Meegemaakt: een cursus Gregoriaans zingen in Hasselt
WAT: Gregoriaanse ochtend
WANNEER: zaterdag 11 oktober 2025
WAAR: Kapel van Grootseminarie Hasselt
WIE: Centrum Gregoriaans met docent Cyriel Tonnaer
HOEVEEL: 17 deelnemers
DUUR: van 9.30 tot 12.00 uur
VOOR OTHEO TER PLAATSE: journalist Philippe Ghysens
Vooraf
Vijftien mannen en twee vrouwen hebben plaatsgenomen in de kapel van het Grootseminarie in Hasselt. De ruimte ademt stilte en verwachting. Alle ogen zijn gericht op de man met baard achter het altaar: Cyriel Tonnaer, docent en cantor, die ons vandaag gaat inwijden in de wereld van het Gregoriaans. Gregoriaans? Dat zijn toch die gezwollen gezangen die door eeuwenoude gewelven weergalmen? Ja, zo leer ik, maar ook: Gregoriaans is zoals een porseleinen servies. Je zet dat niet weg in een kast, je pakt er mee uit. En met docent Cyriel Tonnaer als gids leer ik tweeënhalf uur lang wat dat uitpakken betekent.
Cyriel komt uit het Nederlandse Brabant, waar men met een zachte g praat en Guus Meeuwis menigten laat meezingen in het PSV-stadion, weliswaar een ander genre. Muziek is Cyriel met de paplepel ingegeven. 'Vanaf mijn vijfde zong ik thuis al Gregoriaans', vertelt hij. Cantor, dirigent, organist, classicus: hij spreekt met de vanzelfsprekende autoriteit van iemand die zijn leven lang met noten, toonladders en liturgische teksten heeft geleefd.
Geen betere leermeester om ons door de Gregoriaanse Ochtend te leiden. De ramen van de kapel staan op deze aangename herfstochtend groot open. De bries is welkom, want de longen moeten regelmatig vol lucht gezogen worden.
Wat ik meemaak
Cyriel begint met uitleg: dat het Gregoriaans teruggaat tot paus Gregorius, dat het ontstond uit priestergezangen, dat het verbonden is met de eerste christenen. Of er iemand in de kamer is die nog nooit Gregoriaans heeft gezongen? Ikzelf en één andere aanwezige melden zich. 'Ik heb conservatorium gevolgd, ik speel muziek. Mijn vrouw is bij een koor. Maar ik heb zelf nog nooit gezongen', zegt mijn buurman. Gregoriaans: afgevinkt op zijn to dolijstje.
We volgen het programmaboekje als brave leerlingen. Sommigen maken aantekeningen, anderen knikken ritmisch mee met Cyriels uitleg. 'Als ik te moeilijk praat, steek je hand op. Niet verlegen zijn. Ik ben ook maar een mens van vlees en bloed', zegt hij met een kwinkslag. Na twintig minuten praten is het tijd voor zingen. 'Tu es deus qui facis mirabilia.' Cyriel spreekt over de bekende antifoon Tu es Deus. Het Latijn is nog enigszins vertaalbaar — u bent God die wonderen doet — , de rest van de uitleg over de antifoon is Chinees voor mij.
Het Gregoriaans is religieus erfgoed. We moeten het koesteren, niet in een kast zetten zoals een porseleinen servies.
Cyriel Tonnaer, docent Gregoriaans
'Probeer eens met mij mee te zingen', nodigt de voorzanger de aanwezigen uit. Het is duidelijk dat de meesten al ervaring hebben. Zonder aarzelen verheffen ze hun stem. Naast mij neemt een man ijverig nota van de technische details. De docent blijft ook kwistig met weetjes strooien. Ik leer dat Sint-Jan de Doper de enige heilige is die gevierd wordt op zijn geboortedag, en die valt een half jaar voor die van Christus. En tussen zijn verwijzingen naar reciteertonen en cadensen is humor regelmatig aanwezig. 'De romantiek bestond nog niet. Toen was het gewoon koude douche en hout hakken.'
Toch wordt het ook ernstig. 'Het Gregoriaans is religieus erfgoed', zegt de docent met zachte overtuiging. 'We moeten het koesteren, niet in een kast zetten zoals een porseleinen servies. Het is levend, het is van alle tijden.' Ik zie hoe de groep luistert, bijna ademloos. Niemand kucht, niemand fluistert. Ik probeer mee te volgen, maar mijn kennis van muzieknoten is onvoldoende om de finesses van de aanwijzingen te begrijpen. Maakt niet uit, de verhalen van de docent zijn meer dan boeiend genoeg.
'Jullie doen hartstikke goed jullie best', zegt hij tevreden.
Waarom hij zoveel aandacht besteedt aan toelichtingen en vertalingen? 'Het is belangrijk dat een dirigent vooraf de teksten met zijn leden doorneemt zodat ze wéten wat ze zingen en ze expressie kunnen geven. Daarvoor moet je de teksten begrijpen.'
Waarop hij uitlegt dat de Latijnse tekst die hij gaat zingen, gaat over hoe lekker het hemelse brood smaakt.
Zuivere melodieën
Om tien voor elf is er koffie. De sfeer is ontspannen. Ik raak in gesprek met Hugo Casaer, oud-burgemeester van Beersel en voorzitter van het Centrum Gregoriaans. Hij prijst de cursus aan die op 15 november van start gaat in Drongen. Tot maart volgend jaar is er eke maand een cursusdag. 'Vandaag willen we de mensen in Limburg laten kennismaken met het Gregoriaans. Het is de bedoeling dat ze hier goesting krijgen om te leren zingen.'
Ik complimenteer de docent met zijn leerzame uitleg. 'Dank u. Het Gregoriaans heeft zo veel inhoud, zo veel rijkdom. Het is fantastisch cultuurgoed dat niet verloren mag gaan', zingt Cyriel Tonnaer de lof van het Gregoriaans.
Lees ook
Casaer vertelt over schola’s: koren die Gregoriaans zingen in vieringen en concerten. 'Ze willen het levendig houden. Niet enkel door de liturgie mooi te verzorgen, maar door het Gregoriaans ook buiten de mis te laten klinken.'
Nog een vraag van ondergetekende die van zichzelf vindt dat hij geen zangstem heeft: kan iedereen Gregoriaans leren zingen? Cyriel: 'Er zijn mensen die het nooit kunnen leren. Die de toon niet kunnen overnemen. Maar dat zijn er niet zoveel. In het algemeen kan je het best wel aanleren.'
Ik verwonder mij erover dat er slechts twee vrouwen aanwezig zijn. Is Gregoriaans een mannenzaak? 'Oh nee', verzekert Martina Huysmans, bestuurslid bij het Centrum Gregoriaans, met overtuiging. 'Bij de laatste sessies in Watou waren de vrouwenschola’s echt schitterend. Ik ga u een uitnodiging sturen voor De Lauden van Sint-Truiden uitgevoerd door de Schola Trunchiniensis (een vrouwelijke schola) op 22 november.'
Bij de koffie tref ik twee mannen die samen vanuit Noord-Limburg naar Hasselt zijn gependeld. Ze zingen allebei in een koor. 'Gregoriaans is het mooiste wat er is', zegt de ene. 'Die melodieën, zo zuiver, zo tijdloos.' Ze zijn gekomen om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis en de achtergronden van het Gregoriaans.
En daartoe worden ze na de korte pauze verder op hun wenken bediend door de Nederlandse docent, die ook handige tips meegeeft: 'Ik probeer altijd de koren die ik dirigeer te overtuigen dat ze met een blij gezicht moeten zingen. Als kerkelijk koorlid heb je een voorbeeldfunctie. Als iemand zegt dat we de mis mooi opgeluisterd hebben, dan antwoord ik steeds: wij luisteren niet op, wij zijn een fundamenteel onderdeel van de viering.'
Tegen het einde van de voormiddag vult de kapel zich met klanken die eeuwen oud zijn maar fris klinken. Ogen volgen notenbalken, ruggen rechten zich. De stemmen mengen zich tot een sonore stroom. Cyriel knikt goedkeurend. 'Alle noten prima. Jullie mogen trots zijn.'
We sluiten af met het klassieke drietal Kyrie Eleison, Gloria in Excelsis Deo en Agnus Dei. Even na de middag bedankt de docent zijn leerlingen. Wanneer ik de kapel verlaat, dwarrelen de melodieën nog na in mijn hoofd. Zelf zal ik niet snel op een koorbank belanden, maar wat ik hier heb gehoord en geleerd, blijft resoneren.
Het Gregoriaans – dat porseleinen servies van klanken – is inderdaad te mooi om in de kast te laten staan.











