Commentaar Bijbellezing 02/08: ‘Evangelisch rekenen’- Koen Vanhoutte
Evangelie: Matteüs 14, 13-21 — ‘Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen’
In die tijd voer Jezus in een boot naar een eenzame plek om alleen te zijn. Maar het volk kwam dit te weten en zij gingen Hem vanuit hun steden te voet achterna. Toen Hij bij zijn landing dan ook een grote menigte zag, kreeg Hij diep medelijden met hen en Hij genas hun zieken. Tegen het vallen van de avond kwamen zijn leerlingen naar Hem toe en zeiden: ‘Deze plek is eenzaam en het is al laat op de dag. Stuur dus het volk weg om in de dorpen eten te gaan kopen.’ ‘Het is niet nodig dat zij weggaan - zei Jezus hun - geeft gij hun maar te eten.’ Doch zij antwoordden: ‘Wij hebben hier niet meer dan vijf broden en twee vissen.’ Waarop Jezus sprak: ‘Brengt die dan hier.’ En Hij gaf opdracht dat het volk zich zou neerzetten op het gras. Hij nam de vijf broden en de twee vissen, sloeg de ogen ten hemel, en nadat Hij de zegen had uitgesproken, brak Hij de broden die Hij aan zijn leerlingen gaf en de leerlingen gaven ze weer aan het volk. Allen aten tot ze verzadigd waren en aan overgebleven brokken haalde men nog twaalf volle korven op. Het waren ongeveer vijfduizend mannen die hadden gegeten, vrouwen en kinderen niet meegerekend.
Commentaar Koen Vanhoutte: ‘Evangelisch rekenen’
Na een drukke dag vraagt Jezus zijn leerlingen om een grote menigte eten te geven. Hun rekensom is vlug gemaakt. De vijf broden en de twee vissen waarover ze beschikken, stellen in hun ogen niks voor. Vijf plus twee is voor hen gelijk aan nul. Jezus geeft hen een onmogelijke opdracht. Ze hebben gelijk zolang ze Jezus niet mee rekenen.
Op zijn woord brengen ze hun schamele gaven bij Hem. Hij neemt ze aan en spreekt een zegengebed. Ze zijn getuigen van het wonder dat bij Jezus het breken van de broden tot vermenigvuldiging leidt. Een amper te tellen menigte van meer dan vijfduizend mensen ontvangt voedsel in overvloed. Het wordt duidelijk dat nieuwe, messiaanse tijden aanbreken. Waar Jezus breekt en deelt, zijn tekenen te vinden van Gods komende Rijk waarin niemand gebrek leidt. De leerlingen vertrokken van een zero startpositie. Jezus brengt hen in het oneindig-perspectief van de onvermoede volheid van leven die God wil aanbieden.
Maar welke plaats heeft de levende Heer in ons Kerkverhaal? Telt Hij nog mee? Stappen we met onze beperkte mogelijkheden naar Hem?
Met krimpende kerkcijfers houden ook wij het graag bij nuchtere optelsommen. Met minder mensen, middelen en energie rekenen we ons niet rijk. We verliezen veel, de minpunten zijn talrijk. We achten ons nog tot weinig in staat. We zien dikwijls niet goed meer welk levengevend voedsel we met de wereld kunnen delen. We hoeven die werkelijkheid niet te verbloemen. We zijn arm geworden. Maar welke plaats heeft de levende Heer in ons Kerkverhaal? Telt Hij nog mee? Stappen we met onze beperkte mogelijkheden naar Hem? Wie we zijn, wat we hebben, kennen en kunnen, zal Hij graag zegenen. En als we bij Hem komen in geloof en gebed, zullen we getuigen zijn van kleine en soms grote wonderen. We zullen het aandurven om in zijn voetspoor te delen wat we hebben, hoe klein ook. We zullen merken hoe velen er levenskracht en levensvreugde in vinden. We hadden niet gedacht of verwacht dat onze kleine maar door Jezus gezegende bijdrage zoveel kan betekenen voor het levensgeluk van velen.
Zo vangen we signalen op van een nieuwe wereld die komt. Wat weinig of niets voorstelt, maar door Jezus gezegend is, komt velen ten goede. Godzijdank.
Koen Vanhoutte is hulpbisschop in het aartsbisdom Mechelen-Brussel.

