Durven we nog versterven? – Valérie Kabergs [standpunt]
Wanneer we vandaag iets vertellen over de vasten, pakken we dat vaak op een laagdrempelige manier aan. Het versterven dat vroeger zo centraal stond in de christelijke traditie, is niet langer van deze tijd. We verwijzen naar hedendaagse vormen van loslaten zoals detoxen en staan ook stil bij het vasten in andere tradities. Zeker nu de ramadan dit jaar samen met de veertigdagentijd start.
Pasen symboliseert geen gemakkelijk leven
Aan dat alles is heel veel positiefs verbonden. Toch vraag ik me af of we niet ook iets verloren zijn. Maken we het ons niet te gemakkelijk? Zijn de nieuwere manieren van vasten stiekem geen dingen waar we eigenlijk naar verlangen? Ons even ontdoen van een teveel aan luxe of prikkels kan een ware opluchting zijn. Maar met het woord versterving werd oorspronkelijk iets anders bedoeld. Als de christelijke vasten ons oproept tot versterving, is dat omdat deze veertig dagen voorafgaand aan Pasen ons willen verbinden met het sterven van Christus. Ze doen ons stilstaan bij de vergankelijkheid van het leven. Op Aswoensdag gebeurt dat uitdrukkelijk. De vroegere formule bij het uitdelen van de assenkruisjes beklemtoonde dat aspect sterk: Gedenk, mens, dat je stof bent en tot stof zult wederkeren. Tegenwoordig geeft het missaal de voorkeur aan de zinsnede Bekeer u en geloof in de Blijde Boodschap. Door het eerste los te laten, ontbreekt er als het ware één kant van de medaille: Pasen symboliseert geen gemakkelijk leven; het creëert een doorgang doorheen de vergankelijkheid. Om zelf iets van dat paasgebeuren te proeven, zouden we dus ook ergens doorheen moeten durven in de veertig dagen voordien. Iets waar we liever van wegkijken, zelfs voor terugdeinzen. Ik wens het u en mij toe daar een poging toe te wagen en gaandeweg nieuw leven te ontdekken.
Reageren? valerie.kabergs@otheo.be




