Commentaar Bijbellezing 27/09: ‘Over een mysterieuze wonde’ - Nikolaas Sintobin
Evangelie: Matteüs 21, 28-32 — ‘Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?’
In die tijd zei Jezus tot de hogepriesters en de oudsten van het volk: ‘Wat denkt ge van het volgende? Een man had twee zonen. Hij ging naar de eerste toe en zei: Mijn zoon, ga vandaag werken in mijn wijngaard. Goed vader - antwoordde deze - maar hij deed het niet. Toen ging hij naar de tweede en zei hetzelfde. Deze antwoordde: Neen, ik wil niet; maar later kreeg hij spijt en ging toch. Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?’ Zij antwoordden: ‘De laatste’. Toen zei Jezus hun: ‘Voorwaar, Ik zeg u: de tollenaars en de ontuchtige vrouwen gaan eerder dan gij het Rijk Gods binnen. Johannes kwam tot u en beoefende de gerechtigheid; toch hebt gij hem geen geloof geschonken, terwijl de tollenaars en de ontuchtige vrouwen hem wel geloof schonken. Maar zelfs nadat ge dit hadt gezien, zijt ge toch niet tot inkeer gekomen en hebt ge hem geen geloof geschonken.’
Commentaar Nikolaas Sintobin: ‘Over een mysterieuze wonde’
Fouten maken is menselijk. Het toegeven hiervan kan moeilijk zijn. Je wil die fouten gewoon niet. Het is zoveel meer voor de hand liggend om je ongenaakbaar te barricaderen achter je eigen grote gelijk. Soms tegen beter weten in.
Hier gaat het over bij de broers waar Jezus over vertelt. De een hult zich in een schijnbaar volmaakte gehoorzaamheid. Ze blijkt onecht te zijn. Hij gaat af als een gieter. De andere broer is rebels, ligt dwars, doet moeilijk. Je kan echt niet uitpakken met die jongen. Hij durft zichzelf echter in vraag te stellen. Hij bekeert zich. Zo niet met woorden, dan zeker met daden. Het is duidelijk naar wie Jezus’ sympathie uitgaat.
Waarom lijkt dat erkennen van eigen armoede en beperktheid, aan de ene kant, in te gaan tegen onze spontane reflex, en is het, aan de andere kant, zo bevrijdend en rustgevend? Is het een illustratie van het aloude verwijt dat christenen maar happy kunnen zijn als ze zich schuldig voelen? Of zegt het iets over het mysterie van het menszijn?
Op een bepaald ogenblik tijdens het proces van Jezus doet Pilatus een vreemde uitspraak over Hem. Hij zegt, wijzend naar Jezus: ziehier de mens – ecce homo. Pilatus zegt dit over een gemarteld en vernederd man. Zegt hij hiermee dat het eigen is aan ons mensen van op de een of de andere wijze gebroken te zijn? Pilatus moet met die woorden iets heel waar hebben uitgedrukt. Anders zou Johannes ze niet in zijn evangelieboek hebben opgenomen.
Dit kan wat akelig klinken. Toch raakt Pilatus hier aan de kern van de Blijde Boodschap. We hoeven geen angst of schaamte te hebben voor onze kwetsbaarheid, onze kleinheid en onze armoede. Zalig zij die arm zijn, leert Jezus ons in de zaligsprekingen.
Perfecte mensen hebben iets akeligs. We voelen dat het niet klopt.
Onze gebrokenheid is de mysterieuze wonde waarlangs Gods genade ons leven binnen kan stromen. Neen, dit is geen ziekelijke lofzang op zieligheid. Het is wel een uitnodiging tot nederigheid. Jezus leert ons dat de grootheid van de mens hierin bestaat dat we ons steeds meer openen voor de gave van Gods leven en liefde. Dat heet nederigheid.Het maar een mens zijn is dus niet ons noodlot. Het is toegangspoort tot de ware schoonheid. Perfecte mensen hebben iets akeligs. We voelen gewoon dat het niet klopt. Hoogmoedige mensen stoten af. Nederige mensen trekken aan. Nederigheid opent de deur naar God en de medemens. Daarom net maakt nederigheid groot.
Nikolaas Sintobin is jezuïet. Hij is internetpastor en schrijver.


