Kijolo-assistent Anne Vansteelandt: "In Lourdes horen zieken en mensen met beperking er gewoon bij"
Anne Vansteelandt (68) woont in Oostende en ging voor het eerst naar Lourdes als student in 1978 na een oproep van een van haar professoren, Raf Dekeyzer, om zieken te helpen. Het was zo’n unieke ervaring dat ze sindsdien bijna elk jaar zieken begeleidt richting Lourdes. Vele jaren deed ze dat met de landelijke beweging, KWB-KAV of met Ziekenzorg. Op vraag van priester Lode Vandeputte gaat Anne sinds 2011 mee als assistent met Kijolo naar Lourdes.
Waarom ga je mee op Lourdesbedevaart?
Lourdes is voor mij de enige plaats waar zieken en mensen met een beperking op de eerste plaats komen en waar ze niet ‘bekeken’ worden, maar er gewoon bij horen. Ik ontmoet er christenen van over heel de wereld en bid en vier samen met de wereldwijde Kerk. Dat is voor mij telkens een concrete ervaring van de warme, vreugdevolle gemeenschap vanuit en rond Jezus Christus. Aan de hand van Maria ontdek en verdiep ik mijn geloof, samen met zoveel anderen. Ik krijg er veel energie om een heel jaar te leven en me in te zetten als christen.
Hoe zien je dagen er op bedevaart uit?
Elke assistent vormt vanaf het opstappen op de TGV een duo met een van de deelnemers, die elk een rolwagen hebben. Onderweg wordt veel gepraat, geluisterd, genoten en voor elkaar gezorgd. Voor sommige vieringen sluiten we aan bij de grote bedevaart van ons bisdom, andere houden we op maat van onze Kijolo-groep, zoals een biechtviering, een kruisweg of een ziekenzalving. In Lourdes leer je geduldig wachten tot je binnen kan op de afgesproken plaats of terug kan vertrekken. Door de vele ontmoetingen vliegt de tijd toch voorbij. En als fotograaf geniet ik ook van de vele mensen en momenten die ik op foto vastleg. Veel mensen (her)kennen mij samen met mijn fototoestel en letten er zelfs niet meer op als ik foto’s neem. Ik heb heel weinig geposeerde foto’s, wat de leukste verrassingen oplevert.
Mijn dag begint met koffie maken voor de assistenten, daarna de persoon voor wie ik zorg wakker maken, wassen en helpen aankleden, en zorgen voor de medicatie. We ontbijten allemaal samen. Er is een activiteit in de voormiddag, na het middagmaal kunnen de deelnemers rusten en ‘s middags volgt een spel, viering of een verkenning van het domein. ‘s Avonds is er de lichtprocessie, we zingen samen en spelen spelletjes zoals bingo of muzikaal pak. Na de vergadering met de assistenten bid ik nog een uurtje aan de grot, samen met een deelneemster die er net als ik al bij is sinds 1978, toen als kindje in een buggy, wat een bijzondere band schept.
Waar kijk je het meest naar uit?
Ik kijk elk jaar uit naar de bedevaart op zich en naar het samenleven met alle deelnemers en assistenten. Ik zou de groepsbedevaart naar Lourdes moeilijk kunnen missen. Mee mogen naar de baden en de ziekenzalving zijn voor mij altijd kippenvelmomenten en natuurlijk onze dagelijkse afspraak met Maria aan de grot ’s avonds na de lichtprocessie.
Wat is je mooiste bedevaartherinnering?
Enkele jaren geleden kwamen enkele Italianen rond 17 uur op de gang waar we verbleven. Ze hadden een vrouw in een rolstoel bij die duidelijk in paniek was. Ze hadden haar na de sacramentsprocessie zien zitten, helemaal alleen, en hadden haar aangesproken. Aangezien ze haar Oostenrijks dialect niet thuis konden wijzen, brachten ze haar naar ons omdat ze dachten dat ze Nederlands/Vlaams sprak. We probeerden te achterhalen welke taal ze sprak en waar ze verbleef. Dat bleek niet eenvoudig. Enkele Lourdeskenners onder ons begonnen alle hotels die ze kenden op te sommen. Gelukkig leek ze de naam van één hotel te herkennen. We brachten de dame met de Italiaanse rolwagen naar dit hotel dat enkele kilometers hogerop lag. Gelukkig herkende er iemand haar en konden we de lege rolwagen terugbrengen naar het hotel, drie kilometer verderop, waar de zichtbaar opgeluchte Italiaanse brancardiers verbleven. De vanzelfsprekende zorg voor elke zieke bedevaarder, is mij altijd bijgebleven.




