Iraakse eerste minister vraagt christenen te blijven
De nieuwe patriarch van de chaldeeuws-katholieke Kerk, Paulus III Nona, werd vorige zondag in Bagdad voor het eerst officieel ontvangen door de Iraakse eerste minister, Ali Falih Kadhim al-Zaidi. In Irak is de president steevast een Koerd en de eerste minister een sjiiet. Al-Zaidi en president Nizar Mohammed Saeed Amidi zijn nog maar net verkozen, kort na de parlementsverkiezingen van april jongstleden.
‘Nationale prioriteit’
Volgens het koerdische nieuwsagentschap Rudaw verzekerde de premier zijn gast dat de Iraakse regering wil helpen de christelijke gemeenschappen in het land te herstellen. De terugkeer van christenen én investeerders naar christelijke regio’s in het land noemde de Al-Zaidi een ‘nationale prioriteit’. Voor de Amerikaans-Britse inval in Irak waren er nog anderhalf miljoen christenen, daarvan zijn er nu maximum 400.000 over.
Landroof blijft aanslepen
Van die ‘nationale prioriteit’ merk je op het terrein niet altijd veel, zelfs niet in gebieden in het noorden die de facto onder koerdisch bestuur staan. Al decennia worden historisch christelijke gronden vaak onwettig ingepalmd, nu eens door invloedrijke koerdische of Arabische stammen, dan weer door de regering in Bagdad of zelfs in Erbil. Soms hebben christenen zelf hun landerijen aan moslims verkocht, tegen wettelijke bepalingen in.
Keshkawa wacht op uitvoering van vonnis
Het is een complexe aangelegenheid die aandacht krijgt van allerlei rechtbanken en regeringscommissies. Maar de invloed van stamhoofden is in Irak soms groter dan die van regeringsinstanties. Dat is bijvoorbeeld het geval voor het assyrische dorp Keshkawa in de ‘Vallei van de koningen’ in het uiterste noorden van Irak, een vijftigtal kilometer ten noorden van Erbil en een vijftigtal kilometer ten oosten van provinciehoofdplaats Duhok.
Saddam Hoessein
De Nahla-vallei waar Keshkawa ligt, is een christelijk bolwerk sinds de assyrische genocide, want na 1915 vluchtten vele christenen vanuit het Hakkari-bergland aan de andere kant van de grens met Turkije erheen. Er ontstonden vaak fricties met de koerden, en de strijd tegen koerdische separatisten zette het soennitische Ba’ath-regime in Bagdad ertoe aan de bewoners van het dorp te verjagen en hun gronden aan het leger te geven.
Manifestaties
De invloedrijke koerdische stamleider die de gronden nu claimt, heeft ze van overheid gekocht, maar een rechtbank oordeelde dat ze aan de oorspronkelijke assyrische bewoners teruggegeven moeten worden. Er werd begin deze maand nog geprotesteerd omdat dit vonnis niet uitgevoerd wordt, en daarbij viseerden de manifestanten in de diaspora – in Zweden bijvoorbeeld – expliciet de Barzanîs die in Erbil de lakens uitdelen.
Ook Bakhteme strijdt voor eigendommen
Soortgelijk verhaal in Bakhteme net ten zuidwesten van Duhok. Ook daar zijn assyrische christenen terechtgekomen na slachtpartijen in 1920 in het huidige Turkije en in 1933 in het huidige Irak. Het dorp werd in 1991 door Saddam Hoessein echter ontruimd en aan het leger gegeven. Dat leger gaf de gronden naderhand cadeau aan hoge officieren, maar de oorspronkelijke bewoners van Bakhteme willen hun eigendommen nu terug.
Nieuwe bedreiging door damprojecten
De internationale luchthaven van Erbil ligt eveneens op grond die historisch aan christelijke boeren uit Ankawa toebehoorde. Die werden destijds voor een appel en een ei onteigend. Straks dreigen enkele andere christelijke nederzettingen door het bestuur van ‘Koerdistan in Noord-Irak’ op eenzelfde manier behandeld te worden. De regering-Barzanî werkt immers aan een ruim netwerk aan dammen om elektriciteit op te wekken. Volgens christelijke organisaties dreigen daardoor opnieuw historische christelijke gronden onder water te verdwijnen of te worden onteigend.





