In het pretpark [Kolet op zondag]
Er zijn zo van die momenten dat je in een oogwenk de samenhang ervaart tussen alles wat er is. De aarde, de mensen, de dieren en de planten, de geschiedenis, het heden en de toekomst. Je ziet – één ogenblik lang – hoe ze samen horen en hoe alles doordrongen is van de adem van God.
In een flits is dat ook weer voorbij en ploeter je verder aan de weg van elke dag, in de hoop dat je ooit nog eens zo’n genadevolle glimp te zien krijgt.
Zo’n ervaring kan je overal beleven. Bij de geboorte van je kind of als je midden in een oud, hoog bos bent. Maar het kan ook in de supermarkt of in het pretpark.
Onlangs zat ik met mijn kleindochter in een ‘gondel’ in een sprookjesachtig deel van een pretpark. We zweefden langs een landschap met elfen en eekhoorns, bloemen, bomen en watervallen. Daarna kwamen we terecht in de nacht, waar kleine planeten vol huizen met torens met verlichte raampjes door het donker dwaalden. Net als wij, bedacht ik. Wij zitten toch ook op een overvolle planeet vol mensen met goede en slechte bedoelingen, samen in een baan in het heelal. Zo klein en dapper als alleen mensen kunnen zijn. Zou God zo naar ons kijken?
Soms moet je naar een pretpark gaan om te zien waar we mee bezig zijn
Soms moet je naar een pretpark gaan om te zien waar we mee bezig zijn. Een kwartier verder gilden de roekelozen het uit van de spannende pret op de achtbaan. Zij hadden een ander soort diepte-ervaring.
Allemaal mensen, allemaal op weg om er het beste van te maken. Een pretpark is een miniwereld die je even laat dromen. En die je helpt om te geloven dat alles kan.


