‘Klein met de kleinen zijn’ - Kerstboodschap van bisschop Koen Vanhoutte
Kerstdagen laten velen genieten van een gemoedelijk samenzijn in familie- en vriendenkring. Het zijn deugddoende momenten waarvan de kwaliteit gelukkig niet afhangt van wat de feestreclame ons al weken wil wijsmaken. De weerbarstige kerstboodschap laten we best niet inkapselen in het ‘eindejaarsfeesten’-gedruis. Kerstmis brengt het verrassende nieuws dat God zich waagt in ons broze mensenbestaan. Hij durft klein met de kleinen zijn. De hemel raakt de aarde, vooral op haar zwakke plekken.
Bijbelse kerstverhalen vertellen niet wat we spontaan zouden verwachten. Gods Zoon wordt geen mensenkind in een veilige of luxueuze omgeving. Hij kiest zijn plek niet bij wie geacht en welgesteld in het leven staan. Kerstverhalen schetsen een soms rauwe werkelijkheid. Juist daar komt God binnen. Juist op die plaatsen wordt Hij mens. Jezus komt ter wereld in een dakloos, jong gezin dat enkel beschutting vindt waar dieren schuilen.
Jezus wil thuis zijn bij wie weinig kansen krijgt om mens te zijn.
Lees ook
De boodschap is duidelijk. Geen plek is God te min om tussen de mensen te wonen. Het zijn niet de notabelen die de Pasgeborene komen bezoeken. Het zijn herders, mensen met weinig aanzien die dikwijls scheef bekeken of geminacht worden. Niet de vrome godgeleerden van zijn eigen volk komen het Godmensenkind eren. Het zijn vreemdelingen uit andere volken en culturen die Hem bezoeken. Comfort en rust zijn de Nieuwgeborene niet gegund. Hij deelt het lot van wie onzeker op de vlucht moet slaan. Kortom, Jezus wil thuis zijn bij wie weinig kansen krijgt om mens te zijn.
De toon is gezet. Een leven lang zal de Mensenzoon zoeken om bij zieken en zondaars thuis te komen. Hij herhaalt in vele toonaarden dat ze in Gods ogen wel degelijk van tel zijn. Voorbij minachting en misprijzen reikt Hij hen telkens nieuwe levenskansen aan. De keuzes die Hij maakt zijn menselijk gesproken weinig lonend. Zelf wordt Hij gekleineerd. Hij deelt het lot van wie uitgesloten wordt en onterecht het leven moet laten. Ook bij godverlaten stervenden wil Hij zijn, met de vreemde uitnodiging om toch maar te vertrouwen op Gods nabijheid en zorg.
Het Kerstekind vraagt ons om klein bij de kleinen te zijn, nabij met warme woorden en daden vol goedheid.
Kerstmis vieren stemt ons dankbaar. We mogen vertrouwen dat God ook ons in onze kleinheid niet over het hoofd ziet, maar opzoekt en nabijkomt. Die belofte steunt en sterkt ons in tijden van pijn en verlorenheid. In al onze kleinheid vallen we - op Jezus’ woord – nooit buiten Gods aandacht. Godzijdank! Maar Kerstmis leert ons ook met nieuwe ogen kijken naar de mensen om ons heen. We weten ons gezonden om niet voorbij te gaan aan wie zich deze dagen eenzaam of verloren voelen, gedumpt of afgewezen. Het Kerstekind vraagt ons om klein bij de kleinen te zijn, nabij met warme woorden en daden vol goedheid. Wagen wij ons in de wereld van mensen die, om welke reden dan ook, als last worden beschouwd? ‘Aarzel niet’, zegt Jezus, ‘om bij hen te zijn, Ik woon er ook’.
Zalig Kerstfeest!
+ Koen Vanhoutte
hulpbisschop in het aartsbisdom Mechelen-Brussel voor het vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen



