Verlengd luisteren — Barbara Mertens [column]
‘God haalt wat voorbij is steeds weer terug’, klinkt het tijdens het middaggebed.
Even verslik ik me bij het horen van deze woorden uit het boek Prediker (Pred 3,15). Tijdens enkele verstillende dagen van zomerrust was het juist in alle zachtheid tot me doorgedrongen dat het verleden zich hier en daar opnieuw lijkt aan te bieden. Kostbare wegen die soms te bruusk werden onderbroken, blijken onverwacht weer een mogelijk begaanbare route te worden.
Tot nu toe waren vooral de woorden van Paulus voor mij een richtsnoer op mijn soms breed kronkelend levenspad: ‘Onderzoek alles en behoud het goede’ (1Tess 5,21). Hoewel de weg me soms langs puntige kliffen en diepe ravijnen liet lopen, mocht ik – besef ik achteraf dankbaar – innerlijk al zoveel rijkdom verwerven. Dat was ooit mijn grote verlangen toen ik schoorvoetend mijn eerste passen terugzette op christelijke bodem. Mijn soms pijnlijk knagende honger naar zin en betekenis werd rijkelijk vervuld de afgelopen jaren. En nog steeds …
Vertrouwvol ingaan op wat zich nu aandient, vanuit wie ik vandaag ben, volstaat.
De woorden van Prediker overvallen me omdat ze de hand van God in dit alles helder doen oplichten. Alsof mijn eigen kleine leven zich plots weer bewust wordt van die grote eeuwig golvende beweging waarop het onophoudelijk meedeint. Het diepe gevoel van ontspanning dat zich ergens diep in mij laat voelen, komt niet ongelegen zo in de zomertijd. Ik hoef het roer niet krampachtig vast te houden, dringt het alsmaar meer tot me door. Vertrouwvol ingaan op wat zich nu aandient, vanuit wie ik vandaag ben, volstaat.
Mijn gedachten dwalen weg naar het boekje over Maria (La femme de la Réconciliation) dat ik deze dagen lees. Kardinaal Martini beschrijft erin hoe zowel Maria van Bethanië als Maria van Nazareth door te luisteren naar Gods Woord het mysterie van zichzelf ontdekken, van hun eigen mens-zijn. ‘Jij openbaart je aan mij en Jij openbaart me aan mezelf‘, verwoordt hij het teder. God die ons hart geschapen heeft, onthult er de geheimen van. Zo geeft Hij de mens aan zichzelf terug.
De gebedstijd is intussen voorbij. Met een warm, geborgen gevoel blijf ik nog even in de kerk zitten. Al weet ik nog steeds niet waar mijn weg concreet naartoe gaat, plots begrijp ik het ritme en de volheid van mijn eigen op-weg-zijn weer. Wat een genade om stil te kunnen vallen bij de Bron van het leven zelf, om er mijn leven met al wat innerlijk en uiterlijk beweegt, aan te spiegelen. Het vraagt alleen wat tijd en ruimte, en de bereidheid om echt te luisteren naar die diepere onderstroom die we in alle drukte zo snel uit het oog verliezen.
Dankzij ons geheugen zijn we in staat om ‘verlengd te luisteren’, drukt kardinaal Martini het mooi uit. Zo kunnen we net als Maria alles wat ons overkomt in het hart bewaren. We kunnen het herinneren en herkauwen, opnieuw overwegen en laten doordringen tot een ander perspectief zich onverwacht opent en een dieperliggende betekenis zich openbaart. En dan wijst de Weg zichzelf wel verder.





