Commentaar Bijbellezing 14/12: Op zoek naar de Messias - Valérie Kabergs
Evangelie: Matteüs 11, 2-11 — ‘Gaat aan Johannes zeggen wat gij hoort en ziet’
In die tijd hoorde Johannes in de gevangenis over de werken van de Christus en hij liet Hem door zijn leerlingen de vraag stellen: ‘Zijt Gij de komende, of hebben wij een ander te verwachten?’ Jezus antwoordde hun: ‘Gaat aan Johannes zeggen wat gij hoort en ziet: blinden zien en lammen lopen, melaatsen genezen en doven horen, doden staan op en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd. Gelukkig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt.’ Toen zij vertrokken waren, begon Jezus tot de menigte te spreken over Johannes: ‘Waar zijt gij in de woestijn naar gaan zien? Naar een riethalm door de wind bewogen? Waar zijt gij dan wél naar gaan zien? Naar iemand in verfijnde kleding? Die verfijnde kleding dragen zijn te vinden in de paleizen der koningen. Waartoe zijt gij dan uitgetrokken? Om een profeet te zien? Inderdaad, zeg Ik u, zelfs meer dan een profeet! Hij is het over wie geschreven staat: Zie, Ik zend mijn bode voor u uit die de weg voor uw komst zal bereiden. Voorwaar, Ik zeg u: Onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper. Niettemin is de kleinste in het Rijk der hemelen groter dan hij.’
Commentaar Valérie Kabergs: ‘Op zoek naar de Messias’
Lees ook
De evangelielezing neemt ons mee naar een tijd waarin mensen heel sterk op zoek waren naar de Messias. Die redder was hen beloofd in de joodse geschriften. Toch is het niet duidelijk waar ze hem precies moeten zoeken. Zelfs degenen die Jezus al ontmoet hebben en weten van zijn bijzondere band met God, twijfelen nog. Een van die mensen is Johannes de Doper. Hoewel hij Jezus gedoopt heeft, vraagt hij zich vanuit de gevangenis af wie die Jezus precies is. Een opsomming van een aantal daden die in de joodse geschriften met de Messias verbonden worden, moet Johannes’ leerlingen en uiteindelijk ook Johannes zelf overtuigen van Jezus’ identiteit.
Jezus kaatst de bal op zijn beurt terug en bevraagt de menigte over de identiteit van Johannes. Johannes is meer dan een gewone profeet. Jezus noemt hem de voorbode of voorloper van de Messias. Hij stelt Johannes de Doper dus voorop als iemand van wie iedereen een voorbeeld kan nemen als hij of zij de Messias wil vinden.
Wat me opvalt, is dat Johannes de Doper in heel wat opzichten verschilt van de mensen die wij vandaag in onze maatschappij als voorlopers zouden aanwijzen. Johannes houdt zich niet op tussen de menigte, maar leeft in het eenzame gebied van de woestijn. Hij draagt geen verfijnde kleding zoals de vooraanstaanden. Bovendien moet een ware voorloper zichzelf kunnen relativeren, zo maakt Jezus duidelijk: de kleinste in het Rijk der hemelen zal groter zijn.
Zijn wij vandaag ook op zoek naar de Messias? Dan vraagt Jezus ons om met andere ogen te kijken en zoeken. De mensen die spontaan de leiding nemen en zich als voorlopers presenteren, zijn misschien niet altijd de beste voorbeelden van Jezus’ levenswandel die naar God leidt. Mensen die durven te twijfelen aan de juiste weg en niet helemaal passen in de normaliteit die de samenleving voorschrijft, zouden ons wel eens dichter bij de beloofde Messias kunnen brengen. Het is aan ons om ze te herkennen en ook zelf een voorbode in hun spoor te zijn.
Valérie Kabergs is redactielid van Otheo.


