Gast Josiane Degroote: “In Lourdes mocht ik Maria ontmoeten”
Josiane Degroote is getrouwd en heeft twee kinderen en vier kleinkinderen. Dit jaar trekt ze voor de 23ste keer richting Lourdes.
Waarom ga je mee op Lourdesbedevaart?
Aanvankelijk ging ik mee als verpleegkundige met de ziekenbedevaart van de boerenbond om te helpen in de zorg. Het was een heel mooie ervaring. Zieken hebben in Lourdes immers een voorkeursbehandeling: ze kunnen verblijven op het heiligdom zelf in Acceuil Notre Dame. Als verpleegkundige ben je ook een luisterend oor. Voor velen is het immers de enige kans om op reis te gaan, voor anderen is het tot rust komen en nieuwe krachten opdoen.
Sinds mijn gezondheid het niet meer toelaat om te helpen bij de zieken ga ik mee als gewone bedevaarder met de bedevaart van het bisdom Brugge. Ik verblijf er bij de zieken in het Accueil Notre Dame. Je hoeft immers niet zichtbaar ziek te zijn om daar te mogen verblijven. We worden er bijgestaan door verpleegkundigen, zorgkundigen, een dokter en de jongerenbrancardiers en vormen met hen een hechte vriendengroep.
Hoe zien je dagen er op bedevaart uit?
Velen vragen zich af wat ik in Lourdes nog doe na al die jaren. Heel simpel: ik volg het programma van de bedevaart zoveel mogelijk. Zo volgt er na het ontbijt meestal een viering, na het middagmaal is er een rustpauze en nadien opnieuw een viering. Op woensdagnamiddag is er een uitstap naar de Pyreneeën, anderen genieten van Lourdes. Ik slenter langs winkeltjes, geniet van een terrasje, rust wat aan de grot of in de aanbiddingskapel. In groep nemen we ook deel aan de lichtprocessie.
Waar kijk je het meest naar uit?
Spontaan denk ik meteen aan de sacramentsprocessie en de lichtprocessie. Het is een wonderlijk gebeuren hoe mensen langzaam voortschrijden, biddend en zingend, de kaarsjes brandend van verlangen, licht gevend aan elkaar in het duister bij het vallen van de nacht. Er heerst telkens weer een grote verbondenheid tussen de pelgrims uit verschillende windstreken.
Het is een verbondenheid die je ook voelt in de internationale mis, waar in alle talen gebeden en gezongen wordt. En toch begrijpen we elkaar, want bidden is een universele taal: je voelt de nood van je medemens aan.
Daarnaast is er ook de verzoeningsviering en de ziekenzalving, voor mij eigenlijk elk jaar opnieuw het hoogtepunt van de bedevaart. In de eerste viering kan je naar God toestappen met je zorgen, met je pijn, Hij luistert en troost, zonder (ver)oordelen. Bij de ziekenzalving komt God naar je toe, naar jou met je ongemakken, je beperkingen, je pijn. Hij troost opnieuw, meer nog, Hij zalft je en geeft je kracht om verder te gaan, om alles verder te kunnen dragen en verdragen. Wat is dat toch steeds helend!
Lourdes is voor mij ook ontmoeten: andere pelgrims, sommigen die je elk jaar opnieuw ziet, anderen voor de eerste maal. Ze blijven vrienden voor het leven.
Tot slot vind ik de dragende kracht van Lourdes ook fenomenaal: de jongerenbrancardiers van Jubilo die elke dag met heel veel liefde hun gasten begeleiden naar de vieringen, naar de grot of naar een terrasje. Ik ben dankbaar dat er zoveel jongeren als vrijwilliger willen meegaan.
Wat is je mooiste bedevaartherinnering?
Na een jaar waarin ik ziek was en veel operaties achter de rug had, zat ik in stilte aan de grot bij Maria te bidden en te huilen. Op een bepaald moment kwam een zuster bij me zitten, ze omhelsde me en bad voor mij een weesgegroetje in het Italiaans. Zo vlug als ze gekomen was, zo vlug was ze verdwenen. Maar het was voldoende om me rust en een heel warm gevoel te geven. Het leek alsof Maria mij had omhelsd, me had getroost, me kracht gaf om weer op te staan en verder te gaan. Het was zo’n intens moment dat ik sindsdien elk jaar terugkom.






