‘Biechten’ — dit schrijven ‘De 12’ deze week
De 12’ vormen samen het lezerspanel van Kerk & Leven. In een beurtrol verzorgen ze elke week vier kleine rubrieken: een column, het antwoord op drie doordenkers, een foto die ze onlangs op Otheo zagen en die hen inspireerde en een citaat dat hen dierbaar is.
Biechten — column Romy Kersten
Afgelopen week was ik op vakantie in de Eeuwige Stad, het prachtige Rome. Alles aan deze reis was onvergetelijk: het zien van paus Leo XIV, het heerlijke eten, het warme weer en de vele adembenemende kerken. Toch is mij vooral iets bijgebleven wat ik even goed in een kerk om de hoek kan doen: biechten.
Als bekeerling weet ik nog goed wanneer ik voor het eerst heb gebiecht. Ik was net zeventien geworden en had een maand eerder mijn initiatiesacramenten ontvangen: het doopsel, het vormsel en mijn eerste communie. Ik vond het spannend. In mijn omgeving had ik namelijk ook verhalen gehoord van mensen die slechte ervaringen hadden met de biecht: gevoelens van schuld, het niet weten wat je moest zeggen of zelfs pijnlijke opmerkingen van een priester. Tijdens mijn catechese kreeg ik gelukkig een heel ander beeld mee. De nadruk lag op het helende en verzoenende karakter van de biecht. Als ik kijk naar mijn eigen leven, vind ik het heel belangrijk om sorry te kunnen zeggen. Wanneer ik mijn ouders, een vriendin of mijn partner heb gekwetst, wil ik dat de ander weet dat ik van hem of haar houd en dat het me spijt. Ook tegenover mezelf heb ik moeten leren om vergevingsgezind te zijn. Wanneer ik te lang ben opgebleven, ongezond heb gegeten of een domme fout heb gemaakt op het werk, probeer ik mezelf eraan te herinneren dat ik maar een mens ben en niet alles perfect hoef te doen. Juist het erkennen van mijn tekortkomingen geeft ruimte om opnieuw te beginnen en te groeien.
Hoe mooi is het dan dat God zelf ernaar verlangt om dat genezende gesprek met ons aan te gaan. Dat Hij op ons wacht zonder oordeel, maar met een liefde die telkens het kwaad overwint.
Doordenkers: Mats De Cubber beantwoordt 3 vragen
Wat stoort je vaak bij andere mensen?
Alles heeft tegenwoordig een uitleg nodig. ‘Ik weet het niet’ wordt dan ook vaak geïnterpreteerd als ‘die persoon kent er niets van’. Jammer, denk ik dan, want onwetendheid opent vaak de deur naar verwondering. Die zorgt er op haar beurt voor dat we ontroerd kunnen worden door dingen waarvan we niet wisten dat ze zo’n zinvolle betekenis hadden. Waarom kan een avond in Gent, met de zonsondergang aan het water en in gezelschap van vrienden, zoveel deugd doen? Ik weet het niet. En ik hoef het niet te weten.
Welke film heb je al 10 keer gezien?
Tien keer is overdreven, maar Dead Poets Society is al een aantal keer op mijn tv gepasseerd. Spoilers zal je hier niet lezen, maar de film geeft geweldig weer hoeveel impact een leerkracht kan hebben. Misschien niet zozeer een leerkracht, maar een mentor. Iemand die je hand niet vasthoudt, maar telkens opnieuw een schouderklop geeft.
Wat is jouw favoriete bloem/plant en waarom?
Ik ken helemaal niets van planten en bloemen. Vaak is een bloem voor mij mooi. Of niet mooi. Bij de naam stel ik mij niet al te veel vragen. Bovendien is het verschil tussen onkruid en een bloem slechts een kwestie van oordeel. Ik vroeg mijn broer (net afgestudeerd in de houttechnologie) wat zijn favoriete plant/bloem was. Hij noemde de Acanthus mollis – zachte acanthus. Een plant die als inspiratiebron gebruikt werd in de architectuur voor de Korinthische kapitelen. Een bloem die gebouwen dus wat meer leven geeft!
Alexander Vandaele kiest een foto die hem bijbleef
Iedereen kon inschrijven voor een wandeling, fietstocht of geloofscafé … Anja nam deze foto midden in het groen, met de wind in de haren en vooral spontane gezichten. Niet in de Provence, maar gewoon in Welle! Deze foto past precies bij wat we met twee ‘nieuwe parochies’ (pastorale zones) willen beleven. Kerk-zijn is niet stilstaan voor een mooie foto, maar samen in beweging komen. Mensen van alle leeftijden, uit verschillende dorpen, met verschillende verhalen en talenten. Niet iedereen hoeft hetzelfde te zijn of hetzelfde te denken om toch samen op weg te kunnen gaan. Wie naast elkaar stapt, leert elkaar anders kennen. Afstanden worden kleiner, gesprekken ontstaan, nieuwe verbindingen groeien. Zo werd de ‘startdag’ zelf een beeld van de weg die voor ons ligt: van twee ‘nieuwe parochies’ steeds meer naar één nieuw ‘wij’ in Denderleeuw, Haaltert én Ninove. Die zonnebloemen? Die kregen we er gratis bij. Een zonnige start.
Of ik een waardevol mens ben, zal pas blijken uit hoe ik me onder de veranderdeomstandigheden gedragen zal.
Dirk Aerts over dit citaat
Ik lees op dit ogenblik Judith Koelemeijers biografie over Etty Hillesum, de Joodse vrouw die haar leven eindigde in Auschwitz en bekend werd door haar dagboek en brieven. Het boek biedt een indringend beeld van de persoonlijke ontwikkeling van Hillesum, die uiteindelijk uitmondde in een onwankelbaar geloof in God. Het is nauwelijks te vatten hoe ze hieruit de kracht haalde om het lot van haar medemensen te delen en om elke vorm van haat te overstijgen. Welke de veranderde omstandigheden waren waarover Hillesum het had, behoeft geen uitleg. Zij wist al heel vroeg wat het zou betekenen om niet onder te duiken of te vluchten. Toch is het citaat ook op ons toepasbaar. Pas wanneer we uitgedaagd worden door omstandigheden die we niet in de hand hebben, tonen we wie we echt zijn.
