Laatste twee zwartzusters verlaten Veurne en keren terug naar Brugge
Binnenkort verlaten de laatste twee Vlaamse zwartzusters de stad Veurne en keren ze terug naar Brugge. Daarmee komt een einde aan een tijdperk dat begon in de vijftiende eeuw, toen enkele zwartzusters zich vestigden in de Zwarte Nonnenstraat en na enige tijd een rusthuis openden in de Daniel Dehaenelaan met zo’n dertigtal woongelegenheden. De congregatie groeide sterk, met als hoogtepunt de oprichting van de Sint Augustinuskliniek in 1960 aan de rand van de stad.
Kastanjeboomzusters
Voorheen waren de zusters in Brugge bekend als Kastanjeboomzusters, verwijzend naar de straat waarin de gemeenschap zich bevond, de Kastanjeboomstraat. Ze waren in Brugge actief vanaf 1361, ontstaan ten tijde van de Pest, de Zwarte Dood, wat de naam Zwartzusters verklaart. Ook stonden ze bekend als de Zwartzusters van Bethel, wat in de Joodse geschiedenis ‘Huis van God’ betekent. Ze kregen hun eerste leefregel, kozen de regel van Sint Augustinus en droegen een zwart kloosterkleed met een zwarte sluier en een zwart scapulier. Later werd dit grijs, zonder kap.Zwaar werk
Dat de inwoners van Veurne de zusters zullen missen, is duidelijk. Een van hen getuigt: ‘Ik heb alle respect voor deze congregatie. We hebben gezien hoe de zusters zich inzetten, zonder veel woorden, maar uiterst gedienstig. Denk aan de tijd dat er nog geen uitvaartcentrum was om de lichamen te bewaren. En aan die kleine zuster met haar voorschoot die de overledenen verzorgde en opbaarde. Een groot deel van haar leven was ze in contact met zware producten om elk dood lichaam te verzorgen. Zwaar werk, maar ze deed het met hart en ziel. Telkens diende ze mensen met een blik van verbondenheid. Er was licht van de verrijzenis in de ogen van die zuster. Jammer dat veel van wat met de katholieke kerk te maken heeft, vandaag verdwijnt.’
Er was licht van de verrijzenis in de ogen van die zuster.
Johannes-Rigobert, priester in Veurne, kent zuster Godelieve en zuster Jacqueline al een tijdje. Hij zorgde ervoor dat ze elke dag konden communiceren over het heilig sacrament. Johannes zegt: ‘Ik ervaarde hen als dankbare zusters die, ondanks gezondheidsproblemen, diep blijven in hun woorden en wijs in hun denken. Ze hebben veel moeten werken. Zo zette zuster Godelieve zich dag en nacht in voor de vrouwen in de materniteit. Het ging niet alleen om werken voor die vrouwen, maar het was ook een stuk pastoraal werk. Het onrustige hart van een zwangere vrouw kon de blik kruisen van een warme zuster die haar kon geruststellen. Volgens het woord van Jezus: zieken nabij zijn, zorgen voor de zwaksten en luisteren naar mensen in nood.’
Een nieuwe bladzijde
Het klooster in Veurne wordt binnenkort afgebroken en behoort volledig tot het woonzorgcentrum Maria Troost. Zo lijkt een werk ten einde te lopen, maar een nieuwe bladzijde opent zich. Hoewel de zusters graag in Veurne woonden, keren ze nu terug naar de bron, naar het moederklooster in Brugge en dus ook naar hun eerste taak van het religieuze leven: getuigen van een dagelijks gebedsleven. Ze gaan er om te rusten en te bidden en zullen blijvend ‘Goede vruchten dragen’ (Bonos fructus facere), zoals de spreuk van de zwartzusters luidt.
Het getuigenis van de zusters is krachtig en verdient een groot applaus.
Johannes Rigobert
Priester Johannes: ‘Vandaag onthouden we vooral de negatieve dingen die de Kerk in een crisis stortten. Maar het is ook mogelijk de successen te bewonderen die we in de loop van de geschiedenis vinden en die zin geven aan ons dagelijkse leven. Het getuigenis van de zusters is krachtig en verdient een groot applaus. Hun levens, soms vergeten, verdienen het verteld te worden aan de komende generaties. De eeuwenoude congregatie die al die tijd ten dienste stond van onze naasten, moet ons blijven inspireren. In tijden van crisis moet de westerse wereld leren kijken naar de kiemen van de hoop die de bron zal zijn van nieuw leven.’




