Hoop op verlossing van onze menselijkheid - paus Leo XIV [catechese]
Cyclus – Jubileum 2025. Jezus Christus onze hoop. III Het Pasen van Jezus. 4. De overdracht “Wie zoekt gij? “ (Joh 18,4)
Geliefde broeders en zusters,
vandaag staan we stil bij een gebeuren dat het begin betekent van de passie van Jezus: op het ogenblik van zijn arrestatie in de hof van Olijven. De evangelist Johannes, in de lijn van zijn gangbare diepzinnigheid, stelt ons geen ontstelde Jezus voor, die op de vlucht gaat of zich verstopt. Integendeel. Hij toont ons een vrije man, die naar voren komt en het woord neemt. In alle openheid staat Hij in het uur waarop het licht van de grootste liefde zich kan openbaren.
Wie zoekt gij?
“Jezus die alles wist wat over Hem ging komen, trad naar voren en zei tot hen: Wie zoekt gij?” (Joh 18,4). Jezus weet. Hoe dan ook besluit Hij niet terug te treden. Hij levert zich over. Niet uit zwakheid, maar uit liefde. Een zo volkomen liefde, zo volwassen, dat zij de afwijzing niet vreest. Jezus wordt niet gevangen: Hij laat zich nemen. Hij is niet het slachtoffer van een aanhouding, maar de bron van een gave. Dit gebaar omvat de hoop op verlossing van onze menselijkheid: weten dat men, ook in het meest duistere uur, vrij kan blijven om ten diepste lief te hebben.
Wanneer Jezus antwoordt “Dat ben Ik”, vallen de soldaten neer. Dat is een geheimnisvolle gebeurtenis, door het feit dat deze uitdrukking, in de bijbelse openbaring, herinnert aan de naam van God zelf “Ik ben”. Jezus openbaart dat de aanwezigheid van God zich toont precies daar waar de menselijkheid onrechtvaardigheid, angst, eenzaamheid ervaart. Precies daar is het ware licht er op gericht om te schitteren zonder angst overweldigd te worden door het toenemen van de duisternis.
Volharden in de liefde
In het diepste van de nacht, wanneer alles lijkt in te storten, toont Jezus dat de hoop geen vlucht is, maar een beslissing. Deze houding is de vrucht van een diep gebed waarin aan God niet gevraagd wordt dat men zou gespaard blijven van het lijden, maar wel om de kracht te krijgen in de liefde te volharden, bewust dat het vrij uit liefde opgeofferde leven, door niemand kan ontnomen worden. ”Als gij Mij zoekt, laat deze mensen dan gaan” (Joh 18,8). Zo wordt duidelijk dat zijn offer een ware daad van liefde is. Jezus laat zich aanhouden en opgesloten worden door de bewakers alleen om zijn leerlingen de vrijheid te gunnen.
Jezus heeft elke dag van zijn leven geleefd als voorbereiding op dit dramatische en verheven uur. Daarom heeft Hij, wanneer het zover is, de kracht om geen weg te zoeken in de vlucht. Zijn hart weet best dat het leven uit liefde verliezen geen mislukking is, maar een geheimnisvolle vruchtbaarheid bezit. Zoals de graankorrel die precies door in de grond te vallen niet meer alleen blijft, maar sterft en vruchtbaar wordt.
Ook Jezus ervaart ontsteltenis ten aanzien van een weg die uitsluitend naar de dood en het einde lijkt te voeren. Hij is echter evenzeer ervan overtuigd dat slechts een uit liefde verloren leven teruggevonden wordt. Daarin bestaat de ware hoop: niet in het pogen het lijden te ontlopen, maar in het geloof dat ook in de kern van het meest onrechtvaardige lijden, de kiem besloten ligt van een nieuw leven.
De weg van het evangelie loslaten
En wij? Hoe vaak verdedigen we niet ons leven, onze plannen, onze zekerheden, zonder er ons van bewust te zijn, dat wij, door zo te handelen, alleen blijven. De logica van het Evangelie is anders: alleen wat men geeft, bloeit; alleen de liefde die kosteloos blijft, kan het vertrouwen wekken ook daar waar alles verloren lijkt te zijn. Het Evangelie van Marcus vertelt ons ook over een jongeman die, wanneer hij Jezus ziet, aangehouden wordt, naakt ontsnapt hij (Mc 14,51). Het is een mysterieus beeld dat vanuit de diepte oproept. Ook wij, in onze poging om Jezus te volgen, beleven situaties waarin we onverwacht gevat zijn en we blijven achter ontdaan van onze zekerheden. Dat zijn de moeilijkste ogenblikken, wanneer we uitgedaagd worden de weg van het Evangelie los te laten omdat de liefde ons een onmogelijke reis lijkt. En toch, het zal precies een jongeman zijn, aan het einde van het Evangelie, die aan de vrouwen de verrijzenis zal verkondigen, niet naakt, maar gekleed in een wit gewaad.
Dat is de hoop van ons geloof: onze zonden en onze aarzelingen verhinderen God niet ons vergiffenis te schenken en ons het verlangen terug te schenken onze navolging te hervatten, om ons in staat te stellen het leven te geven voor de anderen.
Geliefde broeders en zusters,
laten ook wij leren ons toe te vertrouwen aan de goede wil van de Vader, en zo ons leven te bewaren dat een antwoord is op het ontvangen goed. In het leven is het niet nodig alles onder controle te hebben. Het volstaat elke dag te kiezen om in vrijheid lief te hebben. Dat is de ware hoop: weten dat, ook in de duisternis van de beproeving, de liefde van God ons steunt en in ons de vrucht van het eeuwig leven helpt groeien.
Vertaald uit het Italiaans door Marcel De Pauw msc


