Paus roept op geweld tegen Palestijnen te stoppen
Na het Angelusgebed in het pauselijke zomerverblijf in Castel Gandolfo, heeft paus Leo XIV gisteren met aandrang gepleit voor een einde van het geweld tegen Palestijnse burgers op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. ‘Ik herhaal dat het voortdurende geweld tegen de Palestijnse burgerbevolking op de West Bank moet stoppen’, zei de paus, ‘en ik roep de internationale gemeenschap op dringend werk te maken van de tweestatenoplossing, met het oog op een duurzame en rechtvaardige vrede.’
Het Vaticaan staat al decennia achter de tweestatenoplossing en heeft in 2015 de staat Palestina erkend. Volgens Vaticaanse media heeft de Amerikaanse paus dat aloude standpunt van de Vaticaanse diplomatie herhaald toen hij begin november vorig jaar, tien jaar nadat de Heilige Stoel een diplomatiek overeenkomst met Palestina sloot, de 90-jarige Palestijnse president Mahmoud Abbas in Rome in audiëntie ontving. Maar dit is de eerste keer dat paus Leo XIV zich publiekelijk zo duidelijk uitspreekt.
Aanleiding
Al enkele weken worden Palestijnse gezinnen op de Westoever continue door illegale Israëlische kolonisten belegerd. Het geweld nam toe na een incident in het dorpje Tal ten zuidwesten van Nabloes. Volgens het Israëlische leger vielen ‘terroristen’ wandelaars aan, namen zij het wapen van een bewaker af en vermoordde zij hem, waarna het Israëlische leger vier Palestijnen doodschoot. Drie van hen waren leden van eenzelfde familie; bij het incident verloor ook een tweede Israëlische soldaat het leven.
In de Palestijnse lezing van de feiten – die trouwens ’s anderendaags door Vatican Media werd overgenomen – luidt het dat Israëlische settlers Palestijnse dorpelingen met stenen aanvielen en auto’s en huizen en dergelijke in brand staken. Eenmaal ter plekke openden de Israëlische bezettingstroepen meteen het vuur. Achteraf verklaarde het Israëlische leger in de streek ‘een ruime contra-terrorisme-actie op te zetten’ en pakte het daarbij alvast meer dan 130 Palestijnen op.
Graffiti
De Israëlische premier Benjamin Netanyahu kondigde na het incident in Tal ‘een krachtige reactie’ aan, wat doorgaans betekent dat de huizen van de betrokken Palestijnen zonder meer met de grond gelijkgemaakt worden. Intussen werd in het naburige dorpje Qusra een moskee in aanbouw in brand gestoken. Op de muren waren Hebreeuwse graffiti met ‘wraak’ en ‘dood aan de Arabieren’ te lezen. De kolonisten wisten er her en der bovendien de toevoer van elektriciteit en water te blokkeren.
In het naburige Kour was er ook een aanval op de moskee en werd die eveneens beklad. Het Israëlische leger zegt dit alles te willen onderzoeken. Maar in de praktijk blijven kolonisten de Palestijnse dorpen in de streek belegeren en laat het Israëlische leger gewoon begaan. Volgens onder meer Israëlische hulpverleners verhindert het leger er zelfs humanitaire hulp aan dorpelingen die hun huizen niet meer uit durven te komen. In Qusra zouden de Israëlische soldaten zelfs samen met de kolonisten gebeden hebben.
Loze woorden
Het geweld van joodse kolonisten tegen de lokale Palestijnse bevolking op de Westoever flakkert zozeer op en de internationale aandacht ervoor groeit zozeer aan, dat een woordvoerder van de Israëlische bezettingsmacht het onlangs had over ‘te betreuren’ of zelfs ‘onaanvaardbare’ acties van settlers, en eraan toevoegde dat de Israëlische overheid ‘onderzoek zou voeren’ en ‘verantwoordelijken zou straffen’.
In de praktijk zijn dat loze woorden: doorgaans genieten de kolonisten totale straffeloosheid. Hun doel is om de oorspronkelijke bevolking weg te jagen en hun gronden en huizen over te nemen. En dat lukt ze ook. Volgens de Verenigde Naties zijn 127 Palestijnse gemeenschappen op de bezette Westelijke Jordaanoever sinds januari 2023 slachtoffer geworden van volledige of gedeeltelijke ontheemding; 47 ervan werden volledig ontheemd, voor in totaal meer dan 6.390 Palestijnen. Dit jaar werden intussen al 3.800 Palestijnen door geweld en sloopacties van kolonisten weggejaagd, waarvan bijna de helft kinderen.







