De wereld van Boef: ‘Appels voor de zwijnen’ - Jana Wuyts
Ik keek op van het frambozen plukken en zag in het lager gelegen veld drie kleine zwijntjes vrolijk knorrend rond de appelboom dansen. Ik wreef mijn ogen uit, want vrolijk dansende babyzwijntjes in strepenpyjamaatjes zijn geen alledaags tafereel, zelfs niet in ons Pyreneeënfabelbos. Maar de harde wetten van de natuur brachten me ertoe om, in plaats van me erbij neer te zetten en frambozen snoepend van het schouwspel te genieten, luidkeels naar Marnix in de keuken te roepen: HOU BOEF BINNEN! Onze jachthond zou korte metten maken met zulke keuterromantiek.
Met een zweempje van trots stelde ik vast dat ik gelukkig niet zó modern ben geworden dat ik mijn telefoon had genomen om filmpjes voor het internet te sprokkelen alvorens ik aan de veiligheid van binnen- en buitenfauna dacht, want je wil natuurlijk niet dat zo’n Boef oog in oog met de familie Zwijn komt te staan.
Nu had mijn geschreeuw de schatten per direct verontrust, want ze renden prompt achter elkaar aan het poortje door, de tuin uit, in een nette lijn die je van wilde zwijntjes niet zou verwachten.
De betovering was verbroken. Onmiddellijk besefte ik dat zij niet in onze hoogomheinde tuin waren geraakt zonder vernielingen te hebben aangebracht, want wij hadden dat poortje natuurlijk niet opzettelijk open gelaten, met een ontsnappingskoning als Boef.
Bij nadere inspectie vertoonde het poortje inderdaad een flink gat in de ijzerdraad. De jongens hadden zich rot geamuseerd: overal in de tuin troffen we wroetsporen, snuitafdrukken en uitwerpselen, maar onder de appelboom was het brandschoon: er lag geen partje appel meer.
De avond voordien had ik tijdens het tandenpoetsen vanuit het badkamerraam moeder Zwijn opgemerkt. Ter hoogte van de appelboom, aan de buitenzijde van het hek. Zou zij haar jongens hebben opgezet? Zij paste niet doorheen het gat, met haar honderd kilo, maar mogelijk had ze hen op het spoor gezet. CSI Pyrenees: de puzzelstukjes vielen op hun plek. Marnix verstevigde het poortje, ik inspecteerde de 150 meter afrastering en we richtten de wildcamera op het poortje om te ontdekken of de bende appelrovers zou terugkeren.
Het gras is altijd groener aan de andere kant van de schutting.
Dat deden ze, om 22.35 uur om precies te zijn. Het is te zeggen: moeder bleef weer buiten wachten, maar twee van haar kornuiten vonden een zwakke plek in de afrastering en wurmden zich naar binnen. Zo’n zwijntje past in een gat van amper een vrouwenhand groot.
Nu hebben ze de smaak te pakken, want sindsdien zijn ze elke nacht teruggekeerd. Dat is geen goed nieuws voor ons, want Boef zou maar wat graag mee door zo’n gat glippen om op het grut te gaan jagen. Zulke avonturen lopen nooit goed af.
Voor we Boef nu ‘s ochtends in de tuin laten, controleren we de schutting, in de hoop dat het probleem zichzelf weldra oplost, want als die kereltjes nog veel appels komen stelen, passen ze weldra niet meer door het gat.
Voorlopig wachten we geduldig op dat moment, want dat er buiten de omheining wel tien eeuwenoude appelbomen staan, enkel en alleen voor hen, zal hen worst wezen. Het gras is altijd groener aan de andere kant van de schutting.
• Jana Wuyts (°1981) is copywriter en marketeer. Ze woont en werkt afwisselend in Antwerpen en de Pyreneeën (in Frans-Catalonië). Schreef onder meer drie boeken over Boef, een Spaanse zwerfhond die ze in huis nam. Ga naar haar website.







