Ludo, Delphine en Dieter — drie generaties over het Jubeljaar: ‘Durf te getuigen’
Onze gespreksgasten hebben op zijn minst twee zaken met elkaar gemeen. Ze werden alle drie geboren in een Jubeljaar en werken alle drie voor het bisdom Gent. Ludo Collin, geboren in 1950 en in 1975 tot priester gewijd, is sinds 1977 actief in het bisschophuis in Gent. Dieter Van Belle, geboren in 1975, is sinds 2024 verantwoordelijk voor de vorming en voor een aantal pastorale domeinen en is verbonden met het Hoger Diocesaan Godsdienstinstituut en het Leerhuis van de kerkvaders. Delphine Hanssens Goemaere, geboren in 2000, werkt bij het bisdom Gent als Kamino-jongerenpastor en Aanspreekpunt voor homoseksualiteit en geloof.
Hoe zouden jullie hoop definiëren?
Delphine: ‘In een van de voorbereidende video’s in aanloop naar het jongerenevenement Hope Happening in september laatst omschrijf ik hoop als ‘een bom van energie’. Hoop is voor mij een soort drive, iets wat je energie kan geven waardoor je iets doet wat anderen niet zouden doen, omdat ze denken dat ze toch geen impact kunnen hebben.’
Ludo: ‘Mijn visie op hoop heeft te maken met ons verrijzenisgeloof. Dat toont dat lijden niet het einde is, dat er perspectief is. Hoop is voor mij niet iets voor later maar iets dat we nu moeten waarmaken. Hoop houdt ook in dat je gelooft dat het goed komt en dat er ondanks alle ellende een nieuwe wereld aankomt. In die zin vind ik het symbool van het jubeljaar 2025 heel betekenisvol. Het kruis zit in het anker verweven.’
Hoop moet kunnen standhouden in een wereld vol oorlog.
Dieter Van Belle
Dieter: ‘Hoop gaat om meer dan: ‘Zie je dat er toch nog mooie dingen gebeuren?’. Hoop moet kunnen standhouden in een wereld vol oorlog en dreigende rampen en kan dus nooit naïef zijn. Het paasmysterie houdt in dat de Liefde tot in de dood is gekomen. Als dat waar is, heeft ook onze liefde toekomst. Hoop is dus niet: ‘Ik weet meer over de toekomst dan jij’, maar wel: ‘Ik weet dat er toekomst is’. Net daarom zijn schijnbaar kleine dingen toch vol betekenis. Het leven wordt nu al anders als je weet dat het niet op het niets uitloopt. Je proeft al iets van het licht terwijl je nog in het donker bent.’
Kunnen jullie een moment in jullie leven noemen waarbij het een verschil maakte dat jullie hoopvol in het leven staan?
Delphine: ‘Tijdens het laatste jaar van mijn studies, twee jaar geleden, was ik actief in de huiswerkklas van de Sint-Michielsbeweging. Mijn jongere broer zat toen nog volop in de puberteit en vond het maar niets dat ik me daarmee bezighield. Voor hem waren die kinderen bij voorbaat al verloren. Ikzelf daarentegen geloofde dat we net wel een verschil in hun leven konden maken. Zonder dat ik weet hoe het nu met die kinderen gaat.’
Ludo: ‘Persoonlijk geloof ik nogal sterk in de goddelijke Voorzienigheid. Er zijn een aantal zaken in mijn leven waarbij ik het gevoel heb dat ze geen toeval kunnen zijn. Dat geeft mij de geruststelling alsook het vertrouwen dat je in je leven gedragen wordt – in mijn geloof dan door God – ook als het leven niet over rozen loopt.’
Dieter: ‘In aanloop naar het jubeljaar was er in de tien dekenaten van het bisdom Gent een avondwake. Voor Gent was dat op 28 december laatst in de crypte van de Sint-Baafskathedraal. Dat vind ik als plek symbolisch waar de hoop geboren wordt: onder de grond en in het donker. Je zou het kunnen vergelijken met de catacomben waarin de eerste christenen samenkwamen. De wake was een sereen en eenvoudig gebeuren maar je voelde al iets van ‘die nieuwe morgen’ of van die toekomst die ons te wachten staat. Zo’n bijeenkomsten dagen ons uit na te denken over wat hoop vandaag is.'
Wat zou je het liefst zien veranderen in de Kerk in de komende tien jaar? Waar hoop je op?
Ludo: ‘Ik hoop dat de Kerk in ons bisdom, en bij uitbreiding in België en Europa, opnieuw een evenwicht vindt en dat we het verleden achter ons kunnen laten. Zowel de massakerk als alle pijnlijke gebeurtenissen van de afgelopen decennia. Ik hoop vooral dat er opnieuw levendige kernen zullen zijn van geloof, liturgie en caritas. Uiteraard zal dat op een andere manier zijn dan toen ik jong was, zolang die maar geïnspireerd is op de Blijde Boodschap. Aan zo een toekomst moeten we nu werken. Niet door tegen de seculiere samenleving in te gaan, maar door te midden van alles authentiek te zijn en te blijven en verdraagzaam met anderen om te gaan.’
Dieter: ‘Ik hoop dat de parochies in de toekomst plekken van hoop zijn en dat we, ongeacht hoe het er organisatorisch aan toe gaat, de rol van ‘wachters van de morgen’ kunnen opnemen. Dat betekent, zoals Ludo zegt, dat we een manier moeten vinden om het verleden achter ons te laten en dat we niet enkel met structuren mogen bezig zijn. Het vraagt dat we mensen laten ontdekken dat het leven zin heeft en niet uitloopt in een afgrond. Op mijn nachtkastje ligt nu het boek Het kale meisje in het donker van onze vroegere collega Piet Raes. Daarin wordt het verhaal verteld van een Amerikaanse muzikante, Jane, haar gevecht met kanker en haar worsteling met God. Haar artiestennaam was ‘Nightbirde’. Ze zong in de diepste duisternis van het licht. Zo’n getuigenissen hebben we vandaag nodig. Ik hoop daarom dat christenen zulke nachtvogels zijn.’
Ik hoop dat ieder die zich lid van de Kerk noemt, durft te getuigen over zijn of haar geloof.
Delphine Hanssens Goemaere
Delphine: ‘Ik hoop dat ieder die zich lid van de Kerk noemt, durft te getuigen over zijn of haar geloof. Daarvoor is moed nodig. Geloof is geen spontaan gespreksonderwerp, het is zelfs taboe. In een seculiere tijd is het bovendien – of zelfs net daardoor – niet altijd gemakkelijk om Gods werking in onze dagelijkse leven te herkennen. Daarom is het voor mij des te belangrijker om wat je doet vanuit je geloof ook te benoemen als gelovig geïnspireerd. Op die manier kunnen we andere mensen helpen om te ontdekken dat God alomtegenwoordig is. Ook voor jongeren zijn authentieke getuigenissen heel belangrijk.’
Lees het volledige interview in het juninummer van Kerkplein.




