Dodendansen — dit schrijven ‘De 12’ deze week
De 12’ vormen samen het lezerspanel van Kerk & Leven. In een beurtrol verzorgen ze elke week vier kleine rubrieken: een column, het antwoord op drie doordenkers, een foto die ze onlangs op Otheo zagen en die hen inspireerde en een citaat dat hen dierbaar is.
Dodendansen — column Lucette Verboven
We denken dat we de dood kunnen beheersen. Niet en kel vóór de dood willen we dat alles verloopt naar onze eigen ‘wil’, maar ook erna willen we controle. Op de spi rituele beurs in Kortrijk bijvoorbeeld wordt beloofd dat we contact kunnen leggen met zielen na de dood. We ten, grip houden, niet loslaten, het getuigt van een diepe angst. We willen die angst bezweren met luide knallen en muziek op Halloweenparty’s, dit jaar in de Rotterdam se Laurenskerk, en eerder al in de statige kathedraal van Canterbury. Armzalige wanhoop vermomd als plezier. Waar zag ik dat eerder? O ja, ik herinner het me: in de dodendansen die vaak op de muren van middeleeuwse kerken werden geschilderd.
Angst bezweren: veiligstellen dat we altijd over onszelf zul len kunnen beschikken. Ik denk aan Marie de Hennezel, auteur van ‘De intieme dood’. Ze verwees naar wat onze enige waarden zijn geworden: schoonheid, jeugd, succes, ‘alles wat beheersbaar is’. Alles wat buiten die orde valt wanneer je sterft – het kwijtraken van die controle – kan de huidige maatschappij alleen maar verwerpen. Noch tans: ‘Als de uiterlijke mens wegkwijnt, komt de innerlijke mens tevoorschijn’. De dood is een transformatie. Mis schien toch al even op voorbereiden in dit leven? Hoe? Niet door de angst voor de dood weg te griezelen.
‘U weet waar u me kan vinden na de dood,’ zei de Fran se socialistische president Mitterrand aan De Hennezel. Voor hemzelf – geen katholiek – was ‘de gemeenschap van de heiligen’ belangrijk. In het gebed vond hij hen. Ui terlijk gebed, woorden op papier, blijven vaak aan de bui tenkant. God moet je inademen, beleven, je openstellen en bereid zijn tot overgave. Daarvoor zijn stille, heilige ruimtes nodig.
Doordenkers: Ine Pauwels beantwoordt 3 vragen
Wat heeft een huisdier je geleerd?
Onze kat kan ongelooflijk genieten van niets doen en urenlang stilletjes in de zon liggen met haar ogen dicht. Ik kan heel moeilijk rus ten. Als mama kom je eigenlijk al heel weinig aan rust toe. Maar ik voel dat ik het mezelf meer zou moeten gunnen: de boel eventjes de boel laten en gewoon gaan zitten en genie ten van de zon op mijn gezicht.
Welke slechte eigenschap van jezelf kan je moeilijk bedwingen?
Bomma was geabonneerd op een heleboel royalty-tijdschriften. De laatste roddels van de high society, de nieuwste mode van de ster ren. Daar lazen we dan samen in terwijl we thee dronken en koekjes aten. Uiterst gezellig vond ik dat. Stiekem vind ik het nog altijd heerlijk om te volgen. En voor wie mijn heimelijk genoegen deelt: www.whatkatewore.com is een topwebsite!
Wat geeft je troost?
Nu ik met ziekteverlof ben, besef ik hoeveel troost mijn werk mij biedt. Dat klinkt contra dictorisch, want als pastor hoor ik verhalen vol verdriet of vertellen patiënten over slecht nieuws. En toch ervaar ik mijn werk als troos tend, omdat het mensen nabij mogen zijn me het gevoel geeft dat ik iets kan betekenen voor een ander. Dat staat in schril contrast met de leegte die ik nu op sommige momen ten ervaar omdat ik niet kan werken. Het is misschien zelfs een beetje grappig, maar de ze pastor lijdt aan zinverlies.
Joris Billen kiest een foto die hem bijbleef
Elke dag sta ik met plezier voor de klas. Les geven aan zeventienjarigen houdt me jong en scherp. Toch moet me iets van het hart. Toen de zaak rond Christa Pike en haar mislukte executie de media beheerste, greep ik dit the ma aan voor een klasgesprek over de dood straf. Wat een ethische reflectie moest worden, werd een rauw debat. Bijna de hele klas bleek een koele voorstander van de doodstraf. Meer nog: het mocht wat hen betreft zo zwaar en pijnlijk mogelijk. Mijn argument dat we door te vergelden precies hetzelfde doen als de dader, ving bot. Hoe meer ik aanstuurde op menselijk heid, hoe harder de reacties werden.
Ik zie in mijn lessen dagelijks prachtige licht puntjes van empathie en betrokkenheid. Maar op dit specifieke vlak schrok ik van het comple te gebrek aan nuance. Het deed me beseffen hoe broos ons ethisch kompas soms is, en hoe cruciaal het blijft om ook buiten de comfortzo ne het gesprek over genade te blijven voeren.
Wanneer je valt, raap dan telkens iets op.
Mieke De Jonghe over dit citaat
Wanneer ik val, is mijn eerste zorg snel weer recht te staan, me ervan te vergewissen dat ik geen letsel heb opgelopen en daarna trachten te achterhalen hoe het is kunnen gebeuren: eigen stommiteit, onoplettendheid, een niet te ontwijken hindernis…? Is het iets materieels, dan raap ik het op en verwijder het. ‘Heb je er iets van opgeraapt?’, zeggen we in de volksmond wanneer we bedoelen ‘heb je er iets van opgestoken, er iets uit geleerd?’ Zó moet onze zorg zijn bij tegenslag of moedeloosheid: struikel ik door gebrek aan inzicht? Sta dan even stil, kijk achterom én vooruit: wat in mezelf hindert me om te doen wat ik goed wil doen? Wat als ik denk gestruikeld te zijn door toedoen van een medemens? Misschien kan ik wat mild heid samenrapen en mijn blik op hem of haar bijstellen. Als ik eerst durf te kijken naar mezelf, zie ik die ander in een beter daglicht … een stapje vooruit in zelfkennis.
