Onze Benin-reizigers zijn er stilaan klaar voor. Dit staat hen te wachten op hun inleefreis
Hoewel de economie in Benin groeit, zijn de uitdagingen groot voor de gemiddelde burger. De toegang tot kwalitatief onderwijs en opleidingen is beperkt, zeker voor meisjes. Eenmaal afgestudeerd vinden jongeren moeilijk werk. Meisjes hebben extra te lijden onder genderongelijkheid, wat zich vertaalt in praktijken als vroege huwelijken en geweld. En dan is er nog de schrijnende problematiek van straatkinderen.
Om de situatie van de jeugd duurzaam te verbeteren, ondersteunt VIA Don Bosco initiatieven die de zelfredzaamheid van jongeren en vooral meisjes bevorderen en die het middenveld versterken. Dat gebeurt vooral in beroepsscholen maar ook in opvangcentra en via korte opleidingen voor kinderen die niet klaar zijn voor een volledige scholing. We zullen kennismaken met de paters en zusters van Don Bosco, die de bezielers zijn van deze activiteiten.
Cotonou, stad aan de oceaan
1 november zetten we ‘s avonds voet aan de grond op de kleine luchthaven van Cotonou. Dat is niet de politieke hoofdstad van Benin, maar wel de grootste stad. Ze telt zo’n 2,5 miljoen inwoners. De haven werd de laatste jaren sterk uitgebouwd in samenwerking met het Antwerpse Havenbedrijf en het Belgisch agentschap voor internationale samenwerking Enabel. In de kuststreek zijn heel wat expats actief. In Benin wonen naar schatting 5.500 Europeanen.
Het grootste deel van onze inleefreis speelt zich af in deze bruisende stad. We logeren niet op de missieposten van de paters of de zusters, omdat onze groep te groot is. Onze gids Wisdom Tsedi vond daarentegen een aardig verblijf voor ons, genaamd Villa Ekabo. Daar kunnen we ‘s avonds ontspannen en reflecteren over onze ervaringen, want die zullen intens zijn.
Politieke stabiliteit
De politieke situatie in Benin is stabiel, al zijn er onderhuids heel wat spanningen. In december 2025 werd een couppoging door militairen verijdeld. De president houdt de touwtjes strak in handen. Vrije verkiezingen kon je die van 2026 niet echt noemen.
In het noorden grenst Benin aan Burkina Faso en Niger, landen die door militaire junta's worden geleid. Het grensgebied wordt geregeld geconfronteerd met islamitisch terrorisme vanuit die landen. Cotonou ligt echter helemaal in het zuiden van het land. Onze reis zal niet met deze problematiek in aanraking komen.
Hoe het land aan zijn naam kwam
Voordat Benin door Frankrijk gekoloniseerd werd (tussen 1894 en 1960), bestond het uit meerdere politieke entiteiten. Een daarvan was het koninkrijk Dahomey. De Fransen namen die naam over voor het hele gebied. De naam Benin komt pas op de proppen na een staatsgreep in 1975. De nieuwe naam moest voor alle bewoners relevant zijn, niet alleen voor de groep uit het voormalige koninkrijk. Hoe kwam men dan bij Benin? De naam verwijst naar de Baai van Benin, die zijn naam dan weer ontleent aan het Koninkrijk Benin, dat vandaag in Nigeria ligt.
Diverse bevolkingsgroepen
Er leven ongeveer 42 etnische groepen in Benin en er worden dan ook heel wat talen gesproken. Een van de grootste talen is het Fon. Op de middelbare school leren Beninezen echter Frans, maar slechts de helft van de bevolking is gealfabetiseerd. Ter vergelijking: in 1979 kon maar 16 procent lezen en schrijven.
Volgens Pew Research Centre is het christendom de grootste godsdienst (53%), gevolgd door de islam (31%) en andere geloofsovertuigingen, waaronder Afrikaanse traditionele religies (11%).
Donkere bladzijde uit de geschiedenis: de slavenhandel
We vernoemden daarnet al even het koninkrijk Dahomey. Dat kwam op in de 17de eeuw en veroverde het kustgebied. Krijgsgevangen werden ofwel ritueel gedood, ofwel verkocht als slaven aan Europese slavenhandelaren. Rond 1750 verdiende de koning van Dahomey naar schatting 250.000 pond per jaar met de verkoop van gevangenen. Jaarlijks werden destijds, alleen al vanuit het huidige Benin, ruim 100.000 mensen als slaven verkocht en over de Atlantische Oceaan naar Amerika gevoerd.
Benin kende tot aan de Franse kolonisatie voornamelijk een orale cultuur. Maar de eerste roman, die werd geschreven door Félix Couchoro in 1929, kreeg de veelzeggende titel: L'Esclave (De Slaaf).
Op onze laatste dag in Benin zullen we de oude slavenroute en het slavenfort in Ouidah bezoeken. De stad ligt ook aan de kust, op een uurtje van Cotonou.
In het spoor van Don Bosco
De projecten van VIA Don Bosco staan centraal op onze inleefreis. Het filmpje hieronder brengt ze heel mooi in beeld aan de hand van het verhaal van Gislain.
We zullen in Benin onder meer kennis maken met volgende projecten:
- Opleidingscentrum en beroepsschool Saint Jean Bosco: kwalitatief beroepsonderwijs voor jongens en meisjes. Hier wordt sterk ingezet op het doorbreken van genderstereotypen. Na het laatste jaar van het middelbaar staat een tewerkingstellingsbureau klaar om de jongeren te begeleiden naar de arbeidsmarkt. Er zijn ook werkateliers voor oud-leerlingen. De school ligt in een arme wijk. Heel wat jongeren komen alleen naar de hoofdstad vanuit omliggende dorpen.
- Opleidingscentrum en opvang Maman Marguerite: voor straatkinderen en jongeren met juridische problemen. De meest kwetsbaren krijgen hier onderdak. In ateliers kunnen de jongeren basisvaardigheden leren. Er is ook een tewerkstellingsbureau dat hen naar werk begeleidt.
- Maison de l’Espérance: korte opleiding en opvang voor jongens en meisjes die nog geen onderwijskansen kregen.
- Maison du Soleil: opvang en begeleiding voor meisjes die op straat leven en zelf al moeder zijn
- Opleidingscentrum Garelli: Ligt niet in Cotonou maar in de hoofdstad Porto-Novo, op ongeveer een uurtje rijden. Hier worden voornamelijk straatkinderen opgevangen. Garelli zet in op alfabetisering en re-integratie in de samenleving. Ook hier worden ateliers aangeboden zoals huishouden, naaien en motormechanica.
Volg onze liveblog op Otheo vanaf zondag 1 november!






