Bisschop Johan Bonny over Allerheiligen en Allerzielen: als een ‘bevende zekerheid’
Het najaar kleurt steeds meer geel, oker, bruin en roest. Steeds meer lijken bossen en velden op een Engelse winterjas, geweven uit zachte wollen tweed, geverfd in alle tinten van de herfst. Dan naderen de dagen van Allerheiligen en Allerzielen. Dagen waarop we onze geliefden gedenken. Allen die ons in de dood zijn voorgegaan. Allen die een lege plek hebben achtergelaten. Allen die een stempel op ons leven hebben gedrukt.
In deze tijd van het jaar moet ik denken aan een kort gedicht uit 1973 van Ad den Besten (1923-2015). Hij schreef het na het overlijden van de dichter Muus Jacobse (1972) en net voor een persoonlijke operatie. Het is een gedicht voor deze tijd van het jaar:
‘Gij hebt, o God, dit broze bestaan gewild, hebt boven ’t nameloze mij uitgetild. Laat mij dan dankbaar leven de volle tijd, geborgen in de bevende zekerheid dat ik niet uit dit smal en onvast bestand van mijn bestaan zal vallen dan in uw hand.’
We leven een ‘broos bestaan’. Een ander bestaan is ons niet gegeven. En zo heeft God het ook gewild. Hij heeft ons niet gemaakt van roestvrij staal of van onverteerbare microplastics. Broosheid hoort bij een mensenleven, van het begin tot het einde. Broosheid naar ziel en naar lichaam. Broosheid van verbindingen en vriendschappen.
Soms laat die broosheid zich heel snel voelen, soms laat ze zich pas later zien. Ze loopt door ons leven, even onvoorspelbaar als het weer. Winst en verlies liggen soms dicht bij elkaar.
Zo rusten mensen op het kerkhof naast elkaar. De een werd oud, de ander stierf jong. Bij het ene graf staan nog bloemen, bij het andere niet. Alleen onze naam blijft van ons, als een waarmerk voor eeuwig.
We weten niet hoe lang onze ‘volle tijd’ zal duren, of wat onze ‘volle tijd’ ons nog zal brengen. Juist daarom is dankbaarheid zo een belangrijke levenskunst.
Bisschop Johan Bonny
‘Laat mij dan dankbaar leven de volle tijd’, dicht Ad den Besten. We kennen dat gevoel. Het overkomt ons na het bezoek aan een zieke vriend of familielid. Of na de uitvaart van iemand die we goed kenden. Of na geslaagde ingreep.
Neen, we weten niet hoe lang onze ‘volle tijd’ zal duren, of wat onze ‘volle tijd’ ons nog zal brengen. Juist daarom is dankbaarheid zo een belangrijke levenskunst. Het goede zien in al wat je meemaakt.
Tel je zegeningen
Of zoals men in het Engels zegt: ‘count your blessings’ – ‘tel je zegeningen’. Neen, je bent nog niet verslagen. Je rust nog niet bij de doden. Focus op de positieve momenten, liever dan je zorgen te tellen of je met anderen te vergelijken.
‘Geborgen in de bevende zekerheid dat ik niet uit dit smal en onvast bestand van mijn bestaan zal vallen dan in uw hand.’ Het is een prachtige zin, die ik al vaak heb nagezegd. Op zekere dag zal ik uit dit leven vallen. Dat is een harde zekerheid. Iets als een wiskundige of een wetenschappelijke zekerheid. Niemand blijft in leven. De dood wacht ons op.
Een 'bevende zekerheid'
Toch staat tegenover die ‘harde zekerheid’ nog een andere zekerheid, een ‘bevende zekerheid’. Een zekerheid die ik meteen weer kan betwijfelen of betwisten. Een zekerheid waarvoor ik beducht of bang kan zijn. Een zekerheid die mij zowel troost als boeit. De zekerheid namelijk ‘dat ik niet uit dit smal en onvast bestand van mijn bestaan zal vallen dan in uw hand’.
Want als ik niet ‘dan in uw hand’ zal vallen, wie of wat staat mij dan nog te wachten? Aan welke verrassingen mag ik mij dan nog verwachten?
Bisschop Johan Bonny
In die zekerheid mag ik mij geborgen voelen. Ik mag mij erdoor laten dragen. Ik mag mij eraan toevertrouwen. En ik mag mij erdoor laten uitdagen, bevragen, verwonderen. Want als ik niet ‘dan in uw hand’ zal vallen, wie of wat staat mij dan nog te wachten? Aan welke verrassingen mag ik mij dan nog verwachten? Of mogen wij ons dan nog verwachten? Gods hand als ‘een bevende zekerheid’.
+ Johan Bonny
Bisschop van Antwerpen





