Meegemaakt: een muzikaal ritueel in het Begijnhof van Brugge
WAT: Concert CHVE (Colin H. Van Eeckhout)
WANNEER: zaterdag 27 september 2025
WAAR: Begijnhofkerk Brugge
WIE: Cultuurcentrum Brugge in samenwerking met Brugge Plus in het kader van 800 jaar Begijnhof Brugge
HOEVEEL: 250 toeschouwers (uitverkocht)
DUUR: van 17.00 tot 18.00 uur
VOOR OTHEO TER PLAATSE: Otheo-eindredacteur Piet De Loof
Vooraf
Achterin de kerk elektronica en een mengpaneel, vooraan een minipodium met een stoel en microfoon. Het lijkt de setting voor een kerkconcert als een ander, maar dat is het niet. Hier speelt straks, solo, Colin H. Van Eeckhout. Hij is de frontman van Amenra, een metalgroep die wereldwijd optreedt. Het is zowat het enige wat ik vooraf weet en ook wil weten. Het wordt iets met een draailier, ja. En met vuur. Het is 17 uur en het wordt donker in de Begijnhofkerk in Brugge.
Wat ik meemaak
De kerk is uitverkocht. Dat heb ik altijd vreemd gevonden, dat idee. Het lijkt mij dat je in een kerk altijd wel ergens kunt zitten, leunen of staan, maar misschien heeft het wel met de brandveiligheid te maken, gezien dat vuur. Het publiek bestaat uit een curieus mixtum van een klassiek concertpubliek, metalfans met T-shirts van Amenra of geestesverwante groepen en avontuurlijk geklede en geschminkte jongelui.
Tijdens het wachten vertelt Wikipedia me dat Amenra de samentrekking is van Amen en Ra, de Egyptische zonnegod die zich vaak in kruiswoordraadsels openbaart. De band bestaat al een kwarteeuw, tourt door Europa en Amerika, hun optredens zijn als rituelen en gaan over licht en duisternis, leven en dood, veel invloeden van religies. Naast mij zit een jong Nederlands stel en een oudere dame die na afloop enkel zal verzuchten: ‘Ja, ’t is een speciaal manneke …’
Dat speciaal manneke, Colin H. Van Eeckhout, komt iets na 17 uur wat bedremmeld uit de zijbeuk en hurkt neer voor zijn podium. Al snel flakkert een vuurtje op — daar heb je 't! Colin gaat zitten en neemt een draailier vast, een hybride combinatie van een langwerpige viool en een doedelzak. Alleen worden de snaren niet aangestreken met een strijkstok, maar met een wieltje dat door de muzikant wordt aangezwengeld. Het is een instrument dat me even moeilijk te bespelen lijkt als dat het juist te omschrijven is. Voorts moet ik denken aan The Hurdy-Gurdy Man(een psychedelisch sixtieslied van Donovan) enDer Leiermann (Franz Schubert, het slot uit Die Winterreise), hoewel er in beide niet eens een draailier te horen is.
Met een lange, donkere grondtoon zwengelt Colin H. Van Eeckhout het optreden op gang. Hij begint te reciteren, daarna te zingen, het is Engels, het zijn repetitieve frasen gekleurd met veel ‘darkness’. De dreunende bourdon domineert de sfeer. Het geluid wordt voller en voller en het duurt even eer ik besef hoe dat komt: de geluiden van de draailier, de stem en later ook van een trommel worden meteen opgenomen en in een ‘loop’ weer afgespeeld. Zo ontstaat een eindeloze stream of music die steeds verder opbouwt. Het is bezwerend en repetitief, maar verveelt geen moment.
Na drie nummers hurkt CHVE neer bij het intussen gedoofde vuur. Ik vermoed dat hij het weer wil aanwakkeren, maar nee: hij maakt geluiden met voorwerpen, wellicht stenen of blokken hout die hij tegen elkaar wrijft en slaat. Jammer genoeg kunnen alleen de eerste rijen zien wat er precies aan de hand is, al daagt het de rest van de kerk dan weer uit om scherper te luisteren. Her en der zie je even iemand opwippen in een poging om te zien wat er gebeurt, als een zwemmer die naar adem hapt. De nieuwe geluiden worden mee opgenomen in een nieuw klankweefsel en zo ontspringt weer een nieuw nummer.
‘Ge zijt er bijna vanaf’, grijnst Colin na dat nummer tot het publiek, en dat is jammer, want het is een wat harde landing na de sfeer die hij zonet heeft opgebouwd. Muzikanten die het publiek toespreken, ik heb er altijd gemengde gevoelens bij gehad. Soms zijn ze niet te verstaan, soms hebben ze niets te zeggen, soms een combinatie van beide. Maar bij CHVE valt het mee. Hij vertelt over een filmpje dat hij op zijn smartphone zag passeren: kinderen in een oorlogsgebied die muziekles krijgen. Boven hun hoofden hangt een drone. Ze proberen het zoemende geluid ervan te overstemmen door op dezelfde toonhoogte te zingen. Met hoe meer ze zijn, hoe beter ze het geluid van de dreiging kunnen neutraliseren. Na twee mislukte pogingen ('t Gaat vandaag niet lukken’) reciteert Colin een oosterse of Arabische frase die elektronisch wordt herhaald en daardoor steeds meer op een koor gaat lijken. Een indrukwekkend slot dat niemand heeft zien aankomen.
Lees ook
Na afloop vormt zich vooraan een kijkfile om te zien waarmee halverwege die extra geluiden werden gemaakt. Het blijken stenen te zijn. De grootste zijn kasseien van het formaat dat een winnaar van Parijs-Roubaix krijgt, de kleinste zijn keien. Straks, om 20 uur, speelt CHVE het concert een tweede keer.
In hoeverre zal dat anders zijn, vraag ik mij af.
Achterin de kerk tref ik zuster Stephanie, een van de ambassadrices van Open Monumentendag. Zuster Stephanie is 86 en je verwacht halvelings dat ze het concert zal affakkelen, maar nee: ze is danig onder de indruk, rauw vond het ze het, en ze verbaast de omstaanders met een fantasierijke beschrijving van donkere wouden en andere mystieke beelden die de muziek bij haar opriep. Het lijdt geen twijfel dat de zuster straks ook de tweede sessie wil meemaken.
Achteraf
Wat was dit nu? Een concert, een ritueel, een act? Het is met weinig te vergelijken en ik wou dat ik dat vaker kon zeggen. Blij dit te hebben meegemaakt.
Tekst: Piet De Loof


















