Aniko (43) uit Eke deelt stiekem Jezus-poppetjes uit, al zeker honderd!
Aniko Veress woont met haar man en twee kinderen in het Oost-Vlaamse Eke. Zowat dagelijks komen ze voorbij een kapelletje, waar ze ook meestal even halt houden. Op een dag kwam Aniko op het idee om er een Jezus-poppetje achter te laten. ‘Voor iemand die er nood aan heeft’, zegt Aniko. ‘Als troost, een stille steun.’
Intussen weet ze niet meer hoeveel ze er al aan de voordeur van het kapelletje heeft verstopt. ‘Meestal duurt het maar enkele dagen voordat iemand het gevonden heeft en meeneemt. Dan steek ik er weer een nieuw.’
Aniko en de 100 reizende Jezusfiguurtjes
Het begon met een online bestelling van zo’n figuurtje voor zichzelf. Op vakantie in Hongarije, waar Aniko opgroeide, werd ze getroffen door de miserabele toestand van een dronken zwerver. Ze belde de hulpdiensten en, zonder er verder bij na te denken, stopte ze de mini-Jezus in zijn zak.
‘Geen idee wat er van die man geworden is’, vertelt Aniko. ‘Maar misschien maakte het figuurtje wel een herinnering bij hem los en kon hij er moed uit scheppen. Dat hoop ik alleszins.’
Aniko kreeg de smaak te pakken. Hoe fijn is het om iemand met zo’n schattig poppetje al dan niet stiekem een hart onder de riem te steken? Online verkrijgbaar voor een appel en een ei, werd deze gift de eerste in een lange rij. Hoeveel ze er intussen weggaf? Aniko is de tel kwijt.
Bij de kapper • ‘Gewoon, omdat ik er een leuk gesprek had. Waarschijnlijk heeft hij wel door dat hij het van mij kreeg, maar hij bracht het nog niet ter sprake.’
In het netje van een vliegtuigstoel • ‘Jezus vliegt overal mee naartoe. Hij helpt mij en misschien ook de volgende passagier of de hostess.’
Op het inpakpapier van een geschenk • ‘Soms is dat figuurtje voor de ontvanger het grootste geschenk.’
Aan een collega die het moeilijk heeft • ‘Ze is niet gelovig, maar toch kreeg het beeldje een plaats naast haar computerscherm, zag ik onlangs. Toen ze zei dat ze weer licht begon te zien, was ik zo blij.’
Bij een maaltijd • ‘Toen een vluchteling uit onze parochie het erg moeilijk had door de oorlog in zijn land, heb ik een keer voor hem gekookt. Boven op het ingepakte gerecht plakte ik de kleine Jezus.’
Aan het Sint-Annakapelletje • ‘Na drie dagen is hij altijd weg. Ik vraag me vaak af wie hem heeft meegenomen en waarom.’
Waarom doe je zoiets?
Het uitdelen van de Jezus-poppetjes is maar een van de vele manieren waarop Aniko probeert een lichtpuntje te zijn voor anderen. ‘Het is een super schattig figuurtje, een goedkoop plastic poppetje, maar tegelijk voor velen van onbetaalbare waarde. Misschien beleef ik aan het uitdelen ervan wel net zoveel vreugde als de mensen die ze ontvangen.’
Het uitdelen van de Jezus-poppetjes is maar een van de vele manieren waarop Aniko probeert een lichtpuntje te zijn voor anderen.
Kleine wonderen zoals de collega die weer moed vat, geven haar de kracht om door te gaan met deze manier van evangeliseren. ‘Je weet nooit wanneer zo’n klein gebaar of stille aanwezigheid iemands leven kan veranderen. God raakt harten vaak door de allerkleinste dingen’, meent Aniko.
Jezus gevonden?
Als ik haar vraag hoeveel van die figuurtjes ze al heeft uitgedeeld, denkt Aniko diep na. ‘Zeker meer dan honderd’, klinkt het uiteindelijk. En natuurlijk vraagt ze zich vaak af waar die allemaal zijn terechtgekomen. Als ze weer eens halt houdt bij het kapelletje, denkt ze vaak aan de anonieme ontvangers. Dat het goed mag gaan met hen. Dat ze mini-Jezus misschien op hun beurt mogen doorgeven.
Heb jij ooit zo’n stiekeme Jezus gevonden? Of brengt het verhaal van Aniko je op ideeën? Laat het ons weten!











