Planten kiezen voor je tuin: waarmee kan je het beste rekening houden?
Zodra het voorjaar zich aandient, begint het te kriebelen en mag er weer iets nieuws in de tuin. Maar een onvoorbereid bezoek aan het tuincentrum leidt vaak tot frustratie en een keuze die op termijn weinig duurzaam blijkt.
Daarom loont het om vooraf je criteria te bepalen en eventueel al soorten op te zoeken. Wie vertrekt vanuit heldere criteria, ontdekt vaak planten die hij anders nooit had gekozen – en precies dat maakt het tot een verrassende zoektocht.
Plantenzoekers of beschikbaarheid
Je kan soorten vinden die beantwoorden aan je criteria via onlineplantenzoekers, zoals die van tuinvereniging Velt of groothandel Willaert. Met de Latijnse plantnaam kan je vervolgens meer details opzoeken. Maar het is niet zeker dat je de soort ook kan bemachtigen.
Je kan ook vertrekken vanuit het aanbod en daaruit selecteren wat past bij je tuin. Het tuincentrum is niet altijd de beste startplek.
Ik ben zelf een groot voorstander van gratis planten, via het ruilen van zaden en stekjes. Niet uit gierigheid, maar omdat inheemse planten vaak niet te vinden zijn in tuincentra. Ook omdat het minder erg is als gratis planten worden opgegeten door slakken of insecten. Zo kom ik niet in de verleiding om bestrijdingsmiddelen te gebruiken.
Basiscriteria
Wie planten kiest, kijkt best verder dan kleur alleen. Deze basiscriteria helpen om gerichter én creatiever te kiezen.
Mooi – maar wat bedoel je daarmee?
Bloemkleur is in onze westerse tuintraditie wellicht het meest gebruikte keuzecriterium. Veel mensen kiezen planten op basis van een combinatie van kleuren.
Minstens even belangrijk is de bloemvorm. Veel voorkomende types zijn composieten (zoals margrieten), schermbloemen, aren, bolvormige bloemen, klokjes en komvormige bloemen. Verschillende bloemvormen combineren – zelfs van dezelfde kleur – wordt vaak als interessant ervaren.
Ook de bloeiperiode is belangrijk: wil je een korte uitbundige piek of een lange bloeiboog van februari tot november? Showtuinen mikken vaak op een topmoment, natuurlijke tuinen op een lange bloei.
En vergeet het blad niet. Grijsbladige, purperbladige of bontbladige planten zorgen voor accenten die een stuk langer duren dan de gemiddelde bloeiperiode. Verschillende bladvormen bij elkaar zorgen voor contrast en spanning, zoals fijngeveerde bladeren samen met grote handvormige bladeren.
Biodiversiteit
Mag je tuin ook iets betekenen voor de lokale natuur? Kies dan vooral inheemse soorten. Vaak zijn het waardplanten die insecten nodig hebben voor hun voortplanting. Of een plant inheems is, kan je behalve in plantenzoekers ook vinden op Ecopedia. Of laat je inspireren door deze plantenlijstjes:
- Boost de biodiversiteit van je tuin met inheemse planten
- Verkorte lijst van inheemse planten op Ecopedia (pdf)
Inheemse planten zijn nog moeilijk te vinden in tuincentra. Amper 2% van het aanbod van groothandel Willaert bestaat uit inheemse planten. Jammer! Wil je meer inheemse planten in je tuin, dan moet je vaak uitwijken naar onlinewinkels, het ruilen van zaden en planten, plantenbeurzen en groepsaankopen van regionale landschappen (‘Jouw tuin zoemt’).
Wil je toch exotische planten, kies dan voor drachtplanten die nectar en stuifmeel leveren voor onze insecten. Je kan dit opzoeken op ImkerPedia.
Struiken met bessen voeden vogels, stekelige struiken bieden schuil- en nestgelegenheid.
Standplaats
De juiste plant op de juiste plaats zorgt voor blije planten waar je lang van geniet. Leer de locatie kennen waar je wil planten. Zon, halfschaduw of schaduw? Droog of nat? Zand- of kleigrond? Voedselrijk of voedselarm? In dit artikel leer je meer over de standplaats.
Steeds meer tuinen hebben te lijden onder lange periodes van droogte. Deze droogteresistente planten zijn een zegen voor de biodiversiteit.
Ook de beoogde groenvorm is van belang. In een bloemenweide floreren andere soorten dan in een border. Hier leer je meer over de meest voorkomende groenvormen in de tuin.
Grootte
Hoe hoog en hoe breed wordt een plant écht? Vaste planten worden meestal volwassen na een jaar of drie, struiken na zeven en bomen na tientallen jaren. Met die volwassen grootte hou je het beste rekening als je het aantal planten bepaalt. Sommige leveranciers vermelden het aantal planten per vierkante meter.
Levensduur en groeiwijze
Eenjarigen zijn planten die in één jaar groeien, bloeien, doodgaan en nieuwe zaden vormen. Het zijn vaak uitbundige bloeiers die snel veel kleur in de tuin opleveren. Zelf opkweken uit zaad is veel goedkoper dan plantgoed kopen. Mogelijk nadeel: je hebt er elk jaar opnieuw werk aan.
Tweejarigen zaai je in de zomer tot het najaar. Ze vormen het eerste jaar alleen blad en bloeien pas het jaar nadien. Dat klinkt bewerkelijk, maar veel mooi bloeiende inheemse planten doen het zo.
Vaste planten sterven elk jaar bovengronds af, maar groeien in de lente weer vanuit de wortels op. Handig voor wie weinig tuinwerk wil. De levensduur van vaste planten verschilt per soort, van drie jaar tot meer dan tien jaar.
Struiken en bomen verhouten en leven tientallen jaren. Ze vormen de ruggengraat van je tuin. De meeste Vlaamse tuinen kunnen meer struiken en bomen goed gebruiken.
Bollen slaan energie op in een ondergronds orgaan (bol, knol of wortelstok) en verrassen vaak vroeg in het seizoen met kleur. Denk aan sneeuwklokjes, narcissen, tulpen en krokussen die al bloeien vóór struiken in blad staan. Sommige soorten verwilderen spontaan en breiden zich uit, andere moet je jaarlijks opgraven en herplanten.
Klimplanten gebruiken muren, een klimhulp of andere planten als steun en brengen hoogte in een tuin zonder veel grondoppervlak in te nemen. Ze kunnen een muur vergroenen, een pergola overspannen of een kale schutting tot leven wekken.
Eetbaar
Veel mensen willen graag iets eetbaars in de tuin kunnen plukken. Heb je geen tijd of ruimte voor een klassieke moestuin, dan kan je ook denken aan eetbare bloemen en vaste planten, kleinfruit en fruitbomen. Die laatste zijn voor kleine tuinen ook beschikbaar in kolomvorm of als leiboom.
Of een plant eetbaar is, kan je met behulp van de Latijnse soortnaam opzoeken op Plants For A Future.
Wat liever niet?
Verschillende uitheemse plantensoorten hebben een negatieve invloed op onze natuur. Ze worden invasieve exoten genoemd. Heel wat invasieve planten vinden hun oorsprong in de sierteelt. Helaas worden sommige risicoplanten nog altijd verkocht, zoals bepaalde vlinderstruiken en woekerende bamboesoorten. Hier vind je een lijst van te vermijden invasieve planten.
Wat plantenzoekers je niet vertellen
Met bovenstaande criteria kan je in onlineplantenzoekers uit duizenden soorten een hanteerbare selectie maken. Toch merk je na enkele jaren dat je sommige planten koestert, terwijl je andere liever kwijt dan rijk bent. Hoe komt dat?
Sommige eigenschappen vind je zelden in onlinedatabanken, maar maken voor tuiniers een groot verschil. Je ontdekt ze via ervaring of extra opzoekwerk.
Standvastig of zwervend
Sommige vaste planten blijven jaar na jaar netjes terugkomen op de plaats waar je ze geplant hebt. Terwijl andere notoire zwervers zijn die opduiken op onverwachte plaatsen. Sommige soorten weigeren in de border te blijven en groeien liever tussen de tegels op het pad, zoals ijzerhard en hertshoornweegbree.
Doorgaans houden tuiniers meer van voorspelbaarheid en dus van standvastige soorten. Maar als je er de ruimte voor hebt – in je tuin en in je hoofd – dan kunnen enkele zwervende soorten toch je hart veroveren.
Uitbreiding en vermeerdering
Sommige planten breiden zich uit via ondergrondse wortelstokken of door uitzaaien. Andere soorten kan je als tuinier gemakkelijk zelf vermeerderen door de planten te delen.
Enige uitbreiding is vaak wel gewenst, want zo krijg je meer planten en verzekert de soort zich van een blijvende aanwezigheid in je tuin. Als je een grote oppervlakte wil bedekken, mag dat zelfs snel gaan.
Maar al te geweldige uitbreidingsdrang kan ook hinderlijk zijn, vooral als de nieuwe planten moeilijk te verwijderen zijn en andere planten verdringen. Dan klagen mensen over woekeraars, denk bijvoorbeeld aan hop en schijnaardbei.
Verzorging
Hoeveel werk een plant echt vraagt, staat zelden in een plantenzoeker. Aan sommige vaste planten heb je geen werk – denk bijvoorbeeld aan tuingeraniums. Andere hoef je alleen in het vroege voorjaar af te knippen – zoals asters.
Maar er zijn ook lastpakken: opbinden, snoeien, uitgebloeide bloemen verwijderen, afdekken, voorzaaien, bemesten… Voor sommige planten heb je dat graag over, voor andere niet.
Structuur
Niet elke plantensoort blijft lang mooi. Sommige voorjaarsbloeiers, zoals vingerhelmbloem en speenkruid, verdwijnen tegen mei zelfs volledig onder de grond. Andere planten vallen na de bloei uiteen of krijgen slordig blad.
Daartegenover staan soorten die tot ver in het najaar bloeien, een mooie herfstverkleuring bieden of zelfs in de winter nog een sterk silhouet behouden. Tuinontwerper Piet Oudolf noemt die laatste structuurplanten. Ze vormen de ruggengraat van zijn tuinen die ook in de winter veel charme behouden.
Wie al structuurplanten in zijn tuin heeft – zoals dropnetel of asters – zal ze vermoedelijk koesteren.
Dominantie en leuners
Hoe gedraagt een plant zich tegenover haar buren? Sommige soorten zijn dominant en verdrukken alles in de omgeving. Zo legt smeerwortel zich al tijdens de bloei plat bovenop haar buren. Een goede strategie om nakomelingen van ruimte te voorzien, maar iets wat tuiniers niet graag zien gebeuren.
Andere planten verdrukken hun buren wel niet, maar leunen er toch tegenaan omdat ze niet op eigen benen kunnen staan, zoals bolderik.
De meeste tuiniers houden niet zo van al te dominante planten en leuners.
Bodembedekking en transparantie
Sommige planten sluiten de bodem volledig af en onderdrukken zo de groei van ongewenste kruiden. Dat zijn lang niet alleen de laagblijvende zogenaamde bodembedekkers. Ook hoger groeiende planten hebben soms een groot dekkend vermogen, zoals tuingeraniums en adderwortel.
Transparante planten met fijn blad – zoals venkel en cosmea – of op hoge stengels – zoals koninginnenkruid – laten net zonlicht door naar de bodem. Die kan je goed combineren met lagere planten. Dat moet ook wel, want anders groeien er spontane (on)kruiden onder.
De kunst is weten welk effect je zoekt. Voor beginnende tuiniers zijn bodembedekkende planten gemakkelijker.
Symbolische betekenis
Ten slotte is er nog iets wat geen zoekfilter kan vertellen: de betekenis die een plant voor je heeft. Misschien staat ze voor een herinnering aan je jeugd of je oma, voor streekgebondenheid, voor geloof of traditie. Waardoor je net iets meer moeite wil doen om net deze soort in je tuin te bewaren.
Laat je vooral niet ontmoedigen door de lange lijst met criteria. Voor de meeste tuiniers is het onmogelijk om de perfecte beplanting vooraf uit te tekenen. Een tuin groeit niet op papier, maar in de grond. Plan dus niet te lang. Maar plant, kijk en stuur bij. Introduceer elk jaar enkele nieuwe soorten – niet te veel. Leer van wat aanslaat en wat je liever laat verdwijnen. Na enkele jaren herken je vanzelf de blijvers.
Dit zijn tien kruidachtige planten waar ik niet meer zonder wil in mijn voorstadstuin met zandgrond:
- Anijsnetel – Agastache foeniculum
- Hemelsleutel – Hylotelephium telephium
- Prikneus (Christusoog) – Silene coronaria
- Spoorbloem – Centranthus ruber 'Coccineus' (woekeraar)
- Vingerhoedskruid – Digitalis purpurea
- Wilde akelei – Aquilegia vulgaris
- Wilde marjolein – Origanum vulgare
- Wilde venkel – Foeniculum vulgare
- Witte bosaster – Aster divaricatus 'Raiche Form'
- Zwartmoeskervel – Smyrnium olusatrum













