Geen broodvermenigvuldiging of over water lopen in Ceuta – Stijn Van den Bossche [Bijbelcommentaar]
Het evangelie van deze zondag (Matteüs 14,22-33) vormt een tweeluik met dat van vorige week, toen over de broodvermenigvuldiging (Matteüs 14,13-21). Het haalt even de sluier weg, en het toont ons iets van het onvoorstelbare waar het eigenlijk om gaat wanneer in Jezus God de mens de hand komt reiken. Ik wil dat op een tweevoudige wijze benaderen: vanuit de evangelietekst en daarna ook even vanuit de actualiteit.
Bekijken we eerst de tekst van wat naderbij. De broodvermenigvuldiging is net afgelopen. De mensen zijn gesterkt, ook de leerlingen zijn gesterkt. Zij mogen alvast naar de overkant varen. Wanneer Jezus en de leerlingen elkaar verlaten, zien we twee tegengestelde wijzen van alleen zijn ontstaan, die het Engels goed kan onderscheiden: solitude en loneliness.
- Enerzijds is er Jezus, die ook de mensen naar huis zendt, en dan de berg op gaat, om bij zijn Vader te zijn. Wanneer de tekst zegt ‘de nacht viel, en hij was daar helemaal alleen’, weerklinkt daarin geen relatieloosheid, maar veeleer de diepste relatie, het intieme bij de Vader zijn van Jezus, alleen zijn in verbondenheid, we lezen wel vaker in het evangelie dat Jezus dit doet. Dit is solitude, zoals ze aan de ingang van de trappistenabdij van West-Vleteren de bezoekers verwelkomt: Beata solitudo – sola beatitudo: gelukkige eenzaamheid is ons enige geluk. Jezus’ alleen zijn is dus een verbonden zijn met de Vader.
- De andere wijze van alleen zijn is die van de leerlingen, die alleen het water opgaan. Alleen betekent hier: zonder Jezus, ook al zijn ze samen als leerlingen. Alleen zijn betekent hier niet ‘verbonden zijn’, maar er alleen voor staan: loneliness, alleen-zijn. Het is dit alleen zijn dat ons doet smeken: ‘Heer, reik ons uw hand!'
Onzekerheid en angst
Het water staat in de bijbel wel vaker voor doorgang, verandering, het onstabiele, de grond onder je voeten verliezen, het bedreigende, ja soms de dood. Het is een oerervaring van de joden dat God in de Rode Zee een doorgang door het woelige water aanreikt, naar Hem toe. Ook hier zwoegen de leerlingen op het water. Als je het zonder Jezus moet rooien, en de wind zit wat tegen, dan wordt het leven zwaar, dan teisteren de golven het bootje van ons leven, het bootje van de Kerk ook (dit is een veel gebruikt beeld bij de Kerkvaders), met Petrus in een hoofdrol.
En dan gebeurt het. Midden in de nacht komt Jezus over het water naar hen toe. Jezus loopt over het water, en de wind en de golven deren hem niet. Een filmregisseur belandt hier in de problemen: hoe kan je nu een man rustig op het water laten wandelen, peripatein staat er in het Grieks, zoals Aristoteles al wandelend filosofieles gaf, peripatein, terwijl de boot geteisterd wordt door de golven?
We moeten ons niet verliezen in bespiegelingen over de vraag hoe Jezus over het water kon wandelen, maar zoeken naar betekenis ervan.
Wij moeten ons niet verliezen in bespiegelingen over hoe kan dat of is dit echt gebeurd, maar op zoek gaan naar de betekenis, de waarheid die hier oplicht in wat het verhaal tekent en betekent.
Even zien we Jezus hier zoals hij waarlijk is: als Heer van de wind en de golven. Even toont Jezus zijn ware gedaante, en hij zegt het ook: wees gerust, ik ben het. Ego eimi staat er in het Grieks; en dat is precies de vertaling van de Godsnaam ‘Jahweh’ zoals Mozes die vernam bij het brandende braambos: Gods naam is ‘ik ben’, in de betekenis van ‘ik zal er zijn voor u’. Wees gerust, ik ben ‘ik zal er zijn voor u’. Jezus openbaart hier zichzelf in zijn volheid, hij laat zich even kennen aan de leerlingen als mens én God. In hem reikt God ons de hand.
Het verhaal bereikt zijn eerste hoogtepunt: God komt ons in zijn Zoon zelf tegemoet, komt zelf door het woelige water om in ons bootje plaats te nemen en wind en golven te kalmeren.
Zouden wij ons daaraan durven toevertrouwen, dat Jezus aan boord komt in ons leven, wat er ook gebeurt?
Petrus probeert het: als de Heer hem roept zal ook hij over het water kunnen lopen. ‘Kom’, zegt Jezus eenvoudig. Maar Petrus’ geloof volstaat niet en vanuit zijn angst gaat hij ten onder. Maar zijn ondergaan in het water wordt een doopsel, waarin Jezus hem de hand reikt, hem redt en overeind helpt, hem doet verrijzen uit het water van de dood. Ja, Petrus’ rotsvaste christen zijn, groeit slechts geleidelijk uit het zich de hand laten reiken en zich de voeten laten wassen, uit het leren ontvangen wie hij mag zijn in plaats van op eigen krachten te moeten vertrouwen. Is dat niet ook de betekenis van ons doopsel, het sacrament van het geloof, waarin ook wij allen zijn ondergedompeld en God ons in Jezus Christus de hand heeft gereikt? Wie dat gezien heeft, kan zoals de leerlingen op de knieën vallen en zeggen: 'Waarlijk, Gij zijt de zoon van God.'
Ik kon het drama van de 70.000 misleide Marokkaanse vluchtelingen die Ceuta overrompelden, deze week maar niet uit mijn hoofd zetten.
En hierbij nu een actualisering van het tweeluik van vorige week en vandaag, of hoe een bijbeltekst ons op vandaag kan ‘aanspreken’, ons kan roepen zelfs.
Geen broodvermenigvuldiging in Ceuta
Ik kon deze week niet goed het gebeuren in Ceuta uit mijn hoofd zetten, waar 70.000 Marokkanen, misleid door allerlei berichten, overstaken naar de Spaanse enclave, vaak via een levensgevaarlijke zwemtocht waarin een honderdtal het leven lieten. Hun aankomst daar geleek helaas op een niet-broodvermenigvuldiging. Tot hun verbazing was er geen eten en drinken zoals hen was bericht, en konden zij niet door naar het Europese vasteland, en voelden zij zich niet welkom.
Dat is zelfs geen verwijt aan de stad Ceuta: een stad van 84.000 inwoners kan niet ineens een mensenmassa van 70.000 voeden. We hoorden het vorige week nog in de evangelielezing en homilie: we mogen het verhaal van de broodvermenigvuldiging niet moraliserend verkleinen alsof er eigenlijk toch genoeg voedsel bleek toen iedereen zijn brooddoos opende. Echt het brood vermenigvuldigen voor zo velen, dat kon enkel Jezus, die brood van eeuwig leven serveert. Wij mensen botsen hier op onze onmacht. Wij zijn alvast wel ertoe geroepen brood van eeuwig leven te delen met onze Afrikaanse zusters en broeders. Daarover zou veel meer kunnen worden gezegd, al zou het de acute voedselcrisis in Ceuta niet meteen oplossen.
Wat zou het betekenen als Jezus vandaag een bootje met vluchtelingen dat geteisterd wordt door de golven, tegemoet komt?
Maar hier wil ik nog iets zeggen bij het verhaal van vandaag. Wat zou het betekenen als Jezus vandaag een bootje met vluchtelingen dat geteisterd wordt door de golven, tegemoet komt? Ik zag onlangs een Duitse film gebaseerd op ware feiten, getiteld 23.000 levens (hij staat op Netflix). Een Duitse jongeman wordt gegrepen door de velen die omkomen op de Middellandse Zee in hun poging Europa te bereiken voor een beter leven. Hij wil absoluut iets doen voor hen.
De film heeft totaal geen christelijke duiding, maar die jongen is voor mij wel als Petrus die Jezus hoort roepen: ‘Kom’. Hij besluit als 20-jarige een schip te kopen om vluchtelingen op zee op te vissen. Hij onderbreekt zijn studies, vindt sponsoring, en slaagt er in ‘over water te wandelen’, versta: een reddingsschip voor 150 personen op te tuigen en met vrienden op missie te gaan op de Middellandse Zee, wat niemand aanvankelijk voor mogelijk had gehouden.
Indrukwekkend zijn de beelden wanneer zij ’s nachts naar een zinkend bootje overladen met vluchtelingen varen en die mensen redden van een gewisse dood. Is dat niet een prachtig hedendaags beeld van Jezus die over het water naar de drenkelingen toe komt en hen de hand reikt?
Maar ook die Duitse jongen zal beginnen zinken wanneer hij zoals Jezus wil doen: er zijn de agressieve Libische kustwacht die het schip boycot, andere problemen én vooral ook de Europese unie die de jongeren gaat beschuldigen van hulp aan mensensmokkelaars, waarop zeer strenge gevangenisstraffen staan.
Daar is uiteindelijk een proces van gekomen waarin de jongeren pas jaren later volledig zijn vrijgesproken en hun activiteit erkend werd als mensen redden op zee. In zeven jaar missies hebben zij met hun boot 23.000 drenkelingen aan boord genomen en gered. Nog veel meer zijn er helaas in die periode verdronken. Maar deze jongeren zijn, al dan niet bewust, sacrament geweest, werkzaam teken, van Jezus die ons redt van de dood. Zij nemen mijn en wellicht uw onmacht niet weg. Maar laten wij minsten bidden dat Jezus ons armzalige beetje brood vermenigvuldigt voor de grote noden van de wereld. En als we in ons leven een ‘Kom’ horen van Jezus, vaak in het kleine alledaagse en soms in het buitengewone, dat we dan durven vertrouwen zoals Petrus dat Jezus ons bij de hand wil nemen, ons opricht en ons op missie zendt.

