‘Heel ons leven veertigdagentijd’ – Wat Bernardus van Clairvaux ons vandaag leert over de vasten
De Noorse bisschop en trappist Erik Varden preekte dit jaar de vastenretraite voor de paus in het Vaticaan. Hij putte daarvoor onder meer uit de visie van de heilige Bernardus.
Wie was Bernardus van Clairvaux?
Bernardus van Clairvaux (1090-1153) was een van de meest invloedrijke personen van zijn tijd. Op jonge leeftijd trad hij in bij de monniken van Cîteaux, die een nieuwe vorm van abdijleven introduceerden. Bernardus wordt beschouwd als de belangrijkste persoon uit de orde. Hij benadrukte de strikte naleving de regel van Benedictus. De veel later ontstane trappistenorde (cisterciënzers van de strikte observantie) ziet in hem hun geestelijke vader. Bernardus speelde een grote rol in het omvormen van het sacramenteel rituele christendom van de vroege middeleeuwen naar een nieuw, meer persoonlijk beleefd geloof, met het leven van Christus als een rolmodel en met een nieuw accent op de Maagd Maria. Van zijn hand zijn enkele invloedrijke preken bewaard.
Zes preken van zijn hand zijn gewijd aan de veertigdagentijd. Eenvoudige lectuur is het niet, Bernardus staat immers ver af van onze wereld, zowel in tijd als in context. Middeleeuwse christelijke geschriften hanteren ook een stijl die wij niet meer gewoon zijn. Bernardus staat bekend als de welluidende dokter (doctor melifluus) juist omdat hij een briljante stilist en spreker was, niettemin zullen veel moderne lezers de teksten wellicht vervreemdend vinden, omdat we niet gewend zijn aan de genres waarin hij schreef.
Ongelukkig is de mens die al zijn tijd besteedt aan uiterlijke zaken, onwetend van zijn eigen innerlijke zelf
Bernardus van Clairvaux
Wat zegt Bernardus over de Veertigdagentijd?
1. Heel ons leven tot Veertigdagentijd maken • Bernardus betoogt dat ‘de vastentijd niet slechts veertig dagen duurt’, maar dat ‘(w)e deze vastentijd alle dagen van dit ellendige leven moeten volhouden.’ Zijn punt is dat de vastentijd een concrete uitdrukking is, niet alleen van boetedoening, maar ook van de ascese die nodig is om het evangelie trouw na te leven. De beoefening van boetedoening en ascese kan niet beperkt blijven tot de veertig dagen voorafgaand aan Pasen. In die zin zou de vastentijd ons hele leven moeten voortduren. Dit lijkt misschien een te sombere kijk op het christelijke leven. Bernardus past dezelfde logica toe op het paasmysterie. Gedurende ons hele leven delen we al in Christus’ triomf en de vreugde die daarmee gepaard gaat.
2. Vasten is een strijd • Bernardus vraagt ons aan om de vastentijd te beschouwen vanuit het perspectief van de geestelijke strijd. Tijdens de vastentijd volgen we Christus de woestijn in, waar hij veertig dagen vastte en de strijd aanging met de duivel. Daarom opent Bernardus zijn eerste preek met een oproep tot strijd. ‘Vandaag, geliefden, betreden we de heilige tijd van de vasten, een tijd van christelijke strijd. Zijn laatste preek over de Veertigdagentijd sluit hij af met een aansporing om ‘geestelijke wapens op te nemen’ en onze geestelijke strijd tijdens de vastentijd te intensiveren, "zodat een grote overwinning behaald kan worden, tot glorie van onze Koning." Hij spoort ons aan deze heilige tijd met alle toewijding te gebruiken. Het begrip ‘strijd’ is wat vreemd voor ons.
3. Onze belangrijkste vijand is mijn ‘ik’, het ego • Bernardus: ’Ongelukkig is de mens die al zijn tijd besteedt aan uiterlijke zaken, onwetend van zijn eigen innerlijke zelf; hij waant zich iets terwijl hij niets is; hij bedriegt zichzelf.’ , preekte Bernardus. Maria van Mierlo schrijft in het pas verschenen Kloosterwijsheid vandaag (Otheo Books, 2026) dat het ego gebroken moet worden: ‘Het vraagt buigen. Oud gedrag opgeven. Klein durven zijn, toegeven dat je het zelf niet weet.’ Harde taal. Een levenslange weg is het.
4. Vasten is Jezus meer centraal stellen • ‘Christus moet leven in een mens die niet in zichzelf leeft’ , zegt Bernardus. Zijn boodschap is niet alleen aan monniken, maar aan alle christenen gericht. ‘Wat voor soort mens – ik zeg geen monnik, maar christen – onderneemt met geringe toewijding deze vasten die Christus zelf ons heeft opgelegd? Nee, wij moeten het voorbeeld van Christus’ vasten met veel grotere toewijding navolgen, want Hij vastte immers voor ons, niet voor zichzelf.’ Gebed is daarbij de belangrijkste motor.
5. Vasten heel breed gaan beschouwen • Bernardus preekte: ‘ Als alleen de buik gezondigd heeft, laat die dan vasten, dat is genoeg; maar als ook andere ledematen gezondigd hebben, waarom zouden die dan niet ook vasten? Laat het oog vasten, want het heeft de ziel geteisterd. Laat het oor vasten, de tong, de hand, ja, de ziel zelf. Laat het oog vasten van nieuwsgierige blikken en van alle losbandigheid, opdat het, wanneer het zich goed vernederd voelt, tot berouw gebracht kan worden, het oog dat, toen het vrij was, op een goddeloze manier in de zonde verviel. Laat het oor vasten dat hunkert naar verhalen en geruchten en alles wat nutteloos en niet nuttig is voor het heil. Laat de tong vasten van laster en gemopper, van vruchteloze, ijdele en schandelijke woorden, en soms ook, vanwege het belang van de stilte, zelfs van de dingen die noodzakelijk lijken. Laat de hand vasten van het maken van nutteloze gebaren en van al het werk dat niet uitdrukkelijk is opgedragen. Maar ook, en veel meer nog, laat de ziel zelf vasten van ondeugden en van haar eigen wil. Zonder dit soort vasten is al het andere de Heer onwelgevallig.’ Bernardus’ raad om zich te onthouden van de dingen die zelfs noodzakelijk lijken, vanwege het belang van stilte, is bijzonder actueel in het digitale tijdperk. We kunnen dus ook vasten door veertig dagen bewuster om te gaan met sociale media.
6. Vasten versterkt het gebed • Bernardus legt de lat hoog: het is niet genoeg om alleen maar te bidden. De kwaliteit van ons gebed is net zo belangrijk. Hij waarschuwt dat ons gebed op drie manieren tekort kan schieten. Het kan te timide, te onbezonnen of gewoonweg lauw zijn. De grote abt spoort ons daarom aan om ons vasten en gebed tijdens de Veertigdagenperiode te intensiveren. Zoals Bernard in zijn slotpreek benadrukt, zijn wij pelgrims op weg naar ons hemelse thuisland. We moeten onze gedachten en ons hart gericht houden op onze bestemming en ervoor waken dat we ons niet laten meeslepen door wat er onderweg gebeurt.





