Commentaar Bijbellezing 19/07: ‘Tussen tarwe en onkruid’- Valérie Kabergs
Evangelie: Matteüs 13, 24-30 — ‘Hoe komt het dat er onkruid op staat?’
In die tijd hield Jezus de menigte deze gelijkenis voor: ‘Het Rijk der hemelen gelijkt op een man die op zijn akker goed zaad had gezaaid; maar terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe en ging heen. Toen de halmen opgeschoten waren en vrucht hadden gezet, was ook het onkruid te zien. Nu gingen de knechten naar hun meester en zeiden hem: Heer, ge hebt toch goed zaad op uw akker gezaaid? Hoe komt het dan dat er onkruid op staat? Hij antwoordde hun: Dat is het werk van een vijand. De knechten zeiden tot hem: Wilt ge dan dat we het bijeengaren? Maar hij zei: Neen, ik ben bang dat ge, wanneer ge het onkruid bijeengaart, de tarwe mee uittrekt. Laat beide samen opgroeien tot de oogst, en met de oogsttijd zal ik de maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bussels om te verbranden; maar slaat de tarwe op in mijn schuur.’
Commentaar Valérie Kabergs: ‘Tussen tarwe en onkruid’
Wanneer de evangelielezing van deze zondag het Rijk der hemelen vergelijkt met een man, dan gaat het niet om zomaar om het even welke man. Matteüs verwijst naar Jezus, de Mensenzoon; Iemand die er zijn hele leven mee begaan was om ‘goed zaad’ te verspreiden over de wereld. Helaas is er ook sprake van ‘een vijand’ die er in het geniep onkruid tussen strooit.
Na lezing van de gelijkenis zou je kunnen besluiten dat het goede zaad verwijst naar mensen die het goede betrachten in hun leven. Het onkruid zou dan symbool staan voor hen die zich van God noch gebod iets aantrekken. Wat verderop duidt Matteüs de gelijkenis inderdaad als een onderscheid tussen de ‘kinderen van het koninkrijk’ en de ‘kinderen van het kwaad’, alsof die tweedeling al van op voorhand zou vastliggen en gedoemd is te blijven bestaan. Toch laat de tekst zelf een genuanceerdere interpretatie toe.
Eén element lijkt me daarbij belangrijk: op het moment dat de vijand zijn onkruid komt zaaien tussen de tarwe, zijn de mensen aan het slapen. Deze mensen vallen dus niet samen met hetzij de tarwe, hetzij het onkruid. Het mengsel van tarwe en onkruid symboliseert veeleer een mengeling van goed en kwaad die deze mensen in de toekomst zal omringen en vanzelfsprekend ook invloed op hen zal uitoefenen.
In die gemengde realiteit staan we ook vandaag. Dagelijks werpt zich de vraag op door wat we ons laten voeden: door de tarwe of door het onkruid? Vaak zullen we niet beseffen dat hetgeen we als tarwe beschouwen eigenlijk onkruid is of er hier en daar toch iets van bevat. Ook het omgekeerde gebeurt: wat we bijna achteloos als onkruid terzijde laten liggen, kan in wezen tarwe zijn.
Jezus gaat voorbij aan een te gemakkelijke tweedeling. Hij laat tarwe en onkruid samen opgroeien. Mensen krijgen de vrijheid om gaandeweg zelf te ontdekken waar de tarwe te vinden is en waar het onkruid hindert. In plaats van het werk van de duivel uit te schakelen, vertrouwt hij op het onderscheidingsvermogen van de mensheid. Jezus vertrouwt ook op de kracht van zijn tarwe. Hoeveel onkruid zich ook tussen de tarwe heeft genesteld, op een bepaald moment zal die tarwe zo sterk zijn dat hij klaar is om te worden geoogst. Al wie zich door die tarwe laat voeden, kan naar het voorbeeld van de Mensenzoon zelf een man of vrouw worden die goed zaad verspreidt.
Valérie Kabergs is redactrice bij Otheo en bijbelblogster.

