Durven wij nog strijden voor ons geloof? - Ruben Geleyns [opinie]
In de negentiende eeuw trokken vele honderden jonge mannen naar Rome om de paus te verdedigen. Ze sloten zich aan bij de pauselijke zoeaven, vrijwilligers die gehoor gaven aan de oproep van paus Pius IX om de Kerk en de Pauselijke Staten te beschermen. Het waren vooral Franse, Nederlandse én Belgische jonge mannen die hun vertrouwde omgeving achterlieten om in dienst te treden van een zaak die groter was dan henzelf: de verdediging van hun geloof en hun verbondenheid met de Kerk.
Vandaag kijken we misschien wat vreemd naar dat verhaal. Het lijkt iets uit een verre vervlogen tijd, toen geloof en strijd letterlijk samen konden gaan. Niemand verlangt ernaar om die geschiedenis te herhalen, om opnieuw om vol haat op kruistocht te gaan naar een vijand. Het Evangelie roept ons niet op tot wapens, maar tot vrede.
En toch brengt deze geschiedenis een vraag naar voor die verrassend actueel is: durven wij vandaag nog strijden voor ons geloof? Niet met wapens, maar met overtuiging. Niet tegen anderen, maar vóór de ander én wat waarin we geloven.
Als wij zwijgen, hoe kan het Evangelie dan nog gehoord worden?
Ons geloof is maar al te vaak iets geworden dat we binnenskamers beleven. In de kerk, tijdens de liturgie, tussen medegelovigen die dezelfde taal spreken. Daar voelen we ons veilig. Maar buiten die muren wordt het plots moeilijker. Op het werk, op school, in de buurt of zelfs in onze eigen familie blijft geloof vaak onuitgesproken. We mijden het onderwerp.
Misschien uit schroom. Misschien omdat we niemand voor het hoofd willen stoten. Of misschien omdat we zelf niet goed weten hoe we erover moeten spreken. Maar als wij zwijgen, hoe kan het Evangelie dan nog gehoord worden?
Strijden voor het geloof betekent vandaag niet dat we anderen willen overtuigen of bekeren tegen hun wil. Het betekent vooral dat we het geloof opnieuw durven tonen als iets dat werkelijk betekenis heeft in ons leven. Dat we erover spreken zoals we spreken over andere dingen die ons dierbaar zijn.
Dat kan op kleine manieren gebeuren. Door thuis het geloof bespreekbaar te maken. Door met onze kinderen te spreken over God, over hoop en over wat ons draagt in moeilijke momenten. Door in onze buurt of op het werk niet meteen te verbergen dat we gelovig zijn. Door vragen niet uit de weg te gaan wanneer iemand benieuwd is naar wat ons inspireert en drijft. Dat is geen strijd tegen iemand. Het is een strijd voor iets: voor het geloof dat ons is toevertrouwd.
Evangelisatie begint bij gewone gelovigen die in hun eigen omgeving getuigen van wat hen kracht geeft, in goede én kwade dagen.
Evangeliseren klinkt voor sommigen als een groot woord. Alsof het alleen is weggelegd voor missionarissen of priesters. Maar eigenlijk begint evangelisatie veel eenvoudiger. Ze begint bij gewone gelovigen die in hun eigen omgeving getuigen van wat hen kracht geeft, in goede én kwade dagen. En dat hoeft niet altijd door grote woorden en zware theologische kost, maar vooral door een authentiek leven. Zo zal geloof groeien: door het te delen, door het door te geven in ons eigen leven: in gezinnen, in vriendschappen, in gesprekken die spontaan ontstaan.
En misschien kan dat vandaag onze manier van “strijden” voor het geloof zijn. Niet luid, niet triomfantelijk, maar nederig en met vertrouwen. In het besef dat we het niet alleen doen, maar dat God zelf werkzaam is in de harten van mensen.
De pauselijke zoeaven trokken ooit naar Rome om de paus te verdedigen. Onze opdracht vandaag is anders. Maar misschien vraagt ze evenveel moed.
De moed om niet te zwijgen over wat ons dierbaar is. De moed om het geloof opnieuw een plaats te geven in het publieke leven van elke dag. En vooral: de moed om te geloven dat het Evangelie ook vandaag nog mensen kan raken.
Ruben Geleyns (33) is pastoraal werker in Leuven. Hij is in zijn parochie actief als lector en lid van de kerkraad.





