Commentaar Bijbellezing 19/04: Paasgeschenken - Nikolaas Sintobin
Evangelie: Lucas 24, 13-35— ‘Brandde ons hart niet in ons?’
In die tijd waren er twee van de leerlingen van Jezus op weg naar een dorp dat Emmaüs heette en dat ruim elf kilometer van Jeruzalem lag. Zij spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen. Terwijl zij zo aan het praten waren en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf op hen toe en Hij liep met hen mee. Maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen. Hij vroeg hun: ‘Wat is dat voor een gesprek dat gij onderweg met elkaar voert?’ Met een bedrukt gezicht bleven ze staan. Een van hen, die Kléopas heette, nam het woord en sprak tot Hem: ‘Zijt Gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen gebeurd is?’ Hij vroeg hun: ‘Wat dan?’ Ze antwoordden Hem: ‘Dat met Jezus de Nazarener, een man die profeet was, machtig in daad en woord in het oog van God en van heel het volk; hoe onze hogepriesters en overheidspersonen Hem hebben overgeleverd om Hem ter dood te laten veroordelen en hoe zij Hem aan het kruis hebben geslagen. En wij leefden in de hoop, dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen! Maar met dit al is het reeds de derde dag sinds die dingen gebeurd zijn. Wel hebben een paar vrouwen uit ons midden ons in de war gebracht; ze waren in de vroegte naar het graf geweest, maar hadden zijn lichaam niet gevonden, en ze kwamen zeggen dat zij ook nog een verschijning van engelen hadden gehad die verklaarden dat Hij weer leefde. Daarop zijn enkelen van de onzen naar het graf gegaan en zij bevonden het zoals de vrouwen gezegd hadden, maar Hem zagen ze niet.’ Nu sprak Hij tot hen: ‘O onverstandigen, die zo traag van hart zijt in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben! Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?’ Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten wat in al de Schriften op Hem betrekking had. Zo kwamen ze bij het dorp waar ze heen gingen, maar Hij deed alsof Hij verder moest gaan. Zij drongen bij Hem aan: ‘Blijf bij ons, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde.’ Toen ging Hij binnen om bij hen te blijven. Terwijl Hij met hen aanlag, nam Hij brood, sprak de zegen uit, brak het en reikte het hun toe. Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht. Toen zeiden ze tot elkaar: ‘Brandde ons hart niet in ons, zoals Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?’ Ze stonden onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem terug. Daar vonden ze de elf met de mensen van hun groep bijeen. Dezen verklaarden: ‘De Heer is werkelijk verrezen, Hij is aan Simon verschenen.’ En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend werd aan het breken van het brood.
Commentaar Nikolaas Sintobin: ‘De leerlingen van Emmaüs, een leerschool’
Het verhaal van de leerlingen van Emmaüs klinkt zo vertrouwd dat het moeilijk kan zijn om het bijzondere ervan op te merken. Ik zal inzoomen op drie aspecten van dit wonderlijk gebeuren.
Beide mannen zijn niet op zoek naar Jezus. Ze zijn enkel maar ontgoocheld. Ze verwachten niets. Zoals steeds neemt de verrezen Heer zélf het initiatief om naar hen toe te komen. Dat doet Jezus niet op opdringerige wijze. Lucas zegt: Hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen. “Zo maar” geloven in de verrijzenis, als was het evident, is niet aan de orde. Hoe gebeurt het dan wel?
Geloven in Hem gaat over delen en ontvangen. Nu herkennen ze Hem
Er ontspint zich een gesprek. De ruigheid van de ervaring van de voorbije tijd komt uitgebreid aan bod. Dat gesprek doet iets met de leerlingen. Toch herkennen ze Jezus nog niet. Ze nodigen hem uit samen te eten. Dat doe je niet met om het even wie. Dat heeft iets vertrouwelijk. Daar komt bij dat eten gaat over wat nodig is om te leven. Zonder eten ga je dood. De leerlingen van Emmaüs zijn nu zover dat ze Jezus binnen laten in de intimiteit van hun leven. Voor de tweede keer neemt Jezus nu het initiatief. Het brood dat zij Hem aanbieden, gaat Hij meteen terug uitdelen. Jezus ís gave. Geloven in Hem gaat over delen en ontvangen. Nu herkennen ze Hem. Meteen verdwijnt Jezus opnieuw. Hij laat hen de vrijheid en de ruimte om zélf aan de slag te gaan. Dat doen de mannen. Ze bekeren zich, letterlijk. Ze maken rechtsomkeer. Niets kan hen tegenhouden. Zo indringend is de ervaring van de ontmoeting met de levende Heer. Ze willen die meteen delen met anderen.
We hebben dit verhaal nu even puur ervaringsmatig bekeken. Dat levert een interessante geloofspedagogiek op. De verrezen Heer dringt zich niet op. Hij biedt zich aan, discreet. Geloven in Jezus betekent dat je Hem een plaats geeft in de de intimiteit van je leven en je bewust wordt hoezeer Hij daar aan het werk is. Tot slot, het teken van de waarachtigheid van de ontmoeting met de Heer, is dat ze in beweging zet. Je kan het niet voor jezelf houden.
Nikolaas Sintobin is jezuïet. Hij is internetpastor & schrijver.