Bijbel van A tot Z ~ Kefas
Het woord ‘kefas’ komt uit het Aramees (kefa), en betekent ‘rots’ of ‘steen’. Het was de bijnaam van de apostel Simon, een visser die mogelijk geboren werd in Betsaïda en die later ging wonen in Kafarnaüm (zo vertellen de evangelies). De gewone naam van die visser is Simeon, zoon van Jona.
De naam Simeon is een heel gangbare naam in Jezus’ tijd, en om verwarring te voorkomen zet men altijd ‘de zoon van’ erbij, of soms ook de plaats waaruit iemand afkomstig is. Zo is Maria Magdalena bijvoorbeeld ‘Maria afkomstig uit Magdala’. We weten van Simeon dat hij gehuwd was en dat hij later op zijn zendingsreizen ook zijn vrouw meenam (zie 1 Korintiërs 9,5).
Hoe Simon aan zijn bijnaam kwam
Volgens de evangelische traditie is het Jezus zelf die aan Simon de bijnaam Kefa gegeven heeft (‘Kefas’ in het Grieks). ait gebeurt op een plechtig moment, bij Marcus zijn we dan halfweg het evangelie. Jezus vraagt aan zijn leerlingen wat de mensen over hem denken. En daarna vraagt hij het aan de leerlingen. Simeon geeft als antwoord: ‘U bent de messias, de gezalfde!’
Die opbouw bij Marcus is bewust. De acclamatie van Simon is het hart van zijn evangelie, dat een geloofsgetuigenis is over Jezus.
Bij Matteüs zitten we dan in hoofdstuk 16. Daar horen we Simeon zeggen: U bent de messias, de Zoon van de levende God! (Matteüs 16,16). En dan geeft Jezus hem een bijnaam, die eigenlijk een titel wordt.
Gelukkig ben je, Simon Barjona [zoon van Jona],
want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard,
maar door mijn vader in de hemel.
En ik zeg je: jij bent Petrus,
de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen.
Het Griekse woord voor ‘rots’ is petra en daarvan is Simons bijnaam Petrus afgeleid. Hij is een getuige van Jezus als de messias en Zoon van God.
Het Griekse woord voor ‘rots’ is eigenlijk petra, en daarvan wordt de bijnaam voor Simon afgeleid. Hij wordt in het Grieks Petros genoemd; in het Latijn wordt dat Petrus. Hij is de rots omdat hij een getuige is van Jezus als de messias en als ‘de Zoon van God’.
Later zal hij ook de getuige worden van Jezus’ transfiguratie (Matteüs 17,1) en nog later zal hij bevoorrechte getuige worden van de verrijzenis van Jezus (niet bij Matteüs, wel bij Lucas en Johannes). Hij is óók ‘getuige’ omdat hij later, onder keizer Nero, de dood van een martelaar zal ondergaan (het Griekse woord martus voor getuige zal daardoor ook bloedgetuige of martelaar gaan betekenen).
Steunpilaar met conservatief kantje
Sim(e)on Petrus was een leidersfiguur, dat zat in hem. Hij neemt initiatief, soms impulsief. Hij is ook vaak de woordvoerder van de leerlingen. Later botst hij met een andere sterke leidersfiguur: de apostel Paulus. Wanneer het evangelie ook aan niet-Joden verkondigd wordt, treden er spanningen op tussen de Joodse en de niet-Joodse gelovigen in Jezus. Paulus meent dat Petrus zich laat meeslepen door vrome Joden die vonden dat wie Jezus aannam, zich ook aan de hele Tora (sabbat en besnijdenis) moest houden. Een herkenbaar identiteitsdebat anno 21ste eeuw: wie erbij wil horen, moet zijn zoals wij.
Paulus zal zich nogal schamper laten ontvallen dat hij zich niet van de wijs laat brengen door mensen die als steunpilaren gelden, en daarmee bedoelt hij Jakobus, Kefas en Johannes(Galaten 2,9).
Steenezel
De visser Simon was van eenvoudige komaf, geen geleerde zoals Paulus. Hij was een volksmens, met een goed hart, soms ook verdraaid koppig. Misschien is de eerste herkomst van de bijnaam ‘kefas’ ook wel daar gelegen: Simeon de Steen, omdat hij zo onbuigzaam kon zijn. Gaf Jezus ook niet zo’n soort bijnaam aan andere eerstgeroepenen, zoals de vissers Jakobus en Johannes, zonen van de donder?(Marcus 3,17)
Joodse oorsprong van Kerk niet vergeten
De titel Kefas valt in de evangeliën maar éénmaal, maar bij Paulus maar liefst 8 keer (in 1 Korintiërs 4 keer en in de Galatenbrief ook 4 keer). Dankzij Paulus vergeten we die oorspronkelijke bijnaam en titel van Simon niet. Paulus herinnert ons eraan dat Jezus en zijn leerlingen Aramees sprekende Joden waren.
Zo worden we terug gekatapulteerd naar het allereerste begin! De Kerk heeft lange tijd beweerd dat zij het nieuwe Israël was. Dat was zeker niet wat Paulus en Petrus dachten. In hun visie hoorden joden ook in de Kerk thuis, en zelfs op de eerste plaats. In feite leven we vandaag in een on-Pauleinse kerk, omdat we de joodse aanwezigheid ontberen. Een visie die recht doet aan de oorsprong, laat openheid voor de joodse aanwezigheid.
