Commentaar Bijbellezing 11/10: ‘In de steek gelaten’ - Valérie Kabergs
Evangelie: Matteüs 22, 1-10 — ‘De genodigden waren het niet waard’
In die tijd nam Jezus het woord en sprak opnieuw in gelijkenissen tot de hogepriesters en de oudsten van het volk. Hij zei: ‘Het Rijk der hemelen gelijkt op een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. Hij stuurde zijn dienaars uit om allen te roepen die hij tot de bruiloft had uitgenodigd, maar zij wilden niet komen. Daarop zond hij andere dienaars met de opdracht: Zegt aan de genodigden: Zie, ik heb mijn maaltijd klaar, mijn ossen en het gemeste vee zijn geslacht; alles staat gereed. Komt dus naar de bruiloft. Maar zonder er zich om te bekommeren, gingen zij weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaken. De overigen grepen zijn dienaars vast, mishandelden en doodden hen. Nu ontstak de koning in toorn, stuurde zijn troepen en liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. Toen sprak hij tot zijn dienaars: Het bruiloftsmaal staat klaar, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat dus naar de kruispunten der wegen en nodigt wie ge er maar vindt, tot de bruiloft. Zijn dienaars gingen naar de wegen en brachten allen mee die zij er aantroffen, slechten zowel als goeden, en de bruiloftszaal liep vol met gasten.’
Commentaar Valérie Kabergs: ‘In de steek gelaten’
Stel je voor: je trouwt binnenkort en nodigt tal van gasten uit, maar uiteindelijk komt niemand opdagen. Een scenario dat hopelijk niemand overkomt. Toch gebruikt de evangelist Matteüs het als een beeld in zijn gelijkenis.
In dit evangelie is het God die een bruiloftsfeest organiseert. Hij doet dat voor zijn Zoon, Jezus. De Bijbel gebruikt het beeld van een huwelijk vaak voor de relatie die God met mensen wil aangaan. Wat blijkt: alle mensen laten God en zijn Zoon in de steek. Meer nog, met veel geweld richten sommigen zich tot de dienaars die de bruiloft mee organiseren. Ze worden zelfs gedood. En dat geweld wordt met nog meer geweld beantwoord: de moordenaars worden op hun beurt omgebracht en hun stad gaat in vlammen op. Tegelijkertijd geeft God het niet op: Hij is vastberaden om het bruiloftsfeest te laten doorgaan en nodigt nu lukraak mensen uit, ongeacht of ze Hem en zijn Zoon kennen. Deze keer loopt de bruiloftszaal wél vol met gasten.
Zoals vele Bijbelteksten vertelt deze parabel meer over mensen dan over God. Matteüs en zijn geloofsgenoten zochten in de tijd waarin hij schreef naar een verklaring voor de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen. Om die reden is er in deze tekst sprake van een stad die in brand wordt gestoken. Terwijl vele mensen zich destijds in de steek gelaten voelden door God, wil Matteüs hen van het tegenovergestelde overtuigen: eigenlijk kwam de brand er omdat de mensen God in de steek lieten.
Op de achtergrond van deze parabel speelt de groei van het beginnende christendom, dat zich steeds meer ging onderscheiden van het Joodse geloof. De gasten die niet naar het bruiloftsfeest voor de Zoon komen, staan symbool voor Joden die destijds niet geloofden dat Jezus de verwachte Messias is. De gasten die in een tweede beweging worden uitgenodigd voor het feest, verwijzen naar de zogenoemde ‘heidenen’: mensen die geen Jood waren, maar wel geloofden in Jezus.
Volgens Matteüs’ gelijkenis kan de relatie tussen God en mens pas écht gevierd worden als we ook anderen durven verwelkomen. Zonder ook maar iemand ooit in de steek te laten
Ook vandaag hebben we de neiging om ons in eerste instantie te richten tot mensen die we goed kennen omdat ze hetzelfde geloof, dezelfde cultuur of dezelfde waarden met ons delen. Ongetwijfeld kunnen we fijn samen feesten. En toch: volgens Matteüs’ gelijkenis kan de relatie tussen God en mens pas écht gevierd worden als we ook anderen durven verwelkomen. Zonder ook maar iemand ooit in de steek te laten.
Valérie Kabergs is redactrice bij Otheo en bijbelblogster.
