Heiligheid van alle gelovigen – paus Leo XIV [catechese]
Geliefde broeders en zusters, goedendag en welkom!
De constitutie Lumen gentium (LG) van Vaticanum II over de Kerk, wijdt een volledig hoofdstuk, het vijfde, aan de algemene roeping tot heiligheid van alle gelovigen. Ieder van ons is geroepen om te leven in de genade van God, door de deugden te beoefenen en de vorm van Christus aan te nemen Volgens de constitutie van het Concilie is heiligheid niet het voorrecht van weinigen, maar is het een gave die elke gedoopte uitdaagt te streven naar de volmaaktheid van de naastenliefde, dat wil zeggen naar de volheid van liefde jegens God en jegens de naaste. De naastenliefde is feitelijk het hart van de heiligheid waartoe alle gelovigen geroepen zijn: ingestort door de Vader door bemiddeling van de Zoon Jezus. Deze deugd “…beheert en bezielt alle heilsmiddelen en voert ze naar hun doel” (LG, 42). De hoogste vorm van heiligheid, zoals aan het begin van de Kerk, is het martelaarschap, hoogste getuigenis van geloof en liefde” (LG, 50) om deze reden leert de tekst van het Concilie dat elke gelovige bereid moet zijn Christus te belijden tot en met bloed vergieten (cfr LG,42), zoals dat steeds is gebeurd en ook vandaag gebeurt. Deze bereidheid tot getuigenis gebeurt telkens wanneer christenen tekenen van geloof en liefde in de samenleving gestalte geven door zich in te zetten voor gerechtigheid.
Voorbeeld heiligheid
Alle Sacramenten, vooral de Eucharistie, zijn voedsel dat een heilig leven doet groeien door elke persoon op te nemen in de persoon van Christus, voorbeeld en maatstaf van heiligheid. Hij heiligt de Kerk, waarvan Hij het Hoofd en de Herder is. Heiligheid is in dit perspectief een gave van Hem die zichtbaar wordt in ons dagelijks leven telkens wij ze met vreugde opnemen en er met inzet aan beantwoorden. In dat verband herinnert de heilige Paulus VI, er aan in de algemene audiëntie van 20 oktober 1965, dat de Kerk, wil ze waarachtig zijn, wenst dat alle gedoopten “heiligen moeten zijn, dat wil zeggen werkelijk zijn waardige kinderen, sterk en getrouw”. Dat gebeurt dank zij een inwendige omvorming waardoor het leven van elke persoon gelijkvormig wordt aan Christus dank zij de Heilige Geest (cfr Rom 8,29; LG, 40).
Lumen gentium beschrijft de heiligheid van de katholieke Kerk als een van haar opbouwende kenmerken, dat in geloof moet aanvaard worden in de mate dat zijzelf geloofd wordt “onuitsprekelijk heilig te zijn” (LG, 39): dat wil niet zeggen dat zij het op volledige en volkomen wijze is, maar dat zij groepen is om deze goddelijke gave te bevestigen tijdens haar pelgrimstocht naar het eeuwige doel, door op pad te gaan “temidden van vervolgingen in de wereld en de vertroosting van God” (H. Augustinus, De civ Dei 52,2; LG, 8). De droeve werkelijkheid van de zonde in de Kerk, dat wil zeggen in ieder van ons, nodigt elkeen uit een ernstige omvorming van leven door te voeren door zich aan de Heer toe te vertrouwen, die ons hernieuwt in de naastenliefde.
Precies deze mateloze genade, die de Kerk heiligt, nodigt ons uit, om dag na dag, de zending te voltrekken, met name die van onze bekering. Daarom heeft de heiligheid niet slechts een praktische natuur, alsof ze herleid kan worden tot een morele inzet, hoe groot ook, maar zij gaat over het wezen zelf van het christelijk leven, persoonlijk en in gemeenschap. In dat perspectief speelt het godgewijde leven een beslissende rol, waarover de constitutie van het Concilie handelt in het zesde hoofdstuk (cfr nn. 43-47). In het heilige volk van God, vormt zij een profetisch teken van de nieuwe wereld, beleefd in het hier en nu van de geschiedenis. Inderdaad, tekenen van het Rijk van God, reeds aanwezig in het mysterie van de Kerk, zijn de evangelische raden die vorm geven aan elke ervaring van godgewijd leven: armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid.
Drie deugden
Deze drie deugden zijn geen voorschriften die de vrijheid aan banden leggen, maar gaven volledig aan God gewijd. De armoede geeft uitdrukking aan het volledig vertrouwen in de Voorzienigheid. Zij bevrijdt van berekening en afrekening. De gehoorzaamheid heeft de gave van Christus aan de Vader als voorbeeld. Zij bevrijdt van wantrouwen en overheersing. De maagdelijkheid is de gave van een integer en zuiver hart aan de liefde, ten dienst van God en van de Kerk. Door zich in die levensstijl in te passen, getuigen de godgewijde personen van de universele roeping tot heiligheid van de hele Kerk bij middel van een radicale navolging. De evangelische raden tonen de volledige deelname aan het leven van Christus, tot op het kruis. Het is precies door het offer van de Gekruisigde dat wij allen worden verlost en geheiligd!
Door dit gebeuren te overwegen, beseffen wij dat er geen enkele menselijke ervaring bestaat die niet door God verlost wordt, tot zelfs het lijden. Beleefd in verbondenheid met het lijden van de Heer, wordt het een weg tot heiligheid. De genade die bekeert en het leven verandert, versterkt ons door elke beproeving, door ons als doel niet een verafgelegen ideaal voor te houden, maar de ontmoeting met God die uit liefde is mens geworden. De Maagd Maria, volledig heilige Moeder van het mens geworden Woord, moge steeds onze weg steunen en behoeden.
Vertaald uit het Italiaans door Marcel De Pauw msc