalmist gaat zover om God te vragen om hen ‘om te brengen’ – iets dat hij dus niet zelf in eigen handen zal nemen. Dan volgen de verzen die door veel mensen weggelaten worden:

Zou ik niet haten wie u haten, HEER,
niet verachten wie tegen u opstaan?
Ik haat hen, zo fel als ik haten kan,
ze zijn mijn vijand geworden. 
(21-22)

Inderdaad, dat klinkt heel hard! De psalmist wordt in zichzelf die gevoelens van haat gewaar en geeft er ook uiting aan. De ander, die bloed aan zijn handen heeft, wordt formeel tot ‘vijand’ gemaakt. Er is op het eerste gezicht geen perspectief meer op eventuele toenadering.

God kent ons beter dan dat wij onszelf kennen. Hij kent ons hart, niets is voor hem verborgen.

Maar dan volgt een strofe die een nieuw licht werpt op die gevoelens van haat:

Doorgrond mij, God, en ken mijn hart,
peil mij, weet wat mij kwelt,
zie of ik geen verkeerde weg ga,
en leid mij over de weg die eeuwig is. 
(23-24)

Op het einde van de psalm vraagt degene die hier in gebed is, dat God zijn hart zou peilen. Want uit dat hart wellen gevoelens van haat op. Maar zijn ze terecht? Zijn ze zuiver? Hoeveel psychologie is er nodig om het eigen aandeel in de compleet verstoorde relatie voor het voetlicht te brengen?

De psalmist realiseert zich dat de diepste kennis van de eigen gevoelens om verheldering van Godswege vraagt: ‘U weet wat mij kwelt, zie of ik geen verkeerde weg ga!’ Door het uitspreken van het vertrouwen én van de negatieve gevoelens in zijn hart, komt de psalmist tot onderscheiding.

Voor het aanschijn van God moet blijken of die negatieve gevoelens kunnen standhouden, dan wel omgebogen kunnen worden naar een constructieve opstelling. Misschien is ‘de vijand’ niet helemaal verloren, misschien kan er toch een wending gegeven worden aan de dynamiek van het kwaad.

Doe jezelf niet beter voor dan je bent

Het is essentieel dat Psalm 139 in zijn geheel wordt gelezen, en dat er geen censuur wordt toegepast door de verzen 19 tot en met 22 eruit te knippen. Want in dat geval doen we onszelf beter voor dan we zijn, en dáár wordt niemand beter van!

Bekijk het hele overzicht van A tot Z

Delen

E-mail
Facebook
X
Print
Laatste aanpassing op 05/01/2026 om 16:54

Lees meer

Bijbel van A tot Z: zegel. Wie gedoopt en gevormd is, draagt in zijn hart het zegel van de heilige Geest, een merkteken dat herinnert aan een onverbrekelijke liefde.

Bijbel van A tot Z ~ Zegel

In ‘Bijbel van A tot Z’ verklaren we woorden uit de Bijbel. Vandaag: zegel. Van een verzegelde brief tot een verzegeld hart en het zegel van de Geest.

Home
Algemeen
  • Inloggen
  • Digitale krant
  • Ontdek Otheo
  • Kerk & Leven abonnees
  • Wegwijs Kerk in Vlaanderen
  • Deelsite op Otheo
  • Vacatures
Klantendienst
  • Abonnementen
  • Proefpakket
  • Nieuwsbrief
  • Verhuis melden
  • Krant niet ontvangen
  • Help
  • Contact
Sociale kanalen
  • Facebook
  • Instagram
  • Twitter
  • YouTube
Liturgische hoogtepunten
  • Advent en Kerstmis
  • Pasen
  • Pinksteren
  • Hemelvaart
  • Allerheiligen en Allerzielen
Bisdommen
  • Bisschoppenconferentie
  • Aartsbisdom Mechelen-Brussel
  • Bisdom Antwerpen
  • Bisdom Brugge
  • Bisdom Gent
  • Bisdom Hasselt
  • Vicariaat Brussel
  • Vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen
© Otheo 2026
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Abonnementsvoorwaarden
  • Vacatures

Nieuw bij Otheo? Ontdek hier wie we zijn en wat we voor je kunnen doen.

CIM