Afscheid van een kerk – Katharina Michiels [column]
Het is zover. Deze avond vieren we de laatste vespers in de abdijkerk en dan verhuizen we naar het kapittel voor de duur van de renovatie van onze kerk. Ik ben verwonderd om in mijzelf vast te stellen hoezeer ik aan onze kerk gehecht ben. Ik zou denken dat het gewoon een ruimte van baksteen is, die ons toegelaten heeft om veel te vieren, te danken, te bidden, maar blijkbaar is een groot deel van de emotie die gepaard ging met sommige gebeden ook blijven plakken aan de muren.
Dertig jaar dagelijks op hetzelfde plekje een half uur in stilte bidden, dertig jaar (en voor veel van mijn medezusters nog meer) zes keer per dag samenkomen met heel de gemeenschap om het goddelijke officie te bidden, dertig jaar je op deze plek tot God wenden … dat doet iets met een mens. Om nog niet te spreken over alle tranen, alle vreugde, alle onzekerheid en twijfel, alle angst en boosheid die we doorleefd en gevoeld hebben toen we op ons mooie koorgestoelte stonden, alsmede het ontelbare gebed, getekend door zoveel vernoemde namen, dat vandaar opsteeg tot de Allerhoogste. Het is dus niet zomaar een dak boven wat hoofden, het is een kerk, onze kerk, mijn kerk! Soms zeggen de zusters hier zelfs: het is onze living waar de kern van ons leven zich afspeelt.
Loslaten is het enige dat je heel je leven moet oefenen.
Afscheid nemen van zo’n plek wordt dan zoveel meer dan louter die paar vierkante meter niet meer betreden. Zou dit afscheid nemen van onze kerk trouwens geen icoon zijn voor elke vorm van afscheid? Is afscheid nemen niet loslaten en stilletjes verder gaan, in het besef dat een stukje van je wezen blijft plakken bij die relatie, bij die mens, bij dat uitzicht, op die plek? Door al die kleine afscheidjes wordt het leven alsmaar rijker, intenser, als het ware universeler, want een stukje van wie ik ben, leeft op zoveel verschillende plaatsen verder.
Lees ook
Het gaat om zoveel mensen met wie we blijvend verbonden blijven, over alle grenzen van leven en dood heen; er zijn zoveel plekken op deze planeet waar een stukje van ons hart – dat daardoor paradoxaal genoeg net groter wordt – achterbleef; het waren zoveel momenten van intens leven, van echte ontmoeting, waar God even tastbaar aanwezig kwam in ons leven.
Afscheid nemen van een kerk lijkt eenvoudig, maar het is voor mij een oefenschool in loslaten. Een van onze vroegere abdissen zei me ooit: loslaten is het enige waarin je je heel je leven moet oefenen, want het is het enige wat je moet kunnen in het ultieme moment van je sterven. Dan moet je kunnen loslaten en je laten glijden in de schoot van onze barmhartige God. Laat mij dus maar heel bewust en dankbaar afscheid nemen van onze kerk als oefenplekje voor het loslaten, als stapje op weg naar de Eeuwigheid.
• Zuster Katharina Michiels is abdis in de abdij van Brecht.
