Recordaantal pelgrims naar Compostela: is de spirituele tocht meer een sportieve uitdaging geworden?
Nooit eerder wandelden of fietsten zoveel pelgrims naar Santiago de Compostela als in 2025. Voor het eerst werd de grens van een half miljoen (geregistreerde) pelgrims overschreden. In 2024 was er al een stijging van 12%. Etienne Van Camp, ervaren pelgrim en auteur van het boek Dicht bij de hemel maar eerst iets eten, staat in onderstaande gastbijdrage stil bij de almaar stijgende populariteit van de camino.
Pelgrimsvereniging, of een wandel- en fietsclub?
Tijdens een verblijf van enkele dagen in het benedictijnerklooster van het Noord-Spaanse Rabanal, pal op de Camino Francés, stelt een monnik dat de pelgrimsweg naar Compostella eindigt in Santiago. Verder gaan, naar Finisterra bijvoorbeeld, is niet aan de orde voor Peregrinos, maar voor ‘Turigrinos’, zegt hij lachend. En Turigrinos zijn er vandaag veel.
Peregrinatio is afgeleid van ‘per’ (doorheen) of ‘peregre’ (uit een vreemd land), en ‘ager’ (akkerland), met andere woorden: reizend door akkerland, door ‘den vreemde’. Als metafoor voor het leven zelf kan dat tellen. Zijn we niet allen onderweg, trekken we niet altijd verder? Augustinus verwijst naar een pelgrimstocht als een reis naar het innerlijk van ons hart1. Hij moedigt ons aan steeds verder te trekken en niet stil te staan of te dralen, maar voort te maken om zo te vorderen en te groeien in onze ontwikkeling tot liefde. Want de mens is altijd onderweg; hij kan namelijk nooit zeggen: ‘nu ben ik een goed mens’.
Een Turigrino heeft in wezen slechts één uitdaging: het leveren van een fysieke inspanning naar het doel dat hij voor ogen heeft gesteld, namelijk aankomen in het bedevaartsoord. Een pelgrim voegt daar de uitdaging aan toe dat hij een reis onderneemt naar zijn innerlijk, naar meer inzicht in wat werkelijk belangrijk is. Dat kan zich tonen in de stilte en onbewogenheid van zijn diepste zelf. Daarvoor zijn echter geduld, openheid, volharding, aanpassingsvermogen en eenvoud nodig. De pelgrim moet toegewijd zijn en zich willen en durven bezinnen.
De vraag is of een pelgrimsgenootschap vandaag niet te veel nadruk legt op het spirituele en religieuze karakter van het pelgrimeren.
Er bestaan talloze genootschappen die pelgrims begeleiden, naar Guadalupe en Santiago, Assisi en Rome, Mount Athos en Mount Sinaï, het Japanse Shikoku en Kumano Kodo, of de Tibetaanse Mount Kailash. De vraag is of een pelgrimsgenootschap vandaag niet te veel nadruk legt op het spirituele en religieuze karakter van het pelgrimeren. Zou het zich niet beter aanpassen aan de ‘nieuwe tijd’, waarin een tocht vaker wordt gezien als een mentale, sportieve en fysieke uitdaging? Daarbij zouden verwijzingen naar de religieuze oorsprong van pelgrimswegen en naar concepten als ‘ziel’ en ‘geest’ beter achterwege gelaten worden. Het zou potentiële wandelaars-leden kunnen afschrikken. Om het met de woorden van de monnik te zeggen: moet een pelgrimsvereniging zich heruitvinden tot een wandel- en fietsclub van en voor Turigrinos, die de zogenaamd wat oubollige sfeer van de Peregrinos achterwege laat?
Het is een legitieme vraag.
Begin jaren zestig was Santiago een klein bedevaartsoord. Vandaag arriveren er jaarlijks een half miljoen pelgrims. Niet iedereen is daarbij ‘pelgrim’, maar de meerderheid heeft wel een bepaald ‘hoger doel’ voor ogen om deze weg te gaan. Dat gaat van verwerking van een tragisch voorval, een afscheid, zuivering, boetedoening, herbronning enz. Dat sommigen de camino lopen om later te kunnen zeggen dát ze hem gelopen hebben, is op zich niet erg, maar of we die Turigrinos daarin moeten aanmoedigen, is een andere vraag. Dat lijkt niet de taak van een pelgrimsvereniging en zal zeker niet tot warme verbondenheid of verinnerlijking voeren.
Secularisatie vs. religiositeit
Een eerste moeilijkheid is vast te stellen of er werkelijk sprake is van een radicale verschuiving naar secularisatie. Gaat religiositeit, of minstens de zoektocht naar het spirituele en het transcendente, er inderdaad op achteruit? Wereldwijd alvast niet. Onderzoek uit 2004 en 2011 toont aan dat nog steeds 85% van de wereldbevolking zichzelf religieus noemt2. Cijfers van 2025 lijken te bevestigen dat bijvoorbeeld in de VS 92% van de bevolking een spiritueel geloof heeft in een god, in de ziel, in een leven na de dood, enz. Men spreekt daar over een ‘generationele’ verschuiving.
De reden lijkt een groeiende ontgoocheling te zijn in de materiële, consumptiegerichte ‘seculiere goden’, die er niet in slagen te beantwoorden aan de behoefte aan zingeving en aan existentiële vragen over leven en dood. Het is niet uitgesloten dat ook in Europa de secularisering tot stilstand is gekomen. Een indicatie daarvan is de groeiende belangstelling voor alles wat met verinnerlijking, yoga, zen, stilte, retraite enz. te maken heeft. Zou het, in het licht van deze ontwikkelingen, dan niet voorbarig zijn om de inbreng van het spirituele in het pelgrimeren af te bouwen?
Er lijkt een groeiende behoefte te zijn aan verinnerlijking en zingeving. Is het dan niet voorbarig het spirituele aspect van pelgrimeren af te bouwen?
Lees ook
Een tweede moeilijkheid betreft de vraag in hoeverre een Turigrino, juist door het lopen van een aloude pelgrimsweg, langzaam transformeert tot pelgrim, ook al was dat aanvankelijk niet het doel. Het omgekeerde scenario, waarbij een pelgrim tijdens zijn tocht langzaam seculariseert, lijkt intuïtief erg onwaarschijnlijk.
Ten slotte rijst de vraag of iemand de camino zou vermijden uit angst overspoeld te raken door een overvloed aan religie en rituelen. Ook dat is erg onwaarschijnlijk. In die zin kan men zeggen: ‘baat het niet, dan schaadt het niet’. En dus, indien de spirituele achtergrond van een genootschap niemand tegenhoudt de tocht te lopen, waarom zou die dan moeten worden afgebouwd? Daarenboven houdt dat de horizon open voor een wandelaar die gaandeweg misschien toch pelgrim wordt.
Bovenstaande twee opwerpingen bevatten argumenten om iets ‘niet’ te doen, om het spirituele niet te vervangen door het seculiere. Maar zijn er ook argumenten om het spirituele van een pelgrimage net wél te benadrukken en zelfs uit te breiden?
Kan een Turigrino, juist door het lopen van een aloude pelgrimsweg, langzaam transformeren tot pelgrim, ook al was dat aanvankelijk niet het doel?
Welke weg?
De vraag naar de toekomst van het pelgrimeren is uiteindelijk een spirituele vraag. In een materieel welvarende maar innerlijk vaak onrustige wereld groeit de behoefte aan zin, stilte en verbondenheid. Pelgrimeren kan een antwoord bieden op die honger: als een weg van vertraging en aandacht, waarin de mens zich openstelt voor wat groter is dan hijzelf. Niet het aankomen, maar het onderweg zijn wordt dan betekenisvol. Zo kan pelgrimeren opnieuw ruimte scheppen voor spiritualiteit en ontmoeting, en voor een hernieuwd zoeken naar het Transcendente.
Bronnen
1. St. Augustinus, Confessions, Book XIII. Penguin Books, London, 1961, 347 pag.
2. Norris, Pippa and Inglehart, Ronald, Sacred and Secular. Religion and Politics Worldwide. 2nd Edition. Cambridge, Cambridge University Press, 2013, xvi + 375 pag.
