Commentaar Bijbellezing 06/09: ‘De broederlijke vermaning, een oud en waardevol hulpmiddel’
Evangelie: Matteüs 18, 15-20 — ‘Wanneer uw broeder gezondigd heeft, wijs hem dan onder vier ogen terecht’
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: ‘Wanneer uw broeder gezondigd heeft, wijs hem dan onder vier ogen terecht. Luistert hij naar u, dan hebt gij uw broeder gewonnen. Maar luistert hij niet, haal er dan een of twee personen bij, opdat alles beruste op de verklaring van twee of drie getuigen. Als hij naar hen niet wil luisteren, leg het dan voor aan de Kerk. Wil hij ook naar de Kerk niet luisteren, beschouw hem dan als een heiden of tollenaar. Voorwaar, Ik zeg u: Wat gij zult binden op aarde zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat gij zult ontbinden op aarde zal ook in de hemel ontbonden zijn. Eveneens zeg Ik u: Wanneer twee van u eensgezind op aarde iets vragen - het moge zijn wat het wil - zullen zij het verkrijgen van mijn Vader die in de hemel is. Want waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden.’
Commentaar Nikolaas Sintobin: ‘De broederlijke vermaning, een oud en waardevol hulpmiddel’
Straft God?
Geloof ik, gelooft u in een straffende God? Beter nog, wie is de God die Jezus ons openbaart als zijn Vader en die de Kerk ons steeds opnieuw uitnodigt om beter te leren kennen?
De evangelielezing kan tot misverstanden leiden. Het gaat er over de zondige mens en over hoe ingrijpend die zonde wel is. Zo vraagt Jezus een drievoudige terechtwijzing van de zondaar, publieke terechtwijzing incluis. Wie de tekst grondig leest, merkt dat het helemaal niet gaat over een straffende God. Wel integendeel.
De ervaring leert dat wij mensen het moeilijk vinden om te leven vanuit God en dus vanuit liefde. Steeds weer begeven we ons op alle mogelijke zijsporen die ons niet leiden naar meer liefde en dus meer leven. De heftigheid van de lezingen van deze zondag drukt in de eerste plaats Gods bezorgdheid over onze neiging om steeds weer te vervallen in de zonde. God heeft ons uit liefde gemaakt. Hij geeft zich voortdurend aan ons uit liefde. Toch moet hij er dag in dag uit getuige van zijn hoe vernuftig wij zijn in het afweren van die liefde.
Het gebod van de liefde maakt immers dat wij medeverantwoordelijk zijn voor elkaar.
Eigenlijk horen we hier een mateloos liefhebbende God. Hij verafschuwt het dat wij onszélf straffen door verloren te lopen in de zonde, de mislukking van Gods schepping. Vandaar dat Hij ons opdraagt om elkaar te helpen om niet in de valkuil van de zonde terecht te komen. Het gebod van de liefde maakt immers dat wij medeverantwoordelijk zijn voor elkaar.
Jezus roept ons hier op om de broederlijke vermaning te hanteren. Niet makkelijk, die broederlijke of zusterlijke vermaning. Het gaat hier immers niet over “de les spellen” vanuit een eigen morele superioriteit. Ook niet over het uiten van je ergernis ten aanzien van het gedrag van een medemens. Hoe begrijpelijk die ergernis ook kan zijn. De broederlijke vermaning is veeleer een daad van uitgepuurde liefde ten aanzien van een medemens die dreigt te verdwalen. Het is nederig dienstwerk. Het gaat enkel over het leven en het heil van de ander. Het is risicovol. Je weet niet hoe de ander zal reageren.
De enige zekerheid die je hebt, is dat de broederlijke vermaning des te meer kans zal hebben op slagen naarmate ze ingegeven is door belangeloze liefde. Want uiteindelijk is die liefde sterker dan alles. Die liefde is God zelf.
Nikolaas Sintobin is jezuïet. Hij is internetpastor en schrijver.

