Zaaien zonder zorgen: veel sierplanten voor weinig geld
Zaden zijn kleine wondertjes. Elk minuscuul korreltje bevat de code voor een hele plant: wortels, bladeren, bloemen, vruchten. Ze wachten alleen maar op het juiste moment en de geschikte omstandigheden om zich te ontvouwen.
Door planten op te kweken uit zaad, deel je in dit wonder. Moestuiniers zijn het vaak al gewoon om hun planten te zaaien. Maar ook in de siertuin heeft het verrassend veel voordelen:
- Bespaar geld: zaaien is veel goedkoper dan planten kopen in een tuincentrum, tot zelfs helemaal gratis.
- Oogst je eigen zaden: verzamel zaden van planten uit je tuin en hergebruik ze jaar na jaar. Hier lees je hoe je dat doet.
- Ruil met anderen: deel zaden met vrienden, via Facebookgroepen of op ruilbeurzen.
- Kies uit meer soorten: ook inheemse planten die je zelden in het tuincentrum vindt.
- Start vroeg in het seizoen: sommige soorten kiemen al in de herfst en bloeien vroeg.
- Kweek sterke planten: in volle grond gezaaid zullen planten diep wortelen en zich beter aanpassen aan jouw tuinomstandigheden.
- Ervaar voldoening: volg het groeiproces van zaad tot bloeiende plant.
In deze gids lees je alles om van start te gaan met zaaien voor de siertuin.
Van eenvoudig tot uitdagend: zaai zoals je bent
Zaaien kan zo eenvoudig zijn als een handvol zaadjes die je hebt gekregen of verzameld, uitstrooien waar je de planten hebben wilt. Klaar! Zo doet de natuur het ook, dus is het vaak de beste manier.
Aan de andere kant van het spectrum kan je ook binnen zaaien onder gecontroleerde omstandigheden met warmtematten en groeilampen. We helpen je hieronder met de voor- en nadelen onderscheiden welke techniek het beste bij jou past.
Ook sommige plantensoorten stellen zo hun eisen. De meeste inheemse planten lenen zich goed voor de eenvoudige en natuurlijke manier van zaaien in volle grond. Andere soorten vragen soms iets meer aandacht om succesvol te zijn. Je kan altijd googelen welke de beste zaaiomstandigheden zijn, bijvoorbeeld duizendschoon zaaien of voor Engelse zoekresultaten met de Latijnse plantnaam sowing dianthus barbatus. Dit zijn de zaken waar je op moet letten:
- Tijdstip: zaaien kan je tussen februari en november, en sommige soorten kan je op verschillende momenten zaaien, maar andere houden van een specifiek zaaitijdstip. Dat kan je het beste respecteren.
- Zaaidiepte: als vuistregel geldt dat je een zaadje twee à drie keer zo diep zaait als het zaadje dik is. Maar niet alle plantensoorten houden zich aan de algemene regel.
- Lichtkiemers: zo hebben sommige zaden licht nodig om te kiemen, bijvoorbeeld vingerhoedskruid, selder en petunia. Leg deze zaadjes op de aarde zonder ze af te dekken.
- Temperatuur: terwijl sommige soorten al kiemen bij 5°C, wachten andere tot de dagtemperatuur boven de 20°C gaat. Voor veel warmtekiemers is ook de minimumtemperatuur van belang. Voor petunia's bijvoorbeeld mag de nachttemperatuur niet lager zakken dan 13-15°C. Dat beperkt waar en wanneer je kan zaaien.
- Vocht: de meeste zaden kiemen graag in een vochtige, maar geen doornatte omgeving. Sommige soorten zijn daar kieskeurig over en kunnen in een vroeg stadium echt niet tegen uitdrogen, of gaan net rotten als de grond te nat staat.
- Zon: zaailingen zijn vaak nogal gevoelig. De meeste hebben graag veel licht. Sommige kunnen niet tegen directe zon.
- Koudekiemers: nogal wat soorten willen pas kiemen als de zaden een koudeperiode hebben gekend, zoals akelei, dropplant en zonnehoed. Je kan dat nabootsen door de zaden in wat vochtig keukenpapier in een zakje of een bakje in de koelkast te leggen gedurende enkele weken. Dat proces heet stratificatie. Zaai je direct in volle grond, dan hoef je niet te stratificeren, want dat doet de winter al.
- Weken of schuren: sommige zaden hebben een harde zaadhuid en kan je het beste 12 tot 24 uur weken voor je ze zaait, zoals lupine, klimmende winde en reukerwt. Sommige kiemen ook beter als je ze vooraf beschadigt, bijvoorbeeld door ze tussen schuurpapier te wrijven.
Methode 1 - Zaaien in volle grond
Zaaien in volle grond is een goede techniek voor beginnende tuiniers, tuiniers die het graag eenvoudig houden en tuiniers die houden van een natuurlijke stijl. Je strooit de zaadjes uit waar je de planten hebben wilt en natuurlijke processen doen al het werk voor jou.
Voordelen
- Goedkoop: je moet zelfs geen potgrond kopen om potjes te vullen.
- Minste werk: je hoeft niet te verspenen, gieten of planten.
- Sterkere wortelgroei: de planten verankeren zich meteen in de uiteindelijke bodem en kunnen daar diep wortelen. Je hoeft de planten in principe nooit te gieten.
- Geen schok bij het verplanten: plantjes die je in ideale omstandigheden in een potje hebt opgekweekt durven weleens de geest geven als je ze uitplant in de tuin.
- Natuurlijke uitstraling: met weinig moeite kan je grote groepen zaaien en de planten zoeken zelf hun weg en onderlinge verhouding, wat zorgt voor een natuurlijk effect.
Nadelen
- Afhankelijk van het weer: lange droogte, plotse kou, slagregens of hagel hebben een grote invloed op het resultaat.
- Vogels of slakken kunnen het zaad of de jonge plantjes opeten.
- Ongewenste kruiden kunnen de overhand nemen.
- Jonge plantjes herkennen en gewenste van ongewenste planten onderscheiden, vergt wat oefening. Vanaf de echte blaadjes (niet de eerste kiemblaadjes) kan je een app gebruiken om de planten te identificeren: ObsIdentify, PlantNet… Je kan ook van de nieuwe soorten die je nog niet kent enkele zaadjes in een potje met een label doen zodat je een plantje als voorbeeld hebt.
- Onderlinge concurrentie kan een soort die je hebt gezaaid de groeikansen ontnemen.
- Onberekenbaar resultaat: wat waar precies zal groeien en bloeien heb je niet in de hand.
Sierplanten die gemakkelijk lukken in volle grond zijn onder andere akelei, prikneus, dagkoekoeksbloem, cosmea, slaapmutsje, bolderik, wilde venkel, klaproos, groot kaasjeskruid, grote kaardebol, jacobsladder, juffertje-in-het-groen, moederkruid, teunisbloem, vingerhoedskruid, zeepkruid.
Nog enkele tips:
- Zaai schaduwplanten en zonminnende planten op de juiste plaats.
- Zaai je op een plaats waar nog geen andere planten staan, zorg dan voor een losse, fijne bodemstructuur, zonder grote kluiten. Verwijder de wortels van wortelonkruiden.
- Wil je minder ongewenste kruiden? Dan kan je de techniek toepassen van het valse zaaibed. Maak het zaaibed klaar alsof je gaat zaaien, wacht vervolgens een week of twee tot de slapende onkruidzaden kiemen. Schoffel ze oppervlakkig weg. Herhaal dit eventueel nog eens. Zaai pas daarna de gewenste planten in. Zo verminder je de concurrentie door ongewenste kruiden.
- Heb je katten in de tuin? Dek dan het zaaibed af met een rooster. Anders wordt het een kattenbak.
- Wees gul bij het zaaien. Niet elk zaadje wordt een plantje en niet elke kiemplantje wordt een volwassen plant.
- Uitdunnen van een teveel aan zaailingen wordt vaak al door de natuur zelf gedaan: slakken, duiven, droogte… Je kan wat helpen door overtollige plantjes te wieden of voorzichtig uit te graven, op te potten en te ruilen tegen andere planten.
Methode 2 - Buiten zaaien in potjes
Wil je meer controle over het kiemproces en de plaats van planten, dan kan je gemakkelijk buiten zaaien in potjes. Je kan deze methode ook gebruiken als aanvulling op het zaaien in volle grond.
Voordelen
- Meer kans op slagen omdat er geen concurrentie is met andere planten en omdat je naar behoeven water kan geven.
- Bescherm de kiemplantjes tegen slakken door de potjes op een tuintafel te zetten.
- Leer de jonge planten herkennen door de potjes goed te labelen.
- Verplaats de potjes als ze meer of minder zon nodig hebben of meer beschutting kunnen gebruiken.
- Ideaal als plantmateriaal om gaten in borders te vullen. Je kan exact beslissen welke plant je waar wil hebben.
Nadelen
- Meer werk om de potjes te vullen en te labelen, kiemplantjes te verspenen (zie verder), de volgroeide planten uit te planten, enz.
- Je moet vaak gieten omdat de potjes snel uitdrogen en omdat de plantjes niet zo diep wortelen als in de volle grond. Ook uitgeplante planten zal je nog even moeten gieten. Ze zijn immers niet zo diep geworteld als planten die op hun standplaats zijn gekiemd.
- Potgrond kost geld en is ook niet zo duurzaam als zaaien in volle grond (verpakking, CO2).
- Extreem weer – late nachtvorst, hagel, stortbuien – kan je wat stress bezorgen.
Bijna alle inheemse planten kan je buiten kweken in potjes. Uitzonderingen zijn planten die een lange penwortel vormen en planten die zich niet graag laten verspenen of verplanten, zoals klaprozen.
Nog enkele tips:
- Gebruik zaai- en stekgrond uit zakken of maak je eigen mengeling van drie delen potgrond, één deel zand en één deel perliet, een gesteente dat zorgt voor een luchtig en goed waterdoorlatend mengsel. Gebruik liever geen aarde uit de tuin omdat die vol zit met slapende zaden van ongewenste kruiden.
- Zet de potjes op een tuintafel voor gemakkelijke controle en bescherming tegen slakken (niet 100%, maar toch deels).
- Label de potjes met watervaste labels. Die maak je gratis door bijvoorbeeld plastic reepjes te knippen van een verpakking waarop je schrijft met een watervaste stift.
- Verspenen hoort erbij wanneer je in potjes zaait. Een werkje dat aandacht en wat behendigheid vraagt. Zodra de jonge plantjes hun eerste echte blaadjes hebben (niet de ronde kiemblaadjes die het eerst verschijnen), zet je ze voorzichtig elk in hun eigen potje. Zo krijgen ze meer ruimte om te groeien en wortelen ze beter. Verspenen doe je door het kluitje met kiemplantjes heel voorzichtig op te wippen en los te maken. Pak een zaailing vast bij een kiemblaadje, zodat je de kwetsbare steel en echte blaadjes niet beschadigt. Breekt een kiemblaadje af, dan is dat niet zo erg. Plaats de zaailing in een eigen potje met aarde waarin je met je vinger een gat hebt gemaakt.
Methode 3 - Binnen voorzaaien
Binnen in huis of in de serre voorzaaien geeft nog meer controle over de temperatuur en de elementen. Soorten die normaal pas kiemen bij hogere temperaturen, kan je op die manier vroeger in het jaar opkweken. Je wint dus als het ware enkele weken op de seizoenen.
Voordelen
- Vroeg opstarten, ook als het buiten nog te koud is. Je beschikt enkele weken vroeger over plantmateriaal.
- Controle over temperatuur en vocht. Je kan ook soorten kweken die wat meer eisen stellen. Er zijn zelfs verwarmingsmatten in de handel waarmee je de ideale kiemtemperatuur 's nachts constant kan houden.
- Bescherming tegen slakken, wind en weer in de kwetsbare kiemfase.
Nadelen
- Je hebt binnen voldoende plaats nodig met veel licht. Bij te weinig licht worden de plantjes lang en slap en maken ze weinig kans om te overleven. Een vensterbank biedt meestal te weinig licht. Daar kan je plantjes wel laten ontkiemen, maar moeten ze zo snel mogelijk naar buiten. Er zijn groeilampen in de handel om binnen voor meer licht te zorgen. Een serre is qua lichtintensiteit ideaal, maar een dure investering.
- Binnen gekweekte planten hebben tijd nodig om af te harden. De schok van binnen naar buiten is anders te groot en de planten stoppen met groeien of gaan dood. Ze moeten dus eerst enkele uren naar buiten bij het beste weer, daarna wat langer, tot ze uiteindelijk ook de koude nachten en felle zon aankunnen. Of je moet ze buiten extra beschermen met tuinvlies of in de koude kas.
- Men spreekt niet voor niets figuurlijk over kasplantjes als teer en zwak. Niet alleen koude, regen, wind en felle zon kunnen ze de das omdoen. Ze zijn ook een gemakkelijke hap voor slakken, vogels, schimmels, luizen, enzovoort.
- Door hun kwetsbaarheid en de energie die we erin gestoken hebben, zijn we sneller geneigd om binnen gekweekte plantjes met chemische middelen te redden, die zonder onderscheid schadelijk zijn voor het bodemleven en de biodiversiteit in je tuin.
Toch wel meer gedoe, inderdaad. Twee tips:
- begin niet te vroeg zodat de jonge planten tegen 15 mei naar buiten kunnen,
- doe het alleen voor soorten die veel eisen stellen of anders pas laat op gang komen, zoals klimmende winde, oostindische kers, petunia, kattekruid (Nepeta), ijzerhard (Verbena bonariensis), salvia, leeuwenbek (Antirrhinum), vlijtig liesje (Impatiens), bloemriet (Canna)...
Waarom lukt het niet?
Dit zijn de 10 meest voorkomende zaaifouten en wat je eraan kan doen.
- Te oude zaden: zaden verliezen met de tijd hun kiemkracht. Van sommige soorten bewaren de zaden wel 10 jaar of meer, maar van andere gaat de kiemkracht al na een jaar sterk achteruit.
- Verkeerde bewaring: de kwaliteit van zaden gaat achteruit als ze te warm of te vochtig bewaard worden, of als ze onvoldoende gedroogd zijn voor ze verpakt werden.
- Verkeerde temperatuur, te nat, te droog, te veel licht, te weinig licht, te diep of te oppervlakkig gezaaid: de ene soort is kieskeuriger dan de andere. Google de zaaiinstructies voor je begint. Bij een te koude nachttemperatuur zullen warmtekiemers niet kiemen. Hou de grond vochtig, niet uitgedroogd en niet verzadigd met water.
- Te vroeg zaaien: een veel gemaakte beginnersfout is om vorstgevoelige planten al in maart binnen te zaaien. Omdat ze pas rond half mei naar buiten mogen en er binnen onvoldoende licht is, worden de planten lang en ijl. Meestal niet te redden.
- Slakken, muizen, vogels: er zijn genoeg beestjes in je tuin die zaden of jonge plantjes lusten. Zaai daarom in volle grond met gulle hand en leer planten kennen die slakken niet lusten.
- Verkeerde grond bij zaaien in potjes: zandgrond slaat dicht bij water geven en wordt hard, te rijke potgrond gaat ten koste van de wortelontwikkeling, aarde rechtstreeks uit de tuin bevat te veel slapende onkruidzaden.
- Zaden spoelen weg als je potjes water geeft: beter is om eerst water te geven en dan te zaaien en al dan niet af te dekken met een laagje aarde. Je kan ook eerst zaaien en de potjes dan een tijdje in een bak met water zetten zodat ze langs onder water opzuigen.
- Potjes vergeten te labelen: reken er niet op dat je binnen 4 weken nog weet wat er in die potjes zit.
- Vergeten wat je in volle grond gezaaid hebt: ook als je in volle grond zaait is het nuttig om voor elk perk een lijstje bij te houden van wat je precies gezaaid hebt. Anders plant je misschien andere planten bovenop je zaailingen.
- Alleen maar zaaien in de lente: in de lente kriebelt het bij de meeste mensen om in de tuin bezig te zijn, maar wist je dat voor veel inheemse planten de periode september-oktober ook prima geschikt is om te zaaien? Ofwel kiemen de zaden al meteen en overwinteren ze als jonge plant, ofwel wachten ze op de koudeprik om al vroeg in de lente te ontwaken. Zo kan je al vroeg in de lente genieten van bloeiende planten.
Lees ook
Zaaien verbindt je met een ritme dat je niet volledig hoeft te beheersen. De charme is dat je iets in de aarde legt en het dan grotendeels aan de natuur overlaat. Zaaien is een daad van overgave en van hoop op iets dat de mensenmacht overstijgt. Voor Jezus was zaaien ook een krachtig beeld voor leven met God:
Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe.
