God houdt van mij! God kijkt naar mij uit en ik heb Hem gevonden! - paus Leo XIV [catechese]
Dierbare broeders en zusters, goedendag en welkom!
We beleven deze ontmoeting van nadenken, op de laatste dag van het burgerlijk jaar, dichtbij het einde van het Jubileum en middenin de Kersttijd. Het voorbije jaar werd ongetwijfeld gekenmerkt door belangrijke gebeurtenissen. Sommige blije gebeurtenissen zoals de pelgrimstocht van veel gelovigen bij gelegenheid van het Heilig Jaar. Maar er waren ook pijnlijke gebeurtenissen, zoals het heengaan van de betreurde paus Franciscus en de oorlogen die onze planeet blijven verstoren. Bij het afsluiten van dit jaar nodigt de Kerk ons uit alles bij de Heer te brengen en aan zijn Voorzienigheid toe te vertrouwen en te vragen dat Hij in ons en rondom ons de komende dagen de wonderen van zijn genade en van zijn barmhartigheid zou hernieuwen.
Te Deum
In deze dynamiek heeft de traditie van het plechtig zingen van het Te Deum zijn plaats. Zo danken we vanavond de Heer voor de ontvangen weldaden. “Wij loven U, God” zullen wij zingen, “U bent onze hoop”, “Wees altijd bij ons met uw barmhartigheid”. In verband hiermee, merkte paus Franciscus op “dat, terwijl de wereldse dankbaarheid en de wereldse hoop zichtbaar zijn, (…) afgestemd op het ik en zijn belangen, neemt men in deze liturgie een heel andere sfeer waar: die van lofprijzing, van verwondering, van erkentelijkheid” (Homilie voor de Eerste Vespers van de plechtigheid voor Maria de allerheiligste Moeder van God, 31 december 2023). Vanuit deze houding worden wij vandaag uitgenodigd ons te bezinnen op al wat de Heer voor ons in het voorbije jaar heeft gedaan en als het ware een gewetensonderzoek te doen om de waarde in te schatten van ons antwoord op zijn gaven en vergiffenis te vragen voor alle situaties waarin wij er niet in geslaagd zijn voordeel te putten uit zijn ingeving om de ons toevertrouwde talenten beter aan te wenden (cfr Mt 25,14-30).
Heel veel pelgrims zijn dit jaar uit alle delen van de wereld gekomen om te bidden op het graf van Petrus en om hun aanhankelijkheid aan Christus te bevestigen.
Dit brengt ons ertoe na te denken over een ander groot teken dat ons de voorbije maanden heeft vergezeld: dat van de weg en van het “doel”. Heel veel pelgrims zijn dit jaar uit alle delen van de wereld gekomen om te bidden op het graf van Petrus en om hun aanhankelijkheid aan Christus te bevestigen. Dat herinnert er ons aan dat heel ons leven een reis is, waarvan het uiteindelijke doel tijd en ruimte overstijgt om haar vervulling te vinden in de ontmoeting met God en in de volledige en eeuwige gemeenschap met Hem (cfr Katechismus van de Katholieke Kerk, 1024). Ook dat zullen we afsmeken in het gebed van het Te Deum, wanneer we zeggen: “Onthaal ons in uw heerlijkheid in de gemeenschap van de heiligen”. Niet toevallig beschreef de heilige Paulus VI het Jubileum als een groot gebaar van geloof “in afwachting van komende gebeurtenissen(…) die wij van nu af reeds proeven en (…) voorbereiden.” (Algemene Audiëntie, 17 december 1975).
Heilige Deur
In dit eschatologische licht van de ontmoeting tussen eindig en oneindig heeft een derde teken zijn plaats: de doorgang van de Heilige Deur, die wij met velen hebben gedaan, biddend om vergeving voor ons en voor onze dierbaren. Het geeft uitdrukking aan ons ”ja” aan God, die ons door zijn vergeving uitnodigt de drempel van genade, gevormd door het Evangelie, bewogen door de liefde “tot liefde voor elke naaste in wiens omschrijving (…) elke mens omvat is die begrip, hulp en steun nodig heeft om een nieuw leven aan te vatten. Ook al is dat aan ons persoonlijk onbekend en zelfs moeilijk en vijandig, maar vervuld van de onvergelijkbare waardigheid van broeder” (H. Paulus VI, Homilie bij de sluiting van het Heilig Jaar, 25 december 1975); cfr Katechismus van de Katholieke Kerk, 1826- 1827). Dat is ons “ja” op een leven geleefd met inzet in het heden en gericht op de eeuwigheid.
Lees ook
Dierbaren, wij denken over deze tekenen na in het licht van Kerstmis. De Heilige Leo de Grote zag in het feest van de Geboorte van Jezus de aankondiging van een vreugde voor allen: “Moge de heilige verheerlijkt worden — riep hij uit — want hij benadert de beloning; moge de zondaar zich verheugen omdat hem vergeving wordt aangeboden; moge de heiden moed scheppen want hij wordt tot het leven geroepen” (Eerste rede voor het Kerstmis van de Heer, 1). Zijn uitnodiging wordt vandaag tot ieder van ons gericht, wij heiligen door het Doopsel, want God is onze reisgenoot geworden naar het ware Leven; wij zondaars die door de genade vergiffenis krijgen, mogen ons oprichten en opnieuw op weg gaan; tenslotte wij, arme en kwetsbare wezens, want de Heer heeft onze zwakheid aangenomen, Hij heeft haar verlost en er de schoonheid van getoond en haar kracht in zijn volkomen menselijkheid (cfr. Joh 1,14).
Om deze reden zou ik willen besluiten met te herinneren aan de woorden waarmee de Heilige Paulus VI, bij het einde van het Jubileum van 1975, er de fundamentele boodschap van omschreef als besloten in het woord “liefde”. En hij voegde er aan toe: “God is Liefde! Dat is de onuitsprekelijke openbaring , waarvan het Jubileum, met zijn pedagogie, met zijn aflaat, met zijn vergeving en uiteindelijk met zijn vrede, vol tranen en vreugde, ons vandaag de geest heeft willen vullen en altijd het leven morgen: God is Liefde! God houdt van mij! God kijkt naar mij uit en ik heb Hem gevonden! God is medelijden! God is vergeving! God is verlossing! God, ja God is het leven (Algemene Audiëntie, 17 december 1975). Mogen deze gedachten ons vergezellen bij de overgang van oud naar nieuw jaar en daarna in ons leven.
Vertaling uit het Italiaans door Marcel De Pauw msc – op 1 januari 2026



