Thibaut Princen uit Sint-Truiden liep de marathon in Rome: ‘Een unieke ervaring in de vasten’
Ignatius van Loyola zei al dat sport, wanneer zij correct beoefend wordt, een positief instrument kan zijn voor lichamelijke gezondheid, mentaal welzijn en zelfs spirituele groei. Sport als een vorm van gebed die God welgevallig is, zo had ik het nog nooit gezien. Naar aanleiding van de Olympische Spelen had paus Franciscus daar nog aan toegevoegd dat sport en religieuze beleving opvallende gelijkenissen vertonen: inzet, discipline, trouw aan regels, gemeenschap, volharding — allemaal elementen die ook het geestelijk leven kenmerken.
In 2025 besloot ik het sporten serieuzer aan te pakken. Lichaam en geest samen te trainen.
In 2025 besloot ik daarom het sporten serieuzer aan te pakken. Niet langer vrijblijvend wat kilometers lopen in het park, zoals vroeger, onbezonnen en zonder structuur. Ditmaal wilde ik doelgericht trainen, met progressie en begeleiding van mensen met ervaring. Ook dat hoort bij sport: luisteren, leren, corrigeren.
Na enige verdieping koos ik als doel de marathon van Rome. ‘Roma Caput Mundi’ - Rome, hoofdstad van de wereld. De gedachte om in dit openluchtmuseum van geschiedenis en geloof een marathon te lopen, sprak mij bijzonder aan. Dat zowel de voorbereiding als de wedstrijd zelf in de vastentijd vielen, beschouwde ik als een zegen. Traditioneel laat ik in deze periode alcohol links liggen, een kleine versterving die nu ook mijn training ten goede kwam. Lichaam en geest werden samen geoefend.
Dag 1 in Rome
En zo vertrok ik op 20 maart naar Rome, samen met één medeloper en drie enthousiaste supporters. Als uitvalsbasis koos ik Trastevere, de meest authentieke wijk van de stad. Zowel het startpunt bij het Colosseum als de aankomst aan het Circus Maximus lagen op wandelafstand.
Na een dag rondkuieren en een korte loslooptraining kwam ik terecht in de basiliek Santa Cecilia in Trastevere. Net op tijd voor de vespers. De zusters baden er nog net de kruisweg. Ik dacht dat dit enkel op Goede Vrijdag gebeurde, maar blijkbaar wordt ook tijdens de vastentijd geregeld stilgestaan bij het lijden van Christus. Hun gezang werkte onverwacht bemoedigend. Het was alsof mijn eigen kleine inspanning werd binnengetrokken in een groter verhaal van offer en hoop.
Dag 2: Mis met marathon-kardinaal
De volgende dag hield ik rustig om de benen te sparen. Omdat ik tijdens de vastentijd ook sociale media vermijd, wist ik niet dat er die avond een marathonmis zou plaatsvinden in de Santa Maria in Aracoeli. Gelukkig merkte een aandachtige supporter dit op. Vooraf bezochten we het Capitolijns Museum. Daarna haastten we ons naar de kerk, die reeds afgeladen vol zat. Bij het binnengaan konden de namen van de lopers in een doos worden gelegd die later gezegend werd. Mijn reisgenoten zorgden ervoor dat ook mijn naam erbij lag.
Lees ook
De Heilige Mis werd voorgegaan door mgr. Vesco, aartsbisschop van Algiers, die zelf een gepassioneerd marathonloper is. Met vuur sprak hij over volharding, nederigheid en dankbaarheid, deugden die zowel de sporter als de gelovige vormen. Ik mocht uit zijn handen de communie ontvangen.
Een kort moment van oogcontact toen zijn ciborie bijna leeg was, maakte het persoonlijk en intens. Hij zag dat hij niet ging toekomen met de voorraad, dus was hij genoodzaakt het brood verder te verdelen. We lachten naar mekaar. Het kwam goed! Na de eucharistie werden alle lopers naar voren geroepen voor een gezamenlijke zegen. Het was een bijzonder ontroerende ervaring, in een kerk die al eeuwenlang getuige is van gebed en geschiedenis.
Zondag 22 maart: D-day
Om 9 uur klonk het startschot voor mijn wave. Al snel liet ik het Colosseum achter mij. We passeerden het Altare della Patria, de basiliek van Sint-Paulus buiten de Muren, de Piramide van Cestius en het Tibereiland. Rond kilometer 15 doemde de Sint-Pietersbasiliek op. Toen ik het plein bereikte, riep een loper luid: ‘Viva il Papa!’ Instinctief riep ik mee. Het gaf een onverwachte kracht. Een herinnering dat we nooit alleen lopen.
Op het Sint-Pietersplein klonk een luid ‘Viva il Papa!’ Instinctief riep ik mee. Het gaf een onverwachte kracht. Een herinnering dat we nooit alleen lopen.
Rond kilometer 20 voelde ik dat er nog veel reserve was en kon ik licht versnellen. Maar zoals bij elke marathon kwam ook de beproeving. Rond kilometer 38 passeerden we de Zuil van de Onbevlekte Ontvangenis. Elk jaar op 8 december wordt hier door de brandweer een bloemenkrans aangebracht ter ere van Maria. Op dat moment viel een zachte nevelregen. Geen storm, geen tegenwind, maar een verfrissende afkoeling. Ik kon het niet anders zien dan als een klein, moederlijk gebaar.
Na 42,195 kilometer klokte ik af op 3:34 uur. Voor een eerste marathon een degelijke prestatie. Maar belangrijker dan de tijd was de ervaring zelf: de strijd, het ritme, het volhouden wanneer het zwaar werd.
De marathon is in zekere zin een metafoor voor het christelijk leven. Zij vraagt voorbereiding, discipline, zelfbeheersing en vertrouwen. In de vastentijd oefenen wij ons eveneens in versterving, gebed en bekering. Niet om onszelf te bewijzen, maar om ons hart ruimer te maken voor Pasen.
Na afloop ging ik uit dankbaarheid een kaars branden in de basiliek Sant’Andrea della Valle. Om te danken voor een veilige reis, voor gezondheid, voor vriendschap en voor de genade om te mogen volharden.
Want uiteindelijk gaat het niet om de eindtijd, maar om de richting waarin je loopt. De apostel Paulus schrijft dat wij ‘de goede strijd moeten strijden en de wedloop volbrengen’. Een marathon eindigt aan de meet; het christelijk leven vindt zijn voltooiing in Pasen — in de verrijzenis, waar lijden wordt omgevormd tot vreugde.
Rome herinnerde mij eraan dat elke inspanning, hoe klein ook, betekenis krijgt wanneer zij wordt opgedragen. En dat wij, zelfs wanneer het zwaar wordt, nooit alleen lopen.
Auteur: Thibaut Princen
