Festa virtuosa per violino e violoncello [Soni Sacri]
Op 30 augustus 2026 concerteerde het Duo Tartini (David Plantier, barokviool en Annabelle Luis, cello) in het Stadspaleis Hof Bladelin in Brugge. Op het programma: 18de eeuwse composities van louter Italiaanse componisten. Het concert was een initiatief van de Stichting Musonance van Karen Majelyne.
De Italiaanse muziek uit de 18de eeuw heeft de overgang van de late barok naar de vroege klassieke periode bewerkt en begeleid. Waar Italië in de 17de eeuw al de bakermat was van de vioolmuziek, maakten 18de-eeuwse componisten en violisten van de viool tot het ultieme instrument voor virtuositeit en diepe emotionele expressie. Vier sleutelfiguren van deze bloeiperiode zijn Giuseppe Tartini, Francesco Maria Veracini, Pietro Nardini en Francesco Antonio Bonporti . Samen illustreren zij het historische belang van deze muzikale revolutie.
In de vroege 18de eeuw verschoof de muzikale esthetiek in Italië van de strakke, polyfone barokstructuren naar de zogenaamde cantabile-stijl. Muziek moest niet langer vooral mathematisch kloppen, maar moest 'zingen' en de luisteraar diep in de ziel raken. Italiaanse componisten ontwikkelden nieuwe technieken voor de strijkstok, breidden het bereik van de viool uit en legden de basis voor de sonate- en concertovorm zoals we die nu nog kennen.
Vier Meesters van de Italiaanse 18de Eeuw
1. Giuseppe Tartini (1692–1770) – De Vernieuwer en Pedagoog
Giuseppe Tartini was een van de meest invloedrijke figuren uit de achttiende eeuw. Hij ontdekte de 'combinatietoon' (een akoestisch fenomeen) en moderniseerde de strijkstoktechniek. Als oprichter van de beroemde vioolschool in Padua, de Scuola delle Nazioni, leidde hij studenten uit heel Europa op. Zijn muziek combineert grensverleggende virtuositeit met een intense, dramatische expressie.
2. Francesco Maria Veracini (1690–1768) – De Eigenzinnige Virtuoos
Francesco Maria Veracini stond bekend om zijn excentrieke persoonlijkheid en fabelachtige techniek. Zijn belang ligt in zijn gedurfde compositiestijl. Zijn vioolsonates braken met de traditionele patronen van die tijd en luidden volgens musicologen het einde van de barokperiode in. Veracini bracht een theatraal element naar de instrumentale muziek, vol harmonische verrassingen en grillige ritmes.
3. Pietro Nardini (1722–1793) – De Meester van het Melodrama
Als de meest talentvolle leerling van Tartini vormt Pietro Nardini de perfecte brug naar de klassieke periode. Waar zijn leermeester uitblonk in drama, werd Nardini door tijdgenoten (onder wie Leopold Amadeus Mozart) geprezen om zijn ongeëvenaarde, pure klank en lyriek in langzame delen. Zijn composities zijn teder, melancholisch en vloeiend. Hiermee legde hij de basis voor de sentimentele, 'galante' stijl die de late 18de eeuw zou domineren.
4. Francesco Antonio Bonporti (1672–1749) – De Inspirator van Bach
Hoewel Francesco Antonio Bonporti een priester was die muziek als 'amateur' beoefende, was zijn compositorische invloed gigantisch. Bonporti was een harmonische pionier. Zijn Invenzioni voor viool en basso continuo waren zo gelaagd en origineel dat niemand minder dan Johann Sebastian Bach ze intensief bestudeerde. Bach transcribeerde delen van Bonporti's werk en nam zelfs de term 'Inventionen' van hem over voor zijn eigen beroemde klavierwerken.
De muziek van deze 18de-eeuwse Italiaanse meesters was essentieel voor de evolutie van de westerse muziek. Zonder de expressieve innovaties van Tartini, de structuurbevragingen van Veracini, de lyriek van Nardini en de harmonische durf van Bonporti, had de vioolmuziek van latere giganten zoals Wolfgang Amadeus Mozart, Ludwig van Beethoven nooit in deze vorm kunnen bestaan. Zij transformeerden de viool van een begeleidingsinstrument tot de koningin van de concertzaal.
Speellijst
Francesco Maria Veracini (1690–1768)
Sonata in G minor, Op. 1 No. 1
Overtura – Aria affettuoso – Paesana allegro – Minuet – Giga Postiglione
Giovanni Benedetto Platti (1697–1763)
Ricercata No. 6 in G major
Andante – Allegro – Tempo di minuetto
Domenico Scarlatti (1685–1757) — Arrangements by Duo Tartini:
Sonata in C major, K. 502 – Allegro
Sonata in D minor, K. 213 – Andante
Sonata in D minor, K. 517 – Prestissimo
Giuseppe Tartini (1692–1770)
Sonata in D minor, B.d2, for solo violin
Andante – *Pastorale* – Presto
Giuseppe Nardini (1722–1793)
Duetto III “degli Uccelli”
1. Vivace: Cuculi, Coturnix, Luscina – 2. Adagio: La Rana – 3. Presto: Galina
Domenico dall’Oglio (1700–1764)
Sonata in E minor, Op. 1 No. 12
Aria con variazioni
Giuseppe Dall’Abaco (1710–1805)
Capriccio No. 8 in G major for solo cello
Francesco Antonio Bonporti (1672–1749)
Serenata, Op. 12 No. 6 in A major
Paesana variata
Bis: Guiseppe Tartini, Sonata in D major, B. D19. Andante
David Plantier — Viool G.B. Guadagnini, Parma 1766
Annabelle Luis — Violoncello, N.A. Chappuy, Paris 1777








