De wereld van Boef: ‘Het mirakel van het water’ — Jana Wuyts
De kerk in ons Pyrenese dorp is gewijd aan Juste en Rufine, twee zussen die heilig verklaard zijn. Tijdens een wandeling met Boef trof ik hoog in de bergen een kapelletje dat ook hun naam draagt. Het staat verborgen in het bos, een eind van het wandelpad af, bij een klein moerasje. Het viel me op omdat er pitrus groeide, en dat is zeldzaam, zo hoog en droog in deze zuiderse bergen.
In het jaar 280 lieten de zussen hier water ontspringen door hun vingers in de grond te planten, tijdens een periode van rampzalige droogte. Dat mirakel zijn ze hier nooit vergeten.
Sinds onze eigen calamiteiten met water begrijp ik dat maar al te goed.
Op een dag kwam er plots geen water meer uit onze kraan. Wij betrekken water van een bron in ons bos. De voorbije jaren bereikten ons verschillende verhalen over opgedroogde bronnen bij eeuwenoude huizen, en bewoners die daardoor moesten verhuizen. Wij zitten te hoog om op de waterleiding te worden aangesloten.
‘Uw water, uw probleem’, vatte de klerk van het departement samen toen ik hem de situatie uitlegde. Dus gingen Marnix en ik op zoek naar de waterput waar de bron ontspringt, diep verscholen in het bos. Nadat we het struikgewas hadden weggemaaid, en het betonnen deksel hadden gelicht, merkten we dat de put haast overstroomde. Wat een geluk! Onze bron stond niet droog.
Het stelde ons wel voor een nieuw probleem: ergens in de buis naar ons huis zat een verstopping. Die buis is 120 meter lang en dateert uit 1957 – dat ontdekte ik in de archieven op zolder. Niemand wist hoe de buis precies liep. In zeventig jaar is er een bos overheen gegroeid. Wij klampten onze buren aan en belden wel tien bedrijven, maar niemand kon ons helpen een buis uit de vorige eeuw te vinden op een dichtbegroeide, steile bergflank, midden in een enorm bos.
We sliepen enkele nachten slecht.
In het jaar 280 lieten de zussen hier water ontspringen door hun vingers in de grond te planten, tijdens een periode van rampzalige droogte. Dat mirakel zijn ze hier nooit vergeten.
‘L’eau, c’est la vie’, gaf de oudste eenvoudigweg als verklaring, en hij trok fluitend het bos in, pikhouweel over de schouder. Zijn broer liep achter hem aan met een zware gereedschapskist.
Deze jongens wisten waar ze mee bezig waren. Ze bestudeerden de put, speurden naar markeerstenen, keken naar de leeftijd van de bomen, en dokterden de logische weg van het water uit.
‘Mogelijk hebben we een graafmachine nodig’, zei de jongste, die even had staan rekenen. ‘Er moeten waarschijnlijk een paar bomen weg.’
Hij zei het alsof het over bloemen plukken ging.
Maar voor ze de graafmachine lieten aanrukken, wilden ze iets uitproberen. ‘Heb je twee stukken ijzerdraad?’
Ik haalde ze uit het tuinhuis. De jongste hield de ijzers voor zich uit en stapte er traag mee over de steile helling. Plots schoven ze heen en weer. Ook bij Marnix bewogen ze precies op dezelfde plek.
Daar hakten de jongens een put. Tevergeefs.
‘Ooit maakten we 86 putten voor we het water vonden’, zei de jongste, het zweet van zijn voorhoofd vegend. Zonder dralen begon hij aan een tweede put.
Amper tien minuten later was het prijs. Daar lag de buis! We konden onze ogen niet geloven, en zelfs de broers waren verrast. Met een slijpschijf maakten ze de buis open. Een dode naaktslak gulpte als een kauwgombel uit de opening, en meteen begon het water weer te stromen. Nooit eerder waren wij zo blij met water.
‘Dit is ongezien’, zei de jongste grijnzend. ‘Zo snel hebben we nog water gevonden. Ik ga straks op de lotto spelen.’
Iemand zei me onlangs dat we in deze bergen voor elkaar zorgen. En waar mensen voor elkaar zorgen? Daar gebeuren wel eens mirakels.
• Jana Wuyts (°1981) is copywriter en marketeer. Ze woont en werkt afwisselend in Antwerpen en de Pyreneeën (in Frans-Catalonië). Schreef onder meer drie boeken over Boef, een Spaanse zwerfhond die ze in huis nam. Ga naar haar website.









