“Voor het behoud van de Schepping” - paus Leo XIV [catechese]
Deze toespraak van Paus Leo in Castel Gandolfo bestond uit twee delen. Na een eerste deel vervolgt de Paus met een homilie aldus:
“… er zijn echt enkele elementen die bijdragen om vanmorgen ons nadenken verder te zetten, gebruikmakend van dit familiaal en ingetogen moment, in een wereld die brandt zowel door oververhitting van de aarde als door de gewapende conflicten die de boodschap van Paus Franciscus zeer hedendaags maken. De boodschap van Paus Franciscus in de twee Encyclieken “Geprezen zijt Gij” en “Allen broeders”
We staan meteen in het Evangelie dat we zojuist gehoord hebben. We zien de angst van de leerlingen in de storm op het meer. Een angst die ook die van een groot deel van de Mensheid is. Maar midden in het Jubeljaar mogen wij belijden en we kunnen dat meermaals uitroepen: Er is hoop! We hebben die hoop in Jezus aangetroffen. Nog steeds stilt Hij de storm. Zijn macht ontreddert niet, maar schept; vernietigt niet maar doet bestaan door nieuw leven te geven. En ook wij kunnen ons de vraag stellen: “Wat voor iemand is dat toch, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzamen?. (Mt 8,27)
Storm op het meer
De ontzetting die in deze vraag doorklinkt is de eerste stap weg uit de angst. In de omgeving van het meer van Gallilea heeft Jezus geleefd en gebeden. Daar had Hij zijn eerste leerlingen geroepen uit hun woon – en werkplaatsen. De parabels waarmee Hij het Rijk van God verkondigde, openbaren een diepe band met de aarde en met de wateren, met het ritme der jaargetijden en met het leven van de schepselen. De evangelist Matteüs beschrijft de storm als een “dooreen schokken van de aarde” (naar het woord seismos). Matteüs zal dezelfde term gebruiken voor de aardbeving op het ogenblik dat Jezus sterft en op de ochtend van zijn verrijzenis. Op deze omwenteling staat Christus, rechtop: reeds vanaf hier wekt het Evangelie bij ons het vermoeden dat de Verrezene aanwezig is in onze dooreengeschudde geschiedenis. Het verwijt van Jezus aan de wind en aan het meer toont zijn macht ten leven en ter verlossing. Zij staat sterker dan de krachten waarbij de schepselen zich verloren voelen.
Wat voor iemand is dat toch, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzamen?
(Mt 8,27)
Dus, laten we ons opnieuw de vraag stellen: “Wat voor iemand is dat toch, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzamen?. (Mt 8,27). De hymne in de brief aan de christenen van Kolosse, die we gehoord hebben, lijkt op die vraag te antwoorden: “Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping. Want in Hem is alles geschapen, in de hemelen en op de aarde” (Kol 1,15-16). Zijn leerlingen konden, op die dag tijdens de storm en ten prooi aan angst, deze kennis betreffende Jezus nog niet uitspreken. Wij, vandaag, kunnen vanuit het geloof dat ons werd overgeleverd, verder zeggen: “Hij is ook het Hoofd van het lichaam dat de kerk is. Hij is de Oorsprong, de eerste die van de dood is opgestaan, om in alles de eerste te zijn (v 18).Dat zijn woorden die ons gedurende heel de geschiedenis raken, die van ons een levend lichaam maken, het lichaam waarvan Christus het hoofd is. Onze zending om het geschapene te behoeden, het vrede en verzoening te brengen, is zijn eigen zending: de zending die de Heer ons heeft toevertrouwd. Wij horen de schreeuw van de aarde, wij horen de kreet van de armen, want deze kreet heeft het hart van God geraakt. Onze verontwaardiging is zijn verontwaardiging, onze arbeid is zijn arbeid.
Daarbij komt dat de zang van de psalmist ons inspireert: “De stem van de Heer over de wateren, de donder van de God van glorie, de Heer over de machtige wateren, de Heer met zijn machtige stem” (Ps 29, 2-4). Deze stem brengt de profetie, ook wanneer dat de durf vraagt ons te verzetten tegen de vernietigende macht van de heren dezer wereld. Het onverbreekbare verbond van Schepper en schepsel, zet ons verstand in beweging en ook onze krachten, om het kwade ten goede te keren, onrechtvaardigheid tot rechtvaardigheid, hebzucht tot gemeenschap.
Met eindeloze liefde, heeft de enige God alles geschapen en ons het leven gegeven. Dat is de reden waarom de heilige Franciscus van Assisi de schepselen, broeder, zuster, moeder noemt. Alleen een contemplatieve blik kan onze verhouding tot de schepselen veranderen en ons de ecologische crisis doen verlaten. Want die heeft als oorzaak de breuk van de verhouding met God, met de naaste en met de aarde. Het motief is de zonde (cfr Paus Franciscus, Laudato si’, 66).
Geliefde broeders en zusters, de Borgo Laudato si’, waar we nu zijn, wil volgens de inspiratie van Paus Franciscus, een “laboratorium” zijn om de harmonie met de schepping te beleven die voor ons genezing en verzoening is, door nieuwe en werkdadige benaderingswijzen uit te werken om de aan ons toevertrouwde natuur te behoeden. Aan jullie die zich inspannen om dit project te realiseren, geef ik de verzekering van mijn gebed en van mijn aanmoediging.
De Eucharistie die we nu vieren, geeft zin en ondersteuning aan ons werk. Zoals paus Franciscus inderdaad schrijft: “In de Eucharistie vindt de schepping haar hoogste verheffing. De genade die ertoe neigt zich voelbaar te manifesteren, bereikt een wonderbaarlijke uitdrukking, wanneer God zelf, mens geworden, zover gaat dat Hij zich door zijn schepsel laat eten. De Heer wilde op het toppunt van het mysterie van de menswording ons binnenste bereiken door een stuk materie. Niet van bovenaf, maar van binnenuit, opdat wij in Hem onze wereld zouden kunnen ontmoeten” (Paus Franciscus, Enc. Geprezen zijt Gij - Laudato si’, nr 236). Op dit punt wil ik deze overwegingen beëindigen. Ik vertrouw jullie de woorden van de Heilige Augustinus toe uit de laatste bladzijden van zijn Belijdenissen. waar hij de door de mensen geschapen dingen opneemt in een kosmische lofzang: o Heer, “uw werken loven U, zodat wij U beminnen en wij beminnen U zodat uw werken U loven” (H. Augustinsu, Belijdenissen, XIII, 33,48). Laat dat de eensgezindheid zijn die wij in de wereld verbreiden.
Vertaald uit het Italiaans door Marcel De Pauw msc