Commentaar Bijbellezing 25/10: ‘Liefde: geschenk en gebod’ - Koen Vanhoutte
Evangelie: Matteüs 22, 34-40 — ‘Gij zult uw naaste beminnen als jezelf’
In die tijd kwamen de Farizeeën bijeen, toen zij vernamen dat Jezus de Sadduceeën de mond gesnoerd had. En een van hen, een wetgeleerde, vroeg Jezus om Hem op de proef te stellen: ‘Meester, wat is het voornaamste gebod in de Wet?’ Hij antwoordde hem: ‘Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten.’
Commentaar Koen Vanhoutte: ‘Liefde: geschenk en gebod’
Jezus’ tijdgenoten kennen een veelheid aan godsdienstige levensregels. Stuk voor stuk laten ze zien hoe gelovigen in concrete omstandigheden kunnen doen wat God van hen verwacht. Jezus krijgt de vraag om in die veelheid aan voorschriften een rangorde te bepalen. Welk gebod staat met stip op de eerste plaats? Jezus antwoordt met de twee-eenheid van de liefde tot God en de naaste. Voor Hem is dit ondeelbaar geheel het dragende gebod dat altijd en overal geldt. Het vormt het hart van alle geboden. Alle andere geboden dienen opgehangen te worden aan dit éne grote liefdegebod.
Maar wat is hier met het grote woord ‘liefde’ bedoeld? Bijbels betreft ‘liefde’ hier niet zozeer emoties maar een keuze, een engagement van de wil. Doorheen een lange geschiedenis heeft het godsvolk ontdekt dat God telkens weer gekozen heeft om zijn volk te redden. De gerijpte geloofservaring leert dat het aanbod van Gods grote liefde voor alles gaat. Zijn liefde is altijd eerst. Hoe mysterievol Hij ook blijft, Hij is ons goedgezind. Hij heeft het beste met ons voor. Als welbeminde Zoon leert Jezus ons God als Vader kennen en vertrouwen.
Welk gebod staat met stip op de eerste plaats?
Pas in het licht van het geschenk van Gods welwillendheid kunnen we het ene liefdegebod aan. Het komt niet van een mensvreemde god die ons willekeurig tot liefde wil verplichten. Het betreft veeleer ons actief en vrij antwoord op Gods goedheid. Als God kiest om ons lief te hebben, kiezen wij om Hem lief te hebben en om onze naasten, Gods geliefden, graag te zien. We zetten ons in opdat Gods geliefden het goed mogen stellen, kansen krijgen, op adem komen, moed vatten, opstaan en verder gaan. Gevoelens zijn daarin niet afwezig maar ze zijn niet toonaangevend. De toon wordt gezet door het sterke verlangen om alles te doen wat in onze mogelijkheden ligt opdat anderen mogen groeien en bloeien, leven in overvloed.
Jezus moedigt ons aan om in geloof ons hart te openen voor het cadeau van Gods liefde voor ons. Hij nodigt ons uit Hem te volgen in zijn grote ‘ja’ aan zijn Vader en in groeiende dienst aan mensen. Liefde: het grote gebod, want ook zo’n groot geschenk!
Koen Vanhoutte is hulpbisschop in het aartsbisdom Mechelen-Brussel.

