Commentaar Bijbellezing 30/8: ‘Rots en struikelsteen’ - Koen Vanhoutte
Evangelie: Matteüs 16, 21-27 — ‘Wie zijn leven wil redden, zal het verliezen’
In die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan; dat Hij daar veel zou moeten lijden van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, maar dat Hij na ter dood gebracht te zijn, op de derde dag zou verrijzen. Toen nam Petrus Jezus ter zijde en begon Hem ernstig daarover te onderhouden: ‘Dat verhoede God, Heer! Zoiets mag U nooit overkomen!’ Maar Jezus keerde zich om en zei tot Petrus: ‘Ga weg, satan, terug! Gij zijt Mij een aanstoot, want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.’ En daarna tot zijn leerlingen: ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden. Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen, als dit ten koste gaat van eigen leven? Of wat zal een mens kunnen geven in ruil voor zijn eigen leven? Want de Mensenzoon zal komen in de heerlijkheid van zijn Vader, vergezeld van zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden.’
Commentaar Koen Vanhoutte: ‘Rots en struikelsteen’
Simon kreeg het goed gezegd toen hij Jezus beleed als Gezalfde en Zoon van de levende God. Jezus wenste hem geluk en schonk hem veel vertrouwen. Simon zou de stevige rots worden waarop de prille leerlingen-gemeenschap kon bouwen.
Het gesprek eindigde verrassend met een spreekverbod.
Het gesprek eindigde verrassend met een spreekverbod. De leerlingen mochten aan niemand vertellen dat Jezus de Gezalfde is. Ze moeten zwijgen om eerst nog goed naar Jezus te luisteren. Hij wil eerst verduidelijken op welke wijze Hij Gods Gezalfde zal zijn. Zijn leerlingen verwachten een Messias die aan het godsvolk de glans zal teruggeven uit de tijd van David en Salomo. Ze hopen op zijn krachtige en opvallende tussenkomst om de vreemde bezetters terug te dringen. Ze kunnen hun oren niet geloven als Jezus het heeft over de religieuze overheden die Hem de dood willen aandoen. De aankondiging dat Hij dwars door lijden en dood naar nieuwe leven zal gaan, komt hard aan bij de leerlingen. Met dit vooruitzicht zakt hun toekomstdroom als een soufflé in elkaar. Petrus kan het niet aanhoren en protesteert. Hij roept de hemel te hulp om Jezus’ roemloze ondergang te voorkomen.
Jezus zet Petrus op zijn plaats. De rotsman wordt een struikelsteen wanneer hij Jezus wil beletten zijn weg naar Jeruzalem te gaan. Petrus mag zich niet laten leiden door duivelse gedachten. Hij mag Jezus niet hinderen om trouw te blijven aan de zending die God Hem toevertrouwde, ook als het de prijsgave van zijn leven vraagt. Voor Petrus en de andere leerlingen is er maar één goede plaats: achter Jezus aan!
Rots en struikelsteen liggen dicht bijeen. We kennen allen mensen die we honderduit vertrouwen, maar ons toch wel eens zwaar ontgoochelen. We kennen ons eigen hart. Soms gaan we met overtuiging en enthousiasme als christen door het leven. Soms vallen we laag. We geven het op als het moeilijk wordt. Onze trouw aan de Heer blijkt kortademig. Dan zien we in trouwe navolging meer verlies dan winst. We snappen echt nog niet dat achter Hem aan blijven gaan de beste levensweg is.
Wat een geluk als Jezus ons eens goed op onze plaats zet.
Koen Vanhoutte is hulpbisschop in het aartsbisdom Mechelen-Brussel.

