Laat uw kindje dopen - Rik Torfs [column]
Het aantal kinderdopen dendert naar beneden. Jaar na jaar. Ongeveer een kwart van de pasgeborenen wordt gedoopt. Dat is weinig, in de jaren vijftig was het 95 procent. Moeten we die evolutie betreuren? Ik vind van wel.
Zeker, de obligate sublimering van de neergang is bekend. Sommige kerkmensen zullen u vertellen dat culturele of traditionele redenen om te dopen uit den boze zijn. Een doopsel om oma een plezier doen? Fout, fout, nog eens fout. Het is veel beter om dat zeurderige oude mens helemaal géén plezier te doen. Authenticiteit boven alles. Alleen echte, zuivere, overtuigde christenen mogen voor een doopsel opteren.
Precies dat is het probleem. Het lijkt wel alsof ouders eerst een geloofsexamen met een zeemzoet pastoraal sausje moeten ondergaan, dienen te bewijzen dat ze tot de ‘heilige rest’ behoren. De Kerk kan dat vragen. Maar God doet dat nooit.
Door het doopsel wordt het kindje een kind van God. Wat het ervoor behoedt een slaaf te worden van de mens.
Door het doopsel wordt het kindje een kind van God. Wat het ervoor behoedt een slaaf te worden van de mens. Geen enkele autoriteit of overheid, geen burgerlijke, geen kerkelijke, geen andere, beschikt over de ultieme macht een gedoopte naar haar pijpen te doen dansen.
‘Maar God bestaat niet‘, zullen sommigen antwoorden, nadat ze de kwestie grondig hebben onderzocht. Ze vergissen zich natuurlijk. Stel evenwel dat ze tóch gelijk hebben, dan nog bevrijdt het doopsel symbolisch van de dwingelandij en absolute macht van mensen, instellingen en organisaties.
Het doopsel is een sacrament. Daarnaast heeft het een aantal ontroerende neveneffecten. Bijvoorbeeld het gebruik van een plechtig doopkleed dat in families, soms over vele generaties heen, wordt doorgegeven. Mooi is verder dat tijdens het doopsel het kind werkelijk centraal staat, terwijl bij een babyborrel, zoals het woord het zelf zegt, de nadruk ligt op drank die voor het ongedoopte kind zelf een verboden vrucht blijft.
Bij een doopsel zijn reacties van het kindje nooit te voorspellen. Het kan in slaap vallen, huilen of lachen, of iets er tussenin. De spanning tussen de waardigheid van het sacrament en de argeloze terloopsheid waarmee het kind het in ontvangst neemt, is een impliciete kritiek op de modieuze gedachte dat alles in het leven een ‘bewuste keuze’ hoort te zijn. Daarvoor is er later tijd genoeg. Iedereen heeft dan het recht om met zijn doopsel blij te zijn of juist niet.
Het doet mij denken aan een gesprek met Guy Verhofstadt in 2010, tijdens de receptie na de doctoraatsverdediging van zijn broer Dirk, in wiens jury ik zat. Hoe het kwam, weet ik niet meer, maar op een gegeven moment verklaarde Guy plechtig — hij had slechts één glas wijn gedronken — dat hij niet in God geloofde.
‘Bent u gedoopt?’, vroeg ik hem, denkend aan de cijfers aan het begin van dit stuk.
Ja, gedoopt was hij wel.
‘Dan zal de genade van God u nooit meer verlaten’, verzekerde ik hem.
De voormalige premier leek daar allesbehalve gelukkig mee. Het beste bewijs dat het doopsel een eeuwigdurend merkteken is.
Terwijl van een babyborrel hoogstens een kater overblijft.





