‘Merci, wesp’ — dit schrijven ‘De 12’ deze week
De 12’ vormen samen het lezerspanel van Kerk & Leven. In een beurtrol verzorgen ze elke week vier kleine rubrieken: een column, het antwoord op drie doordenkers, een foto die ze onlangs op Otheo zagen en die hen inspireerde en een citaat dat hen dierbaar is.
Merci, wesp — column Ine Pauwels
Een pastor uit een ander ziekenhuis neemt contact op. ‘De patiënte komt naar jullie ziekenhuis en ik volg haar al lang op. Wil jij bij haar langsgaan? Dat zal ze zeker appreciëren.’Ik probeer al meteen de volgende ochtend. Maar geraak niet voorbij de deur. ‘Het is geen goed moment’, zucht de patiënte. Ook de volgende dag schudt ze ‘nee’.
Ik probeer nog één keer, denk ik bij mezelf, als het dan niet is, dan is het nee. Ik wil mezelf niet opdringen, maar anderzijds klonk die collega wel echt vastbesloten.
‘Kom binnen’, zegt de patiënte. Haar echtgenoot zit naast haar en ik voel meteen dat ik weer op een verkeerd moment ben gekomen. Hadden ze een intens gesprek en heb ik dat doorbroken? Hadden ze net ruzie? Ik weet het niet. Ik probeer, stel vragen. Krijg een ‘ja’ of een ‘nee’, als ik geluk heb met daar nog drie woorden achter.
In mijn hoofd gaat het als volgt: waarom zijt ge toch nog een derde keer langsgegaan? Die mensen hebben absoluut geen nood aan gesprek. Maar gij moest u weer binnenbabbelen natuurlijk. En zie u hier nu staan: hoog tijd om een elegante exit te bedenken.
Terwijl ik naga hoe ik het gesprek het best kan afronden, vliegt er een wesp de kamer binnen. Ik zie meteen aan het gezicht van de patiënte dat ze erg op haar ongemak is. ‘Mag ik?’, vraag ik, en trek mijn sandaal uit. Met één welgemikte slag, mep ik de wesp dood. De patiënte reikt mij de papieren zakdoekjes aan en ik poets het raam zo goed als ik kan schoon.
De echtgenoot begint te lachen: ‘Dat beest kreeg niet veel kans. Zijt gij al altijd voor de directe aanpak?’ Het ijs is gebroken. Hij begint te vertellen, zij vult aan. ‘En ge loopt morgen maar eens terug binnen hé’, klinkt het wanneer ik de kamerdeur sluit. Merci, wesp. En sorry.
Doordenkers: Mieke De Jonghe beantwoordt 3 vragen
Welk religieus object koester je?
‘Hoewel ik ze niet bewust verzamel, heb ik er toch zo’n 15 in huis: Mariabeelden. Van de meeste ken ik het verhaal hoe ze hier beland zijn, en één exemplaar vind ik daardoor bijzonder waardevol: het was een huwelijkscadeau voor onze ouders. Bij het afstoffen ben ik altijd heel voorzichtig, bang dat ik net dán zou struikelen wanneer ik het even weghaal van zijn vertrouwde plekje. Er is nog iets wat dit beeld extra bijzonder maakt: toen onze ouders zo’n kleine 60 jaar geleden kennismaakten met een kunstenaarskoppel uit het Brugse, herkende de dame het beeldje als afkomstig uit het keramiekatelier waar zij als jonge kunstenares keramiek kleurrijk beschilderde. Wellicht schuilt onder de mooie glazuurlaag de vaardigheid van haar hand? Zo blijft deze Maria een zichtbare herinnering aan een decennialange vriendschap, nu geen van beide koppels meer leeft.’
Waar voel je je thuis?
‘Klinkt het pretentieus als ik schrijf dat ik me overal waar ik kom goed voel? Ben ik dan zo’n gemakkelijk mens of lacht de wereld me gewoon toe? Of … en dat is een vervelende gedachte: mijd ik misschien plekken en gezelschappen die me niet zo liggen en die toch wel iets van mij verwachten? Ik stel de vraag aan mezelf, maar denk er misschien ook eens over na.’
Welke slechte eigenschap van jezelf kan je moeilijk bedwingen?
’Uitstelgedrag. Kleine werkjes geef ik voorrang, waardoor de deadlines voor belangrijker opdrachten dreigend naderen. Ik ‘kick’ op deadlines en ben niet de enige. Dat is een troost. En zolang het werkt, waarom veranderen?’
Lucette Verboven kiest een foto die haar bijbleef
Enzo Bianchi! Op de foto: een en al opgewektheid, net zoals de twee keer dat ik hem kon interviewen, eerst in Bose en later in Drongen. Hij was één brok energie, wat ook nodig was om zo’n oecumenische gemeenschap van mannen en vrouwen als Bose uit de grond te stampen. Misschien zijn zulke mensen uitzonderlijk en kunnen ze dan ook moeilijk ‘met pensioen gaan’. Zijn verwijdering uit Bose moet hem enorm veel verdriet gedaan hebben. Het komt echter vaker voor dat je op het einde van je leven je eigen project moet verlaten, omdat anderen het willen overnemen en er hun eigen stempel op willen drukken. En Jezus? Is het nog ‘zijn’ Kerk, of is ze dat nooit geweest? Hoe dan ook, ze is onaf. Zijn leven was allesbehalve geslaagd, zo schandelijk sterven aan een kruis… Het moet zijn dat God totaal andere maatstaven hanteert dan de mens. Bianchi zei me dat ‘het ideaal van een beschermd en een geslaagd leven een afgod is’. Dat is even slikken, want eigenlijk wil ik dat wel.
Als men glashard kan aantonen dat ik me vergis, dan pas zal ik geloven dat er geen hemel is.
Herman Finkers
Joris Billen over dit citaat
Deze heerlijke, nuchtere zin uit een liedje van cabaretier Herman Finkers tovert meteen een glimlach op mijn gezicht. Vaak wordt aan gelovigen gevraagd om met harde bewijzen te komen voor een hemel of een leven na de dood. Finkers draait het op zijn typische, droge manier om: het tegendeel is evenmin te bewijzen.
Het mysterie van het geloof laat zich niet dwingen in wetenschappelijke formules. Juist in een wereld die zo gefocust is op tastbare feiten en bewijzen, houdt dit citaat de deur open naar hoop en verwondering.
