Overslaan en naar de inhoud gaan
Ga naar Otheo
HomeAttent
  • Startpagina
  • Over ons
Search form expand icon
Mobile menu expand iconMenu
HomeAttent
Mobile menu expand iconSluiten
  • Startpagina
  • Over ons
  • Wat is Attent
  • Onze werkingen
    • Ecokerk Bisdom Antwerpen
    • Werkgroep Gastvrijheid Migratie Diversiteit
    • Werkgroep Presentie
    • Rouwzorg Attent
  • Onze online brochures en publicaties
  • Diaconie: maatschappelijke inzet van de kerk

Diaconie en maatschappelijke inzet van de kerk

Diaconie is een onbekend woord. Waar het in deze pijler van Kerk-zijn over gaat, leggen we vaak uit met andere woorden. 100% synoniem zijn ze niet.

Voor diaconie worden woorden gebruikt als: naastenliefde, liefdadigheid, barmhartigheid, dienstbaarheid, caritas. De verschillende woorden hebben niet dezelfde emotionele lading en kenden betekenisverschuivingen doorheen de tijd.   

  • Naastenliefde. Dit is de gevende, onbaatzuchtige liefde, die Jezus heeft geradicaliseerd tot liefde voor de vijand. Het is een mateloze, onvoorwaardelijke liefde, die de liefde van God voor ons weerspiegelt. Die onvoorwaardelijkheid (de ander moet niets 'terugdoen', ook niet dank u zeggen) zit ook in het woord barmhartigheid.
  • Caritas is het Latijnse woord voor de radicale naastenliefde en barmhartigheid. Specifiek is ook dat het wordt gebruikt voor de georganiseerde hulp door de Kerk aan mensen in nood: hulp na rampen en tragedies, zorg voor armen, zieken, ouderen, weeskinderen, vluchtelingen … Hier gaat het vaak om een relatie van hulpverlener en hulpontvanger. Daar sluit dan het woord liefdadigheid toch het nauwste bij aan.
  • Het streven naar het rechttrekken van ongelijkheid en onrechtvaardigheid, die mensen tot vragers van hulp maakt, door iets te doen aan de omstandigheden en structuren die de onrechtvaardigheid veroorzaken, in stand houden of vergroten,  is een van de redenen waarom het woord diaconie, in één adem genoemd met solidariteit, naar voor wordt geschoven.  

De definitie van diaconie  (Handboek diaconiewetenschap - Edities 2004, 2011, 2018) is: Het handelen vanuit en door de kerken en andere door het Evangelie geïnspireerde groepen en bewegingen, dat gericht is: op het voorkomen, opheffen, verminderen dan wel mee uithouden van lijden en sociaal-maatschappelijke nood van individuen en van groepen mensen, én op het scheppen van rechtvaardige verhoudingen in kerk en samenleving.

  • Dienstbaarheid is de vertaling van het Griekse woord ‘diakonia’ in de Bijbel. Dit algemene woord geeft aan dat de Kerk met de volle zending dienst is aan de wereld. Daarom is dienstbaarheid minder geschikt om het te gebruiken voor één deelaspect van de volle zending. De zending of missie van de kerk wordt immers in verschillende pastorale pijlers onderscheiden van elkaar. 

     

In de beleidsvisie uit 2012 van onze bisschop Johan Bonny onder de titel “Een houtskoolvuur met vis erop en brood”  is “diaconie en solidariteit” één van de vijf pijlers in de pastorale eenheid.  De tekst stelt ook de oprichting van een nieuw diaconaal netwerk in het vooruitzicht. Het werd als volgt gemotiveerd: 

De verantwoordelijkheid van de christelijke gemeenschap gaat verder dan hulpverlening of ondersteuning. Ze gaat ook over het voorkomen van alle vormen van uitsluiting. We moeten vanuit een christelijk mens- en wereldbeeld naar onze wereld blijven kijken. Beantwoordt de gang van zaken in deze wereld aan het masterplan van de Schepper en aan de waardigheid van de mens?  Diverse groepen en bewegingen houden deze vraagstelling in de kerkgemeenschap levend. Om meer gewicht in de schaal te leggen, vormen ze netwerken, over levensbeschouwelijke grenzen heen. We willen de inzet van deze groepen en bewegingen inschrijven in het werkplan van onze diocesane gemeenschap.

Dat nieuwe diaconaal netwerk ging in 2014 van start onder de naam: Attent, netwerk voor maatschappelijke inzet in bisdom Antwerpen. 

 

 

Diaconie is gelovig handelen, geen sociaal-maatschappelijk project

 

Anneleen Decoene omschrijft (in 2015) het ‘Visioen van diaconie,’ en maakt duidelijk dat het om meer gaat dan om “handelen vanuit en door de kerken”: Waar mensen wegtrekken uit onderdrukking, toekomst opnieuw opengaat,  iets verandert richting bevrijding,: dat zijn de plaatsen waar God ontmoet kan worden, waar kerk gevormd wordt. Diaconie is dan veeleer een wijze van kerk zijn, het is gelovig handelen, géén uitvloeisel van geloven. Diaconie maakt godsontmoeting mogelijk en is 'eredienst' omdat ze eer en bevrijding brengt aan mens en God. 

 

Een gelijkaardige benadering verwoordde Erik Borgman op de Trefdag van Attent in 2025.  Diaconale praktijken zijn  symbolische praktijken, want telkens je één een arme uit de armoede geholpen hebt, weet je dat er nog zoveel armen zijn. Maar door één iemand te hebben geholpen, laten we een andere visie zien, wat laten zien dat eigenlijk alle armen voedsel moeten hebben. En dat doen we door concreet armen te voeden. Het is geen mislukking, en ook geen relativering dat we niet alle armen kunnen voeden, omdat we het perspectief levend houden dat dit ons eigenlijk te doen staat.

 

Diaconie doet ook altijd iets dat groter is dan zichzelf, als een sacrament, een “teken en instrument voor de innige vereniging met God en de eenheid van het menselijk geslacht’, niet als een sociaal-maatschappelijk project” (LG 1). 

 

Diaconie dieper uitgewerkt

Diaconie versterken - 2018

Op 31 mei 2018 sprak Anneleen Decoene (Diaconie- NRV) met verantwoordelijken diaconie en solidariteit over het versterken van diaconie.

Diaconie als tafeldienst

Breken en delen met mensen in nood: diepe band van diaconaat en de Kerk als tafelgemeenschap. Erica Meijers (Protestantse Theologische Universiteit)

Kerk na corona: uitdagingen voor diaconie en solidariteit

Na corona stelde de Pastorale Raad vragen: Waar zien we nieuwe realiteiten? Wat vraagt dit aan creativiteit? Op 26 juni 2021 stond diaconie centraal.

‘Diakonia’ -Een Grieks Bijbelwoord uitgelegd

De ondersteuning van de weduwen is ook belangrijk in de jonge christelijke beweging. Wat bedoelde evangelist Lucas met het woord "diakonia"?

Diakonia

Het Griekse woord ‘diakonia’ is  een omvangrijk begrip. In de Evangelies, het boek Handelingen en de brieven van Paulus gaat het immers over uiteenlopende activiteiten: zorg voor de armen, de weduwen, de wezen en de vreemdelingen, apostolaat, preken, zendingswerk, verkondiging, catechese, huisbezoek en bezoek aan gevangenen en weduwen, die niet kunnen deelnemen aan de samenkomsten van de gemeente. Jezus zegt over zijn ‘diakonia’: “Ik ben niet gekomen om bediend te worden, maar om te dienen” (Mt. 20,28). 

In de vroege kerk is de zorg dat niemand van de gemeenschap gebrek lijdt één van de wezenskenmerken. In Hand. 2, 42-47 weerspiegelt het delen van de bezittingen en elkaar steunen ook het ideaal van een broederlijke gemeenschap: 

Zij legden zich ernstig toe op de leer van de apostelen, bleven trouw aan het gemeenschappelijk leven en ijverig in het breken van het brood en in het gebed. Ontzag beving eenieder, want door de apostelen werden vele wonderbare tekenen verricht. Allen die het geloof hadden aangenomen, waren eensgezind en bezaten alles gemeenschappelijk: ze waren gewoon hun bezittingen en goederen te verkopen en die onder allen te verdelen naar ieders behoefte. Dagelijks bezochten ze trouw en eensgezind de tempel, braken het brood in een of ander huis, genoten samen hun voedsel in blijdschap en eenvoud van het hart, loofden God en stonden bij het hele volk in de gunst.

 

In de encycliek Deus Caritas Est (25 december 2005) wijst paus Benedictus XVI op deze passage. Maar hij noemt deze dienst niet diaconie, maar wel caritas. Caritas, liefde, is voor deze paus op de eerste plaats een opdracht voor iedere gelovige, maar ook voor de gezamenlijke kerkelijke gemeenschap. Caritas vraagt om organisatie, wat zich tot op vandaag bij ons weerspiegelt in Caritasinstellingen en een zelfstandige Caritasstructuur met hulpinitiatieven en ondersteuning van lokale projecten (giften).  

Voor paus Benedictus XVI is deze dienst van de liefde "voor de Kerk geen soort steunverlening, die men ook aan anderen zou kunnen overlaten, doch behoort tot haar wezen, is een onontbeerlijke uitdrukking van haar diepste wezen” (DCE, 17).

 

 

Ambt van de diaken

In het Bijbelboek Handelingen, hoofdstuk 6 lees je dat de eerste gemeenschappen zich zo sterk ontwikkelen dat de apostelen overbelast geraken. Ze kiezen een groep van zeven mannen uit, die “vol van geest en wijsheid” zijn. Het is een startpunt voor het ambt van de diaken, ook al veranderde de inhoud van dit ambt en ook het ambt van bisschop en priester nog sterk. Het diakenambt raakte rond het jaar 1000 in onbruik en werd tijdens het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1964) heringevoerd, met een eigen roeping en zending. 

De diaken is geen door de kerk gemandateerde maatschappelijk werker of sociaal assistent. De diaken, die zelf mensen nabij is in de naam van Christus, roept de gemeenschap op tot dienst aan mens en wereld en zal de naastenliefde van de gemeenschap aanwakkeren, bezielen en begeleiden. Steeds weer vraagt hij aandacht voor de arme, gekwetste, zieke en rouwende mensen en dringt hij er op aan hen niet te vergeten. 

Diakens zijn in de katholieke kerk verbindingsfiguren tussen kerk en wereld, tussen Bijbel en leven, tussen liturgie, verkondiging en naastenliefde. Ze staan in naam van God open voor de (zorg)vragen van anderen, met een gratuite liefde, het teken van Gods liefde voor de wereld. (Uit: Emmanuel Van Lierde, Engagement namens God, p. 36 - 40)
 

Laatste aanpassing op 18/08/2026 om 13:13
HomeAttent
Algemeen
  • Contacteer ons
Sociale kanalen
  • Facebook
© Attent 2026
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Abonnementsvoorwaarden
  • Vacatures
Ga naar Otheo