Pech is relatief [Kolet op zondag]
Autopech op weg naar de Ardennen. Bijna drie uur langs de weg staan op een bloedhete dag, met man, dochter en kleindochter. Wachten op de pechdienst. Geen taxi te bereiken. Eindelijk weggesleept en afgezet op een station. De auto twee weken buiten strijd.
Pas thuis tegen het avondeten. Een hele dag bezig geweest met regelen en de schade van onze plannen beperken. Wat een pech!
Geleidelijk aan beseffen dat we tegelijk ook veel geluk hebben gehad. Wonen in een land met werkende pechdiensten. Water krijgen van vriendelijke wegenwerkers. Er niet aan moeten denken dat het ook een ongeluk had kunnen zijn, met onherroepelijke gevolgen. De trein en de bus naar huis kunnen nemen. Genoeg geld hebben om een huurauto in te schakelen om de dag erop toch naar de Ardennen te trekken. Uiteindelijk niet meer dan een dag plezier kwijt zijn.
Net zoals bij onze gouden huwelijksverjaardag onlangs beseffen we haarscherp dat we veel geluk hebben gehad om daar te belanden. Er kunnen je ook heel andere dingen overvallen op je levensweg. Dingen waar je niet zomaar van herstelt en verdergaat alsof er niets gebeurd is. Dingen die je leven noodgedwongen een andere kant op sturen. Dat staat ons wellicht nog te wachten.
Natuurlijk hebben we ook onze tegenslagen gekend. Maar meestal konden we ze – op termijn – min of meer rechtbreien. De zwaardere mokerslagen liggen voor ons wellicht nog in het verschiet en we weten dat we ons daar niet echt tegen kunnen wapenen.
We kunnen alleen onze pech van nu in proportie blijven zien. Het was stom, die autopech. Maar het was niet het einde van de wereld. We proberen ons hart open te houden voor wie erger meemaakt. Zoals die warmhartige Samaritaan dat deed, voor iedereen die ergens op de weg ligt en niet gewoon even aan de kant staat, zoals wij.








