Een natte Pasen — paasboodschap van bisschop Johan Bonny
Tijdens de paasnacht zegenen we het nieuwe doopwater. De gebaren spreken voor zich. Driemaal moet de priester de brandende paaskaars laten neerdalen en oprijzen uit het doopwater. Ondertussen spreekt hij het zegeningsgebed over het doopwater uit. Zoals Jezus neerzonk in de dood, om na drie dagen te verrijzen, zo gaat de paaskaars drie keer op en neer. Het licht straalt over de wateren van de dood. Wij zijn met Christus gestorven om met Hem te verrijzen. Vervolgens besprenkelt de priester alle gelovigen met het doopwater en doopt hij de catechumenen. Fris doopwater, zoals in het populaire Nederlandse kerklied: ‘Er komen stromen van zegen. Dat heeft Gods Woord ons beloofd; stromen, verkwikkend als regen, vloeien tot elk die gelooft. Stromen, stromen van zegen, komen als plasregens neer. Nu vallen drupp’len reeds neder, zend ons die stromen, o Heer’. Fris doop-water: je zou er inderdaad naar verlangen, en nog geen klein beetje. Er is al dorheid genoeg in deze wereld.
Hoe catechumenen verlangen naar het doopsel, hoorde ik bij het begin van de veertigdagentijd. In de kathedraal vertelden ongeveer zeventig (jong)volwassen catechumenen me kort hun levensverhaal, en waarom ze gedoopt willen worden. Hun verhalen ontroerden me diep. Heel eenvoudig en heel oprecht.
Kortom: echte verhalen, bijna zo eenvoudig als Jezus met mensen omgaat in het Evangelie
Lees ook
Nieuwe leerkrachten die als een gedoopte christen het vak rooms-katholieke godsdienst willen geven. Jongeren die via vrienden de weg naar het Evangelie en de Kerk leerden kennen. Anderen die lang worstelden met vragen, tot ze bij Jezus het antwoord vonden. Iemand die tijdens een lange en slepende ziekte de nabijheid van Jezus mocht ervaren. Een paar jongeren die tijdens een kort kerkbezoek onverwacht gegrepen werden door een innerlijke zekerheid: ‘ik wil christen worden’. Een moeder die niet wil achterblijven bij haar beide dochters, die eerder vroegen om gedoopt te worden. Enkele vluchtelingen die moesten wachten tot ze hier in veiligheid waren, om de overgang naar het christendom te kunnen maken.
Kortom: echte verhalen, bijna zo eenvoudig als Jezus met mensen omgaat in het Evangelie. Jezus leeft. Sinds Pasen stapt hij met mensen mee, overal ter wereld. Ik kijk ernaar uit om zeven van deze doopselkandidaten te mogen dopen tijdens de paasnacht, in de kathedraal van Antwerpen. Ze zijn ons mooiste paasgeschenk.
Na de liturgie van het doopsel gaat de priester door de kerk met het nieuwe doopwater. Niemand in de kerk mag droog blijven! Het doopwater moet zijn werk doen. Het mag onze huid, ons kapsel en ons zondagse pak beroeren. Het mag even spelbreker zijn, onruststoker, lachverwekker. Hoe erg zou het niet zijn, indien het doopwater ons onberoerd liet! Alsof van het doopwater geen beweging, vernieuwing of weerbaarheid meer zou uitgaan. Alsof we droge christenen zouden zijn, droog als boeken, droog als rozijnen, droog als poppen. Droog bewaart goed, maar leeft niet meer.
Elk jaar met Pasen kan ons geloof best een verse regenbui gebruiken om het te verfrissen, om het nieuwe wortels en nieuwe takken te laten schieten, om de tuin van ons leven opnieuw te laten bloeien. Ik wens je wel een zonnige, maar geen droge Pasen! Liever een frisse Pasen, sprankelend van het nieuwe doopwater.


