7 Bijbelse vragen aan Hanna Vandenbussche: ‘Mensen worden te weinig aangemoedigd om door te zetten’
Hanna Vandenbussche (38) maakte naam in de atletiekwereld als marathonloopster, terwijl ze een doctoraat behaalde in de filosofie. In 2025 beëindigde ze haar succesvolle topsportcarrière. Over de relatie tussen filosofie en langeafstandslopen schreef ze in Het lot van Atalanta (Houtekiet, 2021). Vandenbussche doceert aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven en schreef ook een boek over haar favoriete filosoof, Blaise Pascal in Noch engel, noch beest (2023).
#1 Wat is je naam? (Lucas 8,30)
Mijn ouders hebben mij genoemd naar dichteres Hanna Kirsten. Die naamkeuze weerspiegelt hun liefde voor literatuur en cultuur, die ze me met succes hebben doorgegeven. Ook in de thema's natuur en stilte herken ik mijn opvoeding heel erg. Mijn vader is natuurgids. Op vakantie trokken we steevast de natuur in. Tot vandaag doe ik dagelijks mijn wandeling of loopje in de groene omgeving van Oud-Heverlee.
#2 Wat zie je? (Marcus 8,23)
In mijn werkomgeving op het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte: veel betrokkenheid, generositeit en gedrevenheid. Over het onderwijs wordt vaak een negatief beeld opgehangen, maar ik blijf positief en omring me ook met andere positief ingestelde mensen. Daarbuiten heerst soms een erg ik-gerichte klaagcultuur. Positief blijven, vergt doorzetting en vastberadenheid. Die krijgen we veel te weinig mee in onze samenleving. Integendeel, we worden bijna aangemoedigd om ons kwetsbaar op te stellen en een coach te zoeken als het even moeilijk gaat. En daarnaast heb je het ander extreem: altijd maar presteren. In de topsport leer je dat de twee samengaan: je grenzen verleggen én voor jezelf zorgen. Vallen én opstaan. Kwetsbaarheid én weerbaarheid.
In de topsport leer je dat de twee samengaan: je grenzen verleggen én voor jezelf zorgen. Vallen én opstaan. Kwetsbaarheid én weerbaarheid.
#3 Waarover praat je veel? (Lucas 24,17)
Ik ben momenteel bezig aan mijn derde boek en dat zal gaan over verbittering. Hoe werkt dat? Welke emoties hebben ermee te maken? Kun je ervan genezen of heb je dat niet zelf in de hand? Heel intrigerend om daarmee bezig te zijn. In de literatuur kom je veel voorbeelden van verbittering tegen: Dostojewski, Cioran, Thomas Bernhard... Het is van alle tijden, maar ik link het ook aan de prestatiemaatschappij. Als we onze doelen niet halen, is het onze eigen verantwoordelijkheid. Dan kunnen mensen zichzelf kwellen en zelfs vergiftigen met het herhalen van almaar dezelfde negatieve emoties: ‘Ik ben een looser. Ik heb mijn leven verspeeld.’ Verbittering maakt dat je versteent en één wordt met de negativiteit.
#4 Waar zijt gij? (Genesis 3,9)
Wie mij zoekt, kan mij meestal op een van de volgende drie plekken vinden. Allereerst in Diksmuide, waar ik opgroeide en op mijn zestiende de atletiek ontdekte. Ik ben heel dankbaar voor mijn opvoeding waar kunst en cultuur een belangrijke plaats hadden: ik volgde voordracht en piano tot mijn achttiende. Ten tweede in Leuven en Oud-Heverlee. Het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte is voor mij een bijzondere plek, waar ik zo graag werk. En de omgeving rond ons huis is heerlijk groen en stil.
De derde plek is Dijon. Ik werkte er tussen 2014 en 2018 aan mijn doctoraat en wist me daar altijd omringd door positieve mensen. Fatima bijvoorbeeld, de gastvrouw van de Airbnb waar ik twee, drie keer per jaar verblijf. Meermaals per dag zegt ze: ‘La vie est belle.’ Het werd mijn mantra, vooral op moeilijkere momenten zeg ik het tegen mezelf.
'La vie est belle', dat is mijn mantra, dat is vooral op moeilijke momenten voor mezelf herhaal.
#5 Waarom twijfel je? (Matteüs 14,31)
Van nature ben ik nogal onzeker en timide. Twee dingen hebben me geholpen om mijn zelftwijfel te overwinnen: competitie lopen en doceren of lezingen geven. Maar twijfelen blijft een belangrijke houding. Niet in korte zinnen op sociale media je mening ventileren, bijvoorbeeld. Wel de dialoog rechtstreeks aangaan en samen met anderen durven twijfelen, om ook hun standpunten te ontmoeten.
#6 Waar is je geloof? (Lucas 8,25)
Ik moet eerlijk bekennen dat ik soms het geloof in de goedheid van sommige mensen wat kwijt geraak. Waarom gaat het zo traag vooraleer we het goede doen voor het klimaat? Ik probeer dat te begrijpen, zoals Hannah Arendt zegt: ‘Ich muss verstehen.’ Tegelijk vind ik het heel zinvol om het te blijven koesteren, want anders dreigt de onverschilligheid.
#7 Waarover maak je je zorgen? (Johannes 21,22)
De egocultuur en zelfprofilering. Simone Weil zegt: ‘Aandacht is de mooiste vorm van generositeit’ en daar ben ik het helemaal mee eens. In plaats van enkel jezelf in het centrum te plaatsen, is er aandacht en openheid naar de wereld nodig, zo leerde ik van Blaise Pascal. Ook de aandacht voor cultuur staat enorm onder druk. Het onderwijs is steeds meer op efficiëntiedenken gericht, en geeft steeds minder aandacht aan levensbeschouwelijke en kunstvakken. We moeten de vorming van leerlingen centraal stellen.







